Burgerkitsch

Terwijl we inburgering eisen van nieuwkomers, lukt het niet helemaal onze eigen kinderen te leren een verdraagzaam Nederlands burger te zijn.

Twee jaar geleden bleek dat al uit onderzoek van de International Civic and Citizenship Education Study van de IEA, de internationale organisatie die bijvoorbeeld ook de wereldranglijst voor wiskundeonderwijs maakt. Gisteren opende Trouw er alsnog mee. Zelf dacht ik ook dat het nieuws was: gevolg van een ongeneeslijke neiging met grote bogen om woorden als ‘burgerschap’ heen te lezen. Bovendien woonde ik destijds nog in Amerika, waar de school van mijn kinderen al op hun vierde de moord op Martin Luther King jr. behandelde en kort daarna Senaat en Huis van Afgevaardigden. Waar alle vriendjes een aparte spaarpot voor goede doelen vullen. En het onbestaanbaar is dat je geen vrijwilligerswerk zou doen.

Dus precies toen Nederland zo geroerd was door de verkiezing van de eerste zwarte Amerikaanse president, bleken Nederlandse kinderen, met die uit België, wereldwijd het slechtst te scoren op het gebied van tolerantie. Nergens anders begrijpt de jeugd ook opvattingen over rechtvaardigheid zo slecht en is ze zo afwijzend over de rechten voor migranten. Voor een land dat beroemd werd met tolerantie, lijkt me dat nogal een afgang. Dus wat is er sindsdien eigenlijk geprobeerd om het tij te keren?

Het lukt me maar niet om op een overtuigend voorbeeld te komen. Vergis ik me, of is het woord ‘burgerschap’ nog steeds veel vaker te horen dan het woord ‘tolerantie’? En wordt het dan geen tijd iets te veranderen?

Dat we een overheid die ‘de burger’ op een voetstuk zet beter kunnen wantrouwen, maakt de socioloog Willem Schinkel tamelijk overtuigend duidelijk in zijn boek De nieuwe democratie. Hij citeert daarin ook de Kabinetsvisie andere Overheid uit 2005, waarin ‘een eigentijds concept van burgerschap’ werd geïntroduceerd: „Een burger die zelfredzaam, mondig en betrokken is, hetgeen zich niet in de eerste plaats uit in het indienen van tegen de overheid gerichte eisen, klachten en beroepen maar veeleer in maatschappelijke zelforganisatie en initiatieven.” Cursivering van mij: de burger moet vooral niets meer willen, of klagen, of – o horror – naar de rechter stappen.

Je kunt het belang van democratie net zo lang herhalen totdat mensen kritiekloos overnemen wat je wilt – maar is dat nog democratie? Schinkel noemt het ‘democratiekitsch’. Ik stel voor ook de term ‘burgerkitsch’ in te voeren. Dat is de lege huls om in ‘in te burgeren’. Het halfslachtige lespakket dat vergeefs op scholen werd gedumpt. Burgerkitsch klinkt prachtig, maar leert niemand echt hoe je kunt samenleven.

Wie wil opvoeden, schijnt te moeten ‘voorleven’. Nu ‘Europa’ toch de nieuwe ‘islam’ wordt, kunnen we ook weer verdraagzaam zijn zonder meteen van landverraad te worden beschuldigd. Dus grijp uw kans: burgerschap 2.0. Het kost niets.