De Oer(ol)mens

Gedwongen door omstandigheden – de ex-vriendin was betrokken bij een landschapstheatergezelschap – bezocht ik een paar keer het Oerolfestival, tien dagen cultuur, dans, zang en (straat)theater in de natuur op het eiland Terschelling. Ik sliep dan in een tent op camping ‘De Kooi’, een weiland tussen de dorpjes Midsland en West-Terschelling.

Ik heb daar wat aan over gehouden.

Vorige week, het was weer begonnen, las ik dat het regende en dat er windkracht 8 op het eiland stond en ik merkte dat ik toen dacht: mooi zo, fijn voor ze.

Ik heb het zelf ook gedaan. Met een regenponcho van de ASN Bank over de kleding ’s avonds zeven kilometer fietsen naar een duinpan en daar dan twee uur op een vuilniszak kijken naar een artiest in een maillot die zijn lichaam in allerlei vormen kon vouwen. En daarna door naar de andere kant van het eiland, naar mimespelers in een schuur.

Ik begrijp dat het festival voor een theatermens het summum is. Dat het fijn is dat er tweehonderd mensen naar je voorstelling komen die je na afloop gegarandeerd belonen met een dankbaar applaus. En die je zien zoals je bent: een artiest.

Respect voor de makers.

Waar ik niet tegen kon was het onverwoestbare optimisme, het grote genieten en de overweldigende mensenliefde van de Oerolbezoeker. Mensen die, nadat je zeiknat bent geregend, naar de hemel kijken en zeggen dat er een streepje blauwe lucht aankomt. Mensen die in regenplassen een dansje doen. Mensen die rondwandelende vreemdelingen vragen om hun rug in te smeren met zonnebrand. Mensen die spontaan je hand gaan lezen. Mensen die het gezellig vinden om in de rij te staan bij Spar Spanjer of voor een stuk Fries suikerbrood. Mensen die muggen lief vinden. Mensen die Afrikaanse kraaltjes vlechtjes in elkaars haar of baard.

De laatste keer op camping de Kooi stond mijn tent tegenover de tent van twee jongens en een gitaar. Die begonnen om acht uur ’s morgens te spelen en ‘En m’n tante uit Marokko en ze komt – hiep hoi!’ te zingen. Die wil je dan eigenlijk slaan, of je wilt er op z’n minst wat van zeggen, maar juist dan kruipt er uit een andere tent een vrouw die ‘een lekker broodje voor de zangers’ heeft gemaakt en dan draai je je om in het besef dat je hebt verloren. Qua humor kon ik ook niet meekomen. Zo lachte ik als enige toen een veganistische kennis zich tijdens de maaltijd afvroeg of ze wel of geen wollen sokken mocht dragen van zichzelf.

Ik ken twee mensen die elkaar hebben leren kennen tijdens Oerol. Ze hebben inmiddels een kind, dat heet ‘Joop’, naar Joop Mulder, de organisator van het festijn. Want stiekem is Oerol gewoon een relatieplaneet waarvan je altijd kunt zeggen dat je erheen ging voor de cultuur. Die doen dus alles voor seks. Hoe extremer de omstandigheden, hoe groter de kans van slagen. En als het lukt gaan ze ieder jaar terug om te vieren dat het gelukt is. Regen en windkracht 8 zijn prima omstandigheden.

    • Marcel van Roosmalen