Tijd vinden die je kwijtraakte

Guy Cassiers lijkt zich met zijn toneelversie van Robert Musils Der Mann ohne Eigenschaften te verzetten tegen de snelheid van leven van de hedendaagse mens.

Scène uit ‘De man zonder eigenschappen’ Foto Koen Broos

Theatermaker Guy Cassiers (1960) bewerkte Op zoek naar de verloren tijd, de roman van Marcel Proust, ooit voor toneel. Maar daarmee was zijn zoektocht naar een manier om de tijd stil te zetten, om het verleden naar het heden te halen nog niet voltooid. Met de marathonopvoering van de trilogie De man zonder eigenschappen dit weekend op het Holland Festival dwingt hij een totaal andere tijdsbeleving bij de toeschouwer af.

Experimenteren met tijd is populair onder theatermakers. De ene theatermarathon volgt tegenwoordig op de andere; met Mehmet de veroveraar van de Toneelmakerij (duur: 4,5 uur) is er nu zelfs eentje voor kinderen. Maar ook ‘gewone’ voorstellingen mogen even duren: een Platonov van dik vier uur (Alvis Hermanis bij de Münchner Kammerspiele), of De Russen! van Ivo van Hove bij Toneelgroep Amsterdam van bijna vijf.

In plaats van te concurreren met de vaart van het dagelijks leven, lijken theatermakers daar steeds vaker doelbewust tegenin te gaan. Ze beseffen blijkbaar de uitzonderlijke toestand waarin de toeschouwer van toneel zich bevindt en proberen die optimaal uit te buiten: moedwillig overgeleverd aan hun tempo, geen enkele afleiding binnen handbereik.

Misschien dat daar bij een bepaald publiek ook wel behoefte aan bestaat. Om nu eens niet gelijktijdig in de krant te bladeren, te Facebooken, en het journaal te kijken, maar de onverdeelde aandacht een tijdlang op één zaak te vestigen. Niets anders dat moet dan kijken, concentreren, denken, ervaren. Louterend, bijna therapeutisch kan dat zijn. Zoals Tarkovski ooit al zei (maar dan over film): in het theater kunnen we de tijd terugvinden die we door te leven zijn kwijtgeraakt.

Een regisseur als Van Hove anticipeert binnen de vijf uur die De Russen! duurt wel op de verkorte aandachtsboog van zijn publiek en onze gewenning aan snelheid en spektakel: met video, muziek en effecten creëert hij een theaterervaring die zich kan meten met een Hollywoodfilm. Cassiers doet in De man zonder eigenschappen bijna het omgekeerde: ook hij staat bekend om zijn gebruik van video, maar bij hem gaat vrijwel alles traag: elke scène een tableau vivant, ieder beeldje gestileerd. Acteurs spelen tegen hun eigen energie in, onderdrukken die doorlopend. Zo ontstaat een vertraging die toch onder spanning lijkt te staan, die scherp houdt, en concentratie afdwingt. Alle tekst wordt doelbewust traag en op gedempte toon uitgesproken.

De man zonder eigenschappen is Cassiers’ toneelbewerking van de gelijknamige roman (1930-1932) van Robert Musil, het beroemde, onvoltooide magnum opus over de ondergang van het Oostenrijks-Hongaarse rijk aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. In het eerste deel van Cassiers’ trilogie, De Parallelactie, bereidt een groepje Weense edelen de viering voor van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Josef I. Dat is een stroperig, corrupt proces waar Cassiers, heel lichtjes, met een verre echo van ironie, de draak mee steekt. Hij heeft goed de overeenkomsten gezien met onze tijd: oude waarden worden in hoog tempo failliet verklaard, mensen klampen zich uit onzekerheid vast aan protocollen en conventies, of leveren zich subiet uit aan een sterke nieuwe leidersfiguur, een verlosser.

Cassiers toont daarbij videoprojecties van Da Vinci’s Het Laatste Avondmaal, en James Ensors De Intrede van Christus in Brussel. De verwijzingen naar politici als Bart De Wever of Geert Wilders zijn evident. Maar verder blijft de analogie steken in de anekdote. De vorm is interessanter: Cassiers toont een wereld in chaos in een uiterst afgewogen, hyperbeheerst format.

Gedurende de trilogie beweegt Cassiers van breed naar smal, van samenleving naar individu, om te eindigen met een minutieuze studie van de menselijke psyche. Intussen beïnvloedt hij met zijn dwingende vormtaal en de door hem opgelegde tijdsbeleving ook de psyche van zijn publiek.

Het trage, gelijkmatige ritme van de handeling, de zachte, wiegende toon waarop alle woorden uitgesproken worden, het heeft iets hypnotiserends. En ondanks dat de boog op toneel strak gespannen blijft, is het bijna onmogelijk niet af en toe even weg te zakken, in vreemde, film noir-achtige dromen. Na het ontwaken raken narratief, chronologie en tijdsbesef, zowel op toneel als in de zaal, steeds verder verward. Over welke tijd gaat het? In welke tijd leven wij nu? Is het buiten donker of licht, is het tijd om te slapen of om te ontwaken?

In die verwarde staat sijpelen Cassiers’ beelden je hoofd binnen om zich daar stevig te nestelen. Een verdronken vrouw in een troebel aquarium, de surrealistisch uitvergrote details van Ensors macabere maskers, de sculpturale theaterkostuums van Valentine Kempynck, de hel verlichte discoscène in deel twee. Zijn dit echte ervaringen? Droombeelden? Hallucinaties, flarden van een film? Hoe dan ook staan ze je na afloop uiterst helder voor de geest, alsof je het allemaal heb meegemaakt. Je heb er nieuwe herinneringen bij gekregen. Zo rekt Cassiers de tijd op, in het theater, en daarbuiten.

Musil-marathon, zaterdag 23 en zondag 24. Deel 3 op vrijdag 22. De voorstellingen zijn ook los te bekijken. Inl.: hollandfestival.nl.