De dood krijgt ruim baan

Andrej Longo: Wie heeft Sarah vermoord? Vertaald door Welmoet Hillen. Serena Libri, 208 blz. € 18,90

Van een genre waarin de mensen bij bosjes het loodje leggen, zou je wellicht een serieuze behandeling van het thema dood verwachten. Maar hoeveel in thrillers ook gestorven wordt, in de overgrote meerderheid van de boeken wordt er laf en ongeïnspireerd mee omgesprongen. De angst voor de dood van de hoofdpersoon of van zijn dierbaren krijgt ruim baan, maar voor het eindresultaat, voor de staat van het daadwerkelijk doodzijn, de consequenties voor de dode en de achterblijvers, wordt steevast een greep gedaan uit een collectie clichés.

De nabestaanden gaan even huilen, dan aan de drank of ze geven de dood pijlsnel ‘een plekje’. Daarna volgt de jacht op de dader; over de dood of de dode zelf hoor je eigenlijk niks meer. Zo weinig dat het onbedoeld komisch is dat zoiets kolossaals zo opzichtig buiten beeld blijft. Thrillers gaan over lijken, niet over doden.

Andrej Longo, een toneel- en filmschrijver uit Napels van wie eerder de verhalenbundel Tien werd vertaald, pakt het in Wie heeft Sarah vermoord? anders aan. Deze thriller, loom, heel Italiaans en volstrekt anders, is een opluchting naast het Scandinavische wrakhout dat in de boekhandels wordt gedumpt.

‘Ik had Sarah nooit gekend, maar toch kon ik me niet voorstellen dat ze nu dood was’, is de gedachte die maar blijft rondzingen in het hoofd van Acanfora, een twintigjarige Napolitaanse politieagent, een groentje dat net zijn eerste dode gevonden heeft.

Het is Sarah, een meisje iets jonger dan hij, met paars gelakte teennagels en zwarte ogen, dat hij koud en in elkaar gedoken aantreft op de vloer van een duur appartementencomplex in een mooie buitenwijk aan zee.

Het is slim dat de hoofdpersoon zo jong is. Zijn verwondering is authentiek en steekt prachtig af tegen het rijpere leed van zijn commissaris, die een eigen dode meedraagt en daarom koude thee uit een whiskyfles drinkt. Wie heeft Sarah op haar hoofd geslagen? De commissaris, die de geschoktheid van Acanfora herkent, geeft hem ruim baan bij het onderzoek. Dat verloopt moeizaam en leidt langs een serie gewone doch kleurrijke Napolitanen en langs lekker eten en drinken.

Acanfora denkt veel na, onder veel meer over waarom de tekenfilmcoyote de Miep-Miep-loopvogel vrijliet, die ene keer dat hij hem wél had gevangen. Over waarom het Sarahs gebroken moeder niets interesseert wie de dader is.

Als hij en de commissaris, die via Sarah zijn eigen dode wil helpen, die dader vinden, zijn zij en de lezer geschokt over de onuitstaanbare onverschilligheid waarmee de levenden zich wapenden tegen deze dood. Longo geeft de dood in deze thriller ruim baan en doet dat met eenvoud en gratie.

    • Robert Gooijer