Opinie

    • Maarten Schinkel

Akte voor een geldwolf in schaapskleren

Breng de buurman aan de bedelstaf, zo werd in de jaren dertig de reflex genoemd waarbij steeds meer industrielanden zich probeerden te redden uit de Grote Depressie ten koste van de andere. Handelsbeperkingen werden afgewisseld met concurrerende devaluaties van de munten, waarbij het loslaten van de gouden standaard het destijds heersende internationale monetaire systeem ten gronde richtte. Nederland was er destijds laat mee, hetgeen premier Colijn op felle kritiek kwam te staan. In 1936 was Nederland zelfs één dag lang het enige land dat zijn munt nog aan het goud koppelde.

Die traditie is al lang losgelaten. Zeker sinds de gasbel werd ontdekt ontpopte Nederland zich als een economie met een structureel handelsoverschot. Het ging vervolgens de euro in met een ondergewaardeerde gulden, waardoor een oneigenlijk concurrentievoordeel voor jaren onwrikbaar vast lag – en Nederland overigens in wezen werden opgezadeld met zulke ruime monetaire omstandigheden, dat de woningzeepbel er mede door werd bestendigd.

Het wordt nog erger. Als het zo is dat de eurocrisis er ten dele een is van een disbalans tussen de deelnemende landen, dan blaast Nederland zijn partijtje ijverig mee. Begin deze week berichtte De Nederlandsche Bank dat in het eerste kwartaal het overschot op de Nederlandse betalingsbalans (het saldo van geldstromen over de grens) is gestegen tot 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is gigantisch. Alleen landen tjokvol met olie, zoals Noorwegen, overtreffen dit.

Zo bezien is Nederland met afstand de grootste geldwolf van de gehele eurozone. De OESO voorziet voor heel 2012 een Nederlandse overschot van 9 procent en voor volgend jaar een overschot van 9,7 procent. Maar die prognose werd gedaan vóór de veel hogere cijfers over het eerste kwartaal.

Om te onderstrepen hoe belangrijk de balans is binnen de eurozone, is door de lidstaten eind vorig jaar afgesproken dat er voortaan per land tien economische indicatoren worden bijgehouden, waarin bepaalde grenswaarden niet mogen worden overschreden. De betalingsbalans is er één van. Het alarm gaat af bij een tekort van 4 procent van het bbp, en een overschot van 6 procent. Nederland zat in het eerste kwartaal op meer dan het dubbele.

Toch is er nog geen procedure gestart (met theoretisch een uiteindelijke boete van 0,1 procent van het bbp) om Nederland in het gareel te krijgen. Daar geeft de score op de andere negen punten (werkloosheid bijvoorbeeld) kennelijk geen aanleiding toe.

Nu kan je een economie er moeilijk de schuld van geven succesvol te zijn: het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans weerspiegelt voor een belangrijk deel het overschot op de handelsbalans. Moeten Nederland dan expres minder concurrerend worden, of plotseling waardeloos zaken gaan doen over de grens?

Dat niet, maar De Nederlandsche Bank geeft wel een pijnlijke suggestie voor de reden dat het betalingsbalansoverschot explodeert: de binnenlandse bestedingen in Nederland zakken ver in. We blijven verkopen aan het buitenland, maar kopen zelf relatief steeds minder van de anderen. De oorzaak daarvan zijn vooral lastenverhogingen die het besteedbaar inkomen aantasten. Dat kan dus nog wat worden als het Lente-akkoord ook nog in werking treedt.

De moraal: de Nederlandse regering doet helemaal niets aan het oplossen van de eurocrisis in macro-economische zin. Zij maakt haar alleen maar erger. En dan klagen dat zij steeds meer geld kwijt is aan het ondersteunen van de zwakke landen.

    • Maarten Schinkel