De schooljuffie die krijtjes eet, vliegen kan en dieren redt

Janneke Schotveld: Superjuffie komt in actie! Van Holkema & Van Warendorf, 159 blz. €12,50 6+

Juf Josje is een klein vrouwtje op hoge hakken, gekleed in roze en groen. Een lieve juf voor haar groep, een tikje onzeker, maar als een dier in nood is, verandert ze in Superjuffie. Hoort zij het hulpgeroep van verre, dan laat ze alles uit haar handen vallen, neemt een hapje van een schoolkrijtje en krijgt superkracht. Ze vliegt omhoog en redt het dier.

Dat is in het kort waar Superjuffie! over gaat, de onder basisschoolkinderen populaire boekenheldin van Janneke Schotveld. Van Superjuffie!, dat in 2011 uitkwam, zijn inmiddels 20.000 exemplaren verkocht. De bestseller kreeg deze week een ‘pluim’ van de Nederlandse Kinderjury. En bovendien werd maandag bekend dat Bijker Film en TV de filmrechten heeft verworven van Superjuffie! Dat team is verantwoordelijk is voor de succesvolle verfilming van Jacques Vriens’ Achtste-groepers huilen niet.

Ook in het vervolg, Superjuffie komt in actie!, worden weer vele dieren gered uit benarde situaties, van rups tot kalf, maar het meest in gevaar is de oude eik in het park. De gemene burgemeester Snarf wil het hele park vervangen door ‘nieuwe natuur’, een soort ‘nepnatuur’ gemaakt van Natuverdiplexgeen dat uit een 3D-printer kan worden gehaald.

Schotveld (1974), die sinds 2007 kinderboeken schrijft, is in haar boeken schatplichtig aan een hele rits klassieke kinderboekauteurs en jeugdhelden. In haar eerdere boek Hotel Kindervreugd moet je aan Roald Dahls’ Matilda denken, bij Superjuffie ontkom je niet aan Superman, natuurlijk, maar ook doet het denken aan Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt. En met de klas als decor is de eerdergenoemde Vriens nooit ver weg. Die laatste indruk wordt nog sterker doordat de boeken van Schotveld – en deze Superjuffie ook – zijn geïllustreerd door Annet Schaap die ook verbonden is aan Vriens.

Haar stijl is direct en misschien niet zo fijngeslepen – van mooischrijverij moet ze het niet hebben. Het gaat om het verhaal en dat leest lekker vlot door. Echte enge dingen gebeuren er niet en aan het eind komt het goed. Het aardige van Schotveld is dat haar verhalen niet alleen tijdloos zijn, maar ook dat ze haar boeken tegelijkertijd onnadrukkelijk in deze tijd laat afspelen. De school gaat over op een digibord, net als bijna alle Nederlandse basisscholen de laatste jaren. Personages kijken op hun smartphones en er wordt een filmpje ‘geüpload’, Juf Josje stuurt e-mailtjes naar haar nieuwe verkering. En zelfs de 3D-printer voor bomen is niet onrealistisch: de 3D-printer bestaat al. Een enkele keer permitteert Schotveld zich een grapje. ‘„Cut!” roept Toby. „Hoezo, het gaat toch goed?” Mila kijkt hem boos aan. „Dat hoort bij de film”, zegt Toby. „Als er een scène voorbij is, roep je cut, met een c.” ’