Rekenkamer: vele garanties maken overheid kwetsbaar

De overheid loopt steeds grotere financiële risico’s, maar voor de Tweede Kamer is de omvang hiervan onduidelijk. In vier jaar tijd zijn alleen al de overheidsgaranties verdubbeld tot 465 miljard euro.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in zijn vandaag verschenen rapport Risico’s voor de overheidsfinanciën. Daarin wordt een overzicht geboden van de risico’s die de overheid loopt. Die bestaan deels uit expliciete garanties, bijvoorbeeld de Nationale Hypotheekgarantie of de gegarandeerde leningen aan Griekenland, Portugal en Ierland. Bij elkaar zijn die garanties toegenomen tot 77 procent van de omvang van de nationale economie. In 2008 lag dat percentage nog op 42 procent.

In een toelichting stelt collegelid Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer dat Nederland veranderd is van een verzorgingsstaat in een garantiestaat. „Regelingen voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid zijn versoberd, tegelijk zijn daar grotere financiële risico’s voor teruggekomen.”

Door de oplopende schulden in Europa neemt de weerbaarheid van de Staat tegen de financiële risico’s af. Daar komt bij dat Nederland een open economie heeft en een grote financiële sector. „Wij zijn kwetsbaar”, zegt Vendrik.

Reden te meer, volgens de Rekenkamer, voor de Tweede Kamer om de risico’s zoveel mogelijk in de gaten te houden. Niet alleen de expliciet afgegeven garanties vormen voor de overheid een risico. Er bestaan ook impliciete risico’s, waarvan de maximale omvang veel moeilijker is te bepalen. Dat geldt bijvoorbeeld op het moment dat het financiële systeem in gevaar komt, zoals dat in 2008 gebeurde.

Verder onderscheidt de Algemene Rekenkamer ook trendmatige risico’s. Zo nemen door de vergrijzing de uitgaven aan AOW en zorg toe. Verder dragen ook tegenvallende pensioenuitkeringen een risico in zich: als op termijn de pensioenuitkeringen tegenvallen, geldt dat ook voor de belastingopbrengsten.

De Rekenkamer adviseert het ministerie van Financiën geregeld een overzicht van alle risico’s en garanties naar de Kamer te sturen. Maar het departement laat in het rapport al weten dat advies niet over te nemen. Volgens Financiën bieden bestaande rapporten voldoende inzicht en zijn nieuwe publicaties alleen noodzakelijk als zich „een behoorlijke verandering” voordoet.

Met name in de discussies rond de euro speelt de omvang van garanties een belangrijke rol. Eerder deze maand ging de Tweede Kamer akkoord met deelname aan het Europese Stabiliteitsmechanisme, waarbij Nederland – los van een bijdrage in contanten van 4,5 miljard – een garantie afgeeft van 35,5 miljard. In totaal is voor Europese noodfondsen en het IMF voor ruim 150 miljard euro aan garanties afgegeven.

De garanties voor de nationale woningmarkt zijn groter. In totaal staat de overheid voor 228 miljard euro borg. Voor het grootste deel betreft dit de Nationale Hypotheekgarantie. Vendrik vraagt zich af of die garantie niet te vaak wordt gegeven. „Die regeling dekt nu 70 procent van de nieuwe hypotheken.”