Etnische onrust groeit in vrijer Birma

Nu Birma meer persvrijheid krijgt, komt de haat tegen de Rohingya’s in het westen van het land vrij. 90.000 van hen zijn al gevlucht voor geweld. Buurland Bangladesh houdt de grenzen dicht.

De islamitische Rohingya-minderheid in het westen van Birma is massaal op de vlucht geslagen uit vrees door leden van de boeddhistische meerderheid met machetes, bamboesperen en andere wapens te worden belaagd of in hun woning te worden verbrand. Een deel van de 90.000 vluchtelingen probeert het buurland Bangladesh in te komen, maar dat houdt de grens zoveel mogelijk dicht, ondanks druk van de internationale gemeenschap.

Hoewel de Rohingya’s ook in het verleden noch in Birma, noch in Bangladesh welkom zijn geweest, lijkt hun lot – paradoxaal genoeg – te zijn verergerd nu de Birmese generaals de laatste anderhalf jaar de teugels hebben laten vieren.

De jongste onlusten braken eind mei uit toen een boeddhistisch meisje in de westelijke deelstaat Rakhine verkracht en vermoord werd, vermoedelijk door drie Rohingya’s die daarvoor inmiddels ter dood zijn veroordeeld.

Veel media grepen de toegenomen persvrijheid aan om haat te zaaien tegen de Rohingya’s. Een blad in Rangoon publiceerde een foto van het verkrachte meisje met doorgesneden keel en in veel publicaties werden alle Rohingya’s aan de schandpaal genageld. Toen de eerste meldingen binnenkwamen van gedode Rohingya’s, waren er verheugde reacties op Facebook. Gisteren meldden functionarissen dat er inmiddels ruim tachtig doden zijn gevallen bij onlusten tussen boeddhistische Rakhine en de Rohingya’s, niet allen Rohingya’s overigens.

Op internet gaven veel leden van de boeddhistische meerderheid de vrije loop aan hun afkeer van de circa 800.000 Rohingya’s in hun land (dat in totaal ruim 55 miljoen inwoners telt). Velen duidden hen met de racistische term kalar (zwart) aan en anderen spraken over „terroristen”, „dieven” en „honden”. De toegenomen vrijheid van meningsuiting wakkerde op die manier de onrust tussen de bevolkingsgroepen stevig aan.

Vroeger zouden de militairen zo’n zaak nooit in de openbaarheid hebben laten komen. Nu verboden ze weliswaar tot nader order sommige tijdschriften en kranten, en ook andere bladen kregen het bevel alle nieuws over Rakhine aan de censuur voor te leggen. Maar op internet konden Birmezen naar hartelust blijven schelden op de Rohingya’s.

Hoewel de Rohingya’s al heel lang in Birma verblijven, beschouwt de Birmese regering hen niet als staatsburgers. Volgens de regering zijn ze pas in de twintigste eeuw naar Birma getrokken en horen ze thuis in Bangladesh. De Rohingya’s zelf zeggen dat hun aanwezigheid in de deelstaat Rakhine, ook wel aangeduid als Arakan, eeuwen verder teruggaat.

De Rohingya’s horen volgens de Verenigde Naties tot de meest vervolgde minderheden in Azië. Ze leven voor het grootste deel in diepe armoede en veel van hun kinderen zijn ondervoed. In een recent VN-rapport werden ze omschreven als „vrijwel zonder vrienden”.

Ook de Birmese oppositieleider Aung San Suu Kyi, die gisteren het Britse parlement toesprak in Londen, neemt het nauwelijks op voor de Rohingya’s. Weliswaar heeft de winnares van de Nobelprijs voor de Vrede alle partijen tot tolerantie opgeroepen maar toen haar bij het begin van haar Europese rondreis in Genève werd gevraagd of de Rohingya’s het staatsburgerschap verdienden, zei ze: „We moeten heel helder zijn wat de wetten inzake staatsburgerschap zijn en wie er recht op heeft.”

President Thein Sein heeft geprobeerd de rust te herstellen door de noodtoestand uit te roepen en troepenversterkingen naar de regio te sturen. Ook heeft hij gewaarschuwd dat de etnische onlusten het ontkiemende democratiseringsproces in Birma kunnen bedreigen en daarmee de stabiliteit van het land.

Tot elke prijs wil zowel de president als Aung San Suu Kyi vermijden dat Birma, een land met een bevolking die voor een derde deel uit allerlei etnische minderheden bestaat, verzeild raakt in een nieuwe reeks eindeloze conflicten. Het was ook geen toeval dat de regering gisteren bekendmaakte dat er nieuwe vredesonderhandelingen zijn begonnen met de Kachin-minderheid in het noorden, waarmee al sinds de Birmese onafhankelijkheid in 1948 een gespannen relatie bestaat.

    • Floris van Straaten