Breed beeld van tijdgenoten Monet

Carolus-Duran: ‘Portret van vorstin Anna A. Obolenskaja’. 1887, olieverf op doek Hermitage Museum, St Petersburg

Impressionisme: sensatie & inspiratie. Favorieten uit de Hermitage. T/m 13/1/13, Hermitage Amsterdam. www.hermitage.nl

Impressionisme, staat er in grote letters op de affiches van de Hermitage Amsterdam. Maar op de zesde tentoonstelling in de Nederlandse dependance van het Staatsmuseum in Sint-Petersburg is veel méér te zien dan werk van Monet en zijn school. Het aandeel van voorgangers, anders schilderende tijdgenoten en navolgers is zelfs aanmerkelijk groter dan dat van de impressionisten zelf. En voor zover de tentoonstelling bijzonder is, is dat nu juist vanwege die combinatie van richtingen en stijlen.

In de grootste zaal zijn twee uitersten samengebracht: schilderijen van vernieuwers als Monet, Renoir en Cézanne aan de ene wand, salonstukken van Scheffer, Bouguereau en andere academische schilders aan de andere. In kleinere kabinetten is ruimte voor zowel de impressionisten Sisley en Pissarro als de conservatieve historieschilders Gérôme en De Neuville. Er staan drie marmeren omhelzingen van Rodin, maar ook sculpturen van meer behoudende beeldhouwers. De boodschap is duidelijk: dit alles was er min of meer gelijktijdig.

Verder krijgt de bezoeker te zien wat er uit het impressionisme voortkwam (Cross, Moret, Gauguin) en wat er direct aan voorafging: onder de titel ‘Met de ezel naar buiten’ is er een zaaltje gewijd aan de School van Barbizon. De Barbizonschilders waren de eersten die in de open lucht met een losse toets probeerden kortstondige stemmingen vast te leggen. Zo effenden zij het pad voor de impressionisten, die nog vluchtiger effecten nog losser schilderden.

Overigens zijn de hier getoonde Barbizonschilderijen waarschijnlijk niet buiten gemaakt, behalve (misschien) een schilderijtje van Díaz de la Peña en een olieverfschets van Daubigny in de volgende zaal. Corot ging inderdaad ‘met de ezel naar buiten’, zoals blijkt uit de zonovergoten olieverfstudies van hem waarmee bijvoorbeeld verschillende zalen van het Louvre in Parijs zijn gevuld, maar de Corots die nu in de Hermitage hangen zijn alle vier typische atelierstukken, grijsgroen en lichtloos.

Daubigny’s De vijver (1858) is een binnenschilderij waarin wél een aardige dosis buitenlucht hangt, ongetwijfeld onttrokken aan ter plekke gemaakte schetsen. Maar over dergelijke plein-air-studies beschikt de Hermitage blijkbaar niet of nauwelijks: anders waren ze hier wel ingezet om het verhaal van de eerste buitenschilders te illustreren.

Wat voor het Barbizonzaaltje geldt, geldt ook voor andere onderdelen van de tentoonstelling. De Hermitage Amsterdam is niet het ‘petit Musée d’Orsay aan de Amstel’ geworden waarvan een medewerker repte tijdens de persbijeenkomst. Er is maar weinig te zien dat zich met de topstukken in dat Parijse museum kan meten. Zelfs het impressionisme uit de titel is niet sterk vertegenwoordigd: afgezien van een typische Pissarro en een zomerse vroege Monet (die dan ook het affichebeeld is) heeft de Hermitage van de grote namen niet het beste werk. Het idee van de tentoonstellingsmakers om lekker veel context te laten zien zal deels uit nood geboren zijn.

Intussen is het toch een buitenkansje om zo dicht bij huis te kunnen bekijken wat er zoal van de impressionisten en hun tijdgenoten in de Hermitage is. Het is ook interessant om in de catalogus te lezen hoe die Franse kunst in Rusland terechtkwam en hoe daar voor elke stijl of stroming wel een verzamelaar warmliep. Dankzij die collectioneurs kan er nu, ook in Amsterdam, een heel breed beeld worden gegeven.

    • Gijsbert van der Wal