Gediplomeerde etter

V erlies is napijn. En van napijn komen wilde lamento’s. Ik hoorde Ruud Gullit zeggen dat het Nederlands elftal een harde hand ontbeerde. Ongeloofwaardiger dan de ex-coach Ruud Gullit worden ze niet meer geboren. Toen hij nog in Engeland actief was, moesten zijn spelers naar de PC Hooftstraat voor de laatste richtlijnen. Soms zelfs naar Saint-Tropez.

Op goed geluk.

Maar nu toch, knetterend als een gehaktmolen, Bert van Marwijk kalt stellen. Een super demagoog met humanitair mombakkes kan tegenwoordig alles zeggen. Ik verbaas me er nog altijd over dat deze Jan des Bouvrie van het Nederlandse voetbal een academisch podium krijgt. Behalve dan bij RTL Boulevard.

Verkoper van tweedehands gewetens.

Allicht was dit Oranje hem ook te provinciaals, met types als Van Bommel, Huntelaar, Robben en Van Persie. Te weinig stad. Zoals Van Marwijk en zijn staf iets te veel aardappelnatie bleven die de articulatie van de mondaine zelfkant van het voetbal niet helemaal konden behappen. Faber, Cocu, Voorn… in u, heren, kan ik geen goudwinkel herkennen. Dank de goden, zeg ik, maar dan houdt wel de gratie van Gullit op.

Gratie: de bondscoach heeft het weinig gekend op dit toernooi. Niet in zijn selectie, niet van buitenaf. Hij was overigens gegijzeld door zijn verleden: Oranje vicewereldkampioen. Daar kom je niet overheen met vedetten die zich wentelen in de roes van het ego. Terwijl ze zelf nog hooguit konden doorgaan voor conciërges van de Hollandse school.

Achterwaartse schimmen.

Noem het de Hollandse ziekte: Nederland kan niet omgaan met geluk. Vermeende kapitaalhouders van succes en glorie gaan binnen de kortste keren hun eigen snoepgoed verachten. Er moet geleden worden in de natie van Calvijn. Chagrijn als laatste bindmiddel.

Nou, daar ontbrak het in Krakau niet aan.

Heel Oranje was een etterbak. Met Huntelaar als hoogst gediplomeerde etter. Je zou het hem niet nageven, deze bevleesde steltenloper van Hollandse boerderettes. Ook Klaas-Jan had aan de stad geroken. Benoemde zich tot burgemeester in oorlogstijd.

Kind zonder snoep.

Van Marwijk schrok van zijn weerbarstigheid. Hij had nooit gedacht dat Huntelaar tot aan de rand van amok zou gaan voor een basisplaats. Zijn aandacht richtte zich op het verwaande trio Sneijder, Van der Vaart, Van Persie. In die obsessie herkende hij ook niet meteen de minikabel: Van Persie, Afellay, Boulahrouz.

Oranje fragmenteerde en de bondscoach had het niet zien aankomen. Begrijpelijk: de selectie had zich aangemeld als dezelfde idylle van 2010 in Zuid-Afrika.

Alweer klaar voor een tocht door de grachten.

Helaas, de idylle was moeras geworden. Eenvormigheid herleid tot stijlfiguur. Iedereen speelde de pastorale Clarence Seedorf na: weergaloze speler, maar hoogdravend als een sjamaan. Sociaal onaangepast.

Het Hogere in de wreef.

Dit Oranje was niet meer van deze wereld. Het waande zich hemellichaam. Zoveel ongenaakbaarder dan Portugese hongerlijers. Die hoogmoed werd cash betaald: niet Wesley Sneijder, Cristiano Ronaldo was de terechte halfgod.

Bert van Marwijk heeft een onmenselijk offer gebracht. Hij ontnam zijn schoonzoon Mark van Bommel een laatste interland. Zoals de vox populi hem dat had voorgeschreven.

Nu dan: litteken van elkaar.

Die prijs was te hoog voor een team dat nooit een team is geweest. Meer dan een ritueel offer kon de verwijdering van Van Bommel niet zijn. Noodgreep uit wanhoop. Natuurlijk hielp het Oranje niet. Alle linies waren allang verbommeld.

In de schouderklop van Mark van Bommel aan zijn schoonvader, na de wedstrijd tegen Portugal, lag diepe rouw.

Infernale eenzaamheid in tweevoud.

    • Hugo Camps