Eerlijk lijden

Alles moet ineens ‘eerlijk’. Dan hoeven blinden dus ook niet meer te betalen voor verkeersborden, stelt Floor Rusman.

Vandaag organiseert de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, een symposium getiteld ‘Eerlijkheid en liberalisme’. Een paar jaar geleden zou ‘Rechtvaardigheid en liberalisme’ nog hebben volstaan, maar die eerste term is vervangen door ‘eerlijkheid’, een woord dat blijkbaar meer tot de verbeelding spreekt. Ook de PvdA heeft het woord ontdekt: de slogan voor de Provinciale Statenverkiezingen in 2011 luidde ‘Het moet eerlijker!’. Deze uitroep klinkt kinderachtig, maar blijkt zeer actueel.

In deze crisisverkiezingscampagne staat de vraag ‘Wat is eerlijk?’ centraal, en daarmee automatisch de vraag ‘Wat is oneerlijk?’ Discussies over bezuinigingen draaien om het lokaliseren van de profiteurs. Wij moeten langer doorwerken, terwijl ze in Griekenland de hele dag gyros zitten te eten. Elitaire kunstenaars, graaiende bankiers en uitkeringstrekkers mogen hun gang gaan, terwijl onze btw omhoog gaat. Iedereen kijkt met een schuin oog naar de (verre) buurman, die op geheimzinnige wijze de dans weet te ontspringen.

Tijdens het Kamerdebat over het Lenteakkoord verwoordde Geert Wilders dit moderne ressentiment: „Is het evenwichtig dat opa voortaan zelf zijn rollator moet betalen, terwijl zonnepanelen extra gesubsidieerd worden? En is het evenwichtig dat er volgend jaar 10 miljoen extra beschikbaar wordt gesteld voor natuurbehoud op de Antillen, terwijl onze slechthorenden hun hoortoestellen deels zelf moeten gaan betalen?” Zijn antwoord luidde natuurlijk ‘nee’: dat is allemaal ontzettend onevenwichtig, en dus oneerlijk.

Mijn gedachten gingen terug naar vorig jaar, toen PVV-Kamerlid Sietse Fritsma klaagde dat jan modaal moest betalen voor „tromboneclubjes” van de elite. Ook Fritsma stelde hiermee de vraag: ‘Wie betaalt voor wie? En is dat wel eerlijk?’ Maar niet alleen de PVV maakt zich hieraan schuldig. Ik moest denken aan Wouter Bos, die het in 2006 een voorbeeld van „perverse solidariteit” noemde dat de slager meebetaalt aan de opleiding van de advocaat. Oneerlijk, want de advocaat gaat later keiveel verdienen. En ook GroenLinks komt nu met dat soort argumenten. De partij noemt het, in het debat over de onbelaste reiskostenvergoeding, ‘oneerlijk’ dat mensen die dicht bij hun baan wonen, betalen voor de mensen die moeten reizen naar hun werk.

Maar wat is dan de definitie van ‘eerlijk’? Dat je profiteert van alle maatregelen waar je aan meebetaalt, en omgekeerd, dat je niet hoeft te betalen voor voorzieningen die je niet gebruikt? Dan is het ook oneerlijk dat iemand met pleinvrees betaalt voor wegenaanleg, en dat blinden betalen voor verkeersborden. Dan is elke algemene belasting en elke voorziening een voorbeeld van perverse solidariteit.

Pas als iedereen evenveel of even weinig profiteert, is het ‘eerlijk’, volgens deze norm. En in tijden van bezuinigingen is men extra gebrand op dit evenwicht. Iedereen moet evenveel lijden onder de crisis. Een hoge energierekening voor de hardwerkende Nederlander? Dan ook duurdere operakaartjes voor de grachtengordel! Geen gratis rollator meer voor opa? Dan ook geen difterieprik voor het Afrikaanse kind! In dit licht is het voorstel van Stef Blok om 3 miljard euro te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking best te begrijpen.

De Nederlander gaat erop achteruit – de Afrikaan dus ook. Anders is het niet eerlijk.

Floor Rusman (26) is historica en freelance journalist

    • Floor Rusman