Wat moet je met FNV die zichzelf opbreekt?

Het openingsscherm op mijn pc op de redactie in Rotterdam is een foto van FNV-voorzitter Agnes Jongerius. Op de foto krijgt ze een gouden tomtom van een man met een oranje FNV Bondgenoten hesje. Prominent in beeld is een bord met de tekst ‘Agnes Kom Thuis’. Op een ander bord staat ‘Willem of Wientjes’. De laatste is de werkgeversvoorzitter.

Maar wie is Willem?

M’n beste gok...Willem Drees?

In Het Parool, haalde Jongerius vorige week nog eens haar gram. „Die actie was geproduceerd, voorbereid. Toch wist niemand wie de opdracht had gegeven.”

De tomtom moest Jongerius afbrengen van het pensioenakkoord dat zij op 4 juni 2010 met de werkgevers had gesloten om AOW en pensioenen ingrijpend te wijzigen. Het akkoord moest de basis leggen voor afspraken met het nieuwe kabinet, van welke politieke snit dan ook, dat na de verkiezingen van 9 juni geformeerd zou worden. Het pensioenakkoord zou misschien wel een vergelijkbare faam krijgen als het akkoord van Wassenaar, waarin vakbonden en werkgevers met loonmatiging, arbeidsduurverkorting en winstherstel in 1982 de uitweg vonden uit de economische depressie. Dat was de basis voor wat later het prijzen winnende poldermodel zou heten.

Op de foto is oranje dé kleur, dé Nederlandse kleur van saamhorigheid. Maar niet bij de FNV. Morgen is de laatste werkdag van Jongerius als FNV-voorzitter en van Peter Gortzak als vice-voorzitter.

Jongerius werkte 25 jaar bij aangesloten bonden en de vakcentrale, Gortzak ruim 30 jaar.

Hun vertrek maakt de weg vrij voor De Nieuwe Vakbeweging, de werknaam van een centrale die de FNV opbreekt en zelf een tomtom kan gebruiken. Bonden haken af (ouderenbond Anbo) of doen mee onder een soort voorbehoud, zoals FNV Bondgenoten, de grote bond in de commerciële sector.

De paleisrevolutie tegen Jongerius en het bellenblazen over de interne organisatie (eerst de grote bonden opsplitsen, dan weer niet) zorgen voor verval van macht en invloed. Op 3 oktober 2004 wisten de bonden nog 300.000 mensen op het Amsterdamse Museumplein te verzamelen tegen aantasting van vervroegd uittreden. Dat was een verworvenheid van het akkoord van Wassenaar, maar steeds kostbaarder en onhoudbaar.

Het was een laatste hoera. De opvattingen in de samenleving én de politiek over de noodzaak van langer werken gingen eerst langzaam, vervolgens razendsnel verschuiven. Zelfs de SP, de partij van de campagne ‘65 blijft 65’, moet nu erkennen dat verhoging van de AOW-leeftijd onontkoombaar is.

Samenleving en economie zijn veranderd, met langer leren, langer leven en langer werken. De FNV bleef dat lang negeren. De gestegen en de verder stijgende levensverwachting is een verworvenheid van de naoorlogse welvaart en van de verzorgingsstaat, die de vakbonden mede vorm hebben gegeven. Dat schept verplichtingen om bij de tijd te blijven, niet om de tijd stil te zetten.

Het pensioenakkoord was een doorbraak naar de nieuwe realiteit. Maar ‘beeldvorming’, zoals het casinopensioen, en guerilla-streken à la de gouden tomtom bleken effectiever te zijn dan de officiële tekst en uitleg van Jongerius en Gortzak. Juist het vormgeven en beheren van de collectieve pensioenen (800 miljard euro) is een van de laatste maatschappelijke domeinen waar de vakbonden nog machtig zijn. Juist daar heeft de FNV een interne strijd met louter verliezers uitgevochten.

Wat moet je nog met de oude onderhandelaars van de nieuwe vakbeweging die juist op een van hun laatste kernterreinen zoveel macht en invloed verspelen.

Menno Tamminga

    • Menno Tamminga