Zijdezacht zangtalent Rumer

Succes maakt de Britse zangeres Rumer niet gelukkig. Het liefst wordt ze onzichtbaar.

226564_KW_Rumer3

Schrijven mannen een ander soort popsongs dan vrouwen? Zijn ze stoerder, directer of misschien juist gevoeliger? Zangeres Rumer (pseudoniem van de 33-jarige Sarah Joyce) onderzoekt die kwestie op haar nieuwe album Boys Don’t Cry, waarop ze nummers van mannelijke singer-songwriters uit de jaren zeventig vertolkt. Sommigen zijn bekend: Neil Young en Bob Marley. Anderen bleven obscuur maar schreven tijdloze songs, zoals de Engelsman Clifford T. Ward die zich voor zijn prachtige Home thoughts from abroad liet inspireren door de negentiende-eeuwse dichter Robert Browning.

Haar eigen talent voor het schrijven van hartroerende popsongs kwam in 2010 aan het licht op haar debuut Seasons Of My Soul. Het immense succes van dat album bracht haar in verlegenheid, temeer omdat haar muziek tot vervelens toe werd vergeleken met die van Karen Carpenter, Dusty Springfield en Carole King. „Oké, ik ben een vrouw”, zegt ze vinnig. „Maar ik luister van jongsaf evengoed naar mannen. Een goede songtekst neemt je bij de hand en wijst hoe het verder moet.”

In de huidige fase van haar leven kon ze die gidsende hand goed gebruiken, vertelt ze daags na een indrukwekkend concert in Londen. Het succes van Seasons Of My Soul heeft haar weinig goed gedaan. De breuk met producer en co-componist Steve Brown kwam als een klap en door het reizend bestaan liep haar relatie op de klippen. Liefdesverdriet mag doorgaans een goudmijn zijn voor een songschrijver; zelf kwam ze er niet toe haar persoonlijke ellende in teksten te vangen.

Werkster

Liever leent ze haar betoverende stem aan A man needs a maid van Neil Young, over de onmogelijkheid van ware liefde bij gebrek aan volledige overgave. „Ik identificeer me met Young die net als ik werd overvallen door succes, maar die te kampen kreeg met ernstige rugklachten en twijfel over zijn plek in de wereld. Indertijd was het een controversieel nummer, omdat feministen vielen over het feit dat hij de vrouw afschilderde als een werkster die zijn huis mocht komen schoonmaken. Maar ik snap de achterliggende gedachte. Als je geleefd wordt door succes, is je geliefde niet meer dan een verpleger die jou met goede zorgen achterna loopt. Het is een lied dat schreeuwt om liefde.”

Ze kijkt somber voor zich uit, terwijl de regen tegen de ramen van het theehuis in het Londense Regent’s Park klettert. Drie jaar geleden zag haar leven er nog veel rooskleuriger uit, toen ze haar baan als medewerkster bij een helpdesk voor elektronische apparatuur kon opzeggen om haar schouders onder zelfgeschreven songs als Slow en Aretha te zetten. Haar artiestennaam koos ze als eerbetoon aan Rumer Godden, de favoriete schrijfster van haar moeder met wie ze uit Pakistan naar Engeland was geëmigreerd. Als kind van een Pakistaanse vader en Britse moeder liep ze in Londen tegen vooroordelen op. Muziek werd haar redding. Haar talent werd al vroeg onderkend door de gelouterde songschrijver Burt Bacharach, die haar op weg hielp met bemoedigende woorden.

Haar muziek ligt gemakkelijk in het gehoor maar is niet vrijblijvend. Met haar troostrijke stem – de troost die ze zichzelf niet kan bieden – vangt ze soul en emotie in een toegankelijke, zijdezachte stijl. De bron om zelf liedjes te schrijven is beslist niet opgedroogd, verzekert ze, maar op dit moment lag het meer voor de hand om naar muziek van anderen te reiken. Ze is trots op haar versie van Soulsville van Isaac Hayes, die live wordt uitgebouwd tot volle gospelsterkte in wisselwerking met haar zwarte damestrio. „Hayes schreef het nummer in de turbulentie van het Amerikaanse gettoleven. Het laat zich eenvoudig vertalen naar het multiculturele Londen van nu. Ook bij ons is er soms onrust op straat, bij het Notting Hill Carnival bijvoorbeeld. De indruk die overblijft is van een stad met een ziel waar echt geleefd wordt.”

Het is haar missie om vergeten songs naar een groter publiek te brengen. Het fraaie P.F. Sloan van Jimmy Webb bijvoorbeeld, naar de gelijknamige zanger die zich zelden liet zien. „Zo onzichtbaar zou ik ook willen zijn”, verzucht Rumer. „Maar mijn platenmaatschappij verwacht dat ik opdraaf voor radio- en televisieoptredens. Gisteren stond ik in het middelpunt van de belangstelling, met tientallen mensen om mij heen die de techniek regelden en die zorgden dat ik er goed uitzag voor de camera’s. Toen ik na afloop onder de douche vandaan kwam was er niemand meer. Die vreselijke eenzaamheid kleurt mijn muziek.”

‘Boys Don’t Cry’ is verschenen bij Warner: alleen de ‘Special Edition’ bevat de genoemde songs van Neil Young en Bob Marley. Concert 8 juli in de Amazon-zaal, 22.30 uur.

    • Jan Vollaard