'Nederland is kwetsbaar'

De overheid staat graag garant, zo lijkt het. Onder- tussen stapelen de risico’s zich op. „Als het mis gaat kunnen de gevolgen groot zijn”, zegt Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer.

Niet meer een verzorgingsstaat, maar een garantiestaat. Dat is Nederland volgens Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer geworden. „De overheid heeft de sociale risico’s voor zich zelf teruggebracht door regelingen voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid te versoberen. Tegelijk zijn daar grotere financiële risico’s voor teruggekomen.”

Garant staan doet de overheid graag, zo lijkt het. Garant staan voor een hypotheek, voor een euroland in problemen of als ING dreigt om te vallen. Momenteel heeft de overheid voor zo’n 465 miljard euro aan garanties uitstaan. En die lijken per definitie gratis, maar zijn het niet. „Als het mis gaat, kunnen de gevolgen groot zijn”, aldus collegelid Vendrik.

Die boodschap stuurt de Rekenkamer vanmiddag naar de politiek: wees bewust van alle risico’s die wij lopen en betrek die in je beleid. Bijvoorbeeld door geregeld te bekijken of die garanties nog wel nodig zijn. En of ze niet kunnen worden afgebouwd.

Vendrik: „Nederland is een zeer open economie met een grote financiële sector. We zijn sowieso erg kwetsbaar tijdens financiële en economische crises. Sinds 2008 zijn daar grote expliciete garanties bijgekomen, waardoor het risicoprofiel van de overheid groter is geworden.”

Nu lijken de risico’s nauwelijks een rol te spelen in het beleid. Ze hangen misschien als een donkere wolk boven de overheid, maar dat is het dan. Met het rapport Risico’s voor de overheidsfinanciën verschijnt voor het eerst een overzicht van alle garanties die er uitstaan en risico’s die we lopen.

„Zo’n overzicht heb je nodig voor de beheersing”, aldus Vendrik. „Het is nu aan de minister van Financiën om dit initiatief over te nemen. Het parlement heeft met regelmaat zo’n actueel overzicht nodig.”

De expliciet verstrekte garanties hebben inmiddels een omvang bereikt van driekwart van de Nederlandse economie. Daarbij gaat het om borg staan bij mogelijk omvallende woningcorporaties of garanties voor Europese noodfondsen.

Maar bij die 465 miljard blijft het niet. „Er zijn ook impliciete garanties waarvan de omvang veel moeilijker te geven is. Zoals die voor de financiële sector. En dan zijn er ook nog voorzienbare risico’s, zoals de toekomstige uitgaven rond zorg en pensioenen.”

Aanvankelijk zou het rapport van de Rekenkamer dit najaar verschijnen. Maar de nationale controleur van de overheid wil eigenlijk ook dat de garanties en risico’s een rol spelen bij de verkiezingen. Dat politieke partijen die in hun achterhoofd houden als zijn met plannen voor de toekomst komen. „We hopen dat dit rapport leidt tot nieuwe inzichten en dat het nuttig is bij de kabinetsformatie.”

Wat de Rekenkamer betreft worden de garanties geregeld geëvalueerd en waar mogelijk teruggebracht. Neem bijvoorbeeld de garanties voor de huizenbezitters met een nationale hypotheekgarantie. Als een huiseigenaar niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen, staat uiteindelijk de overheid borg. Daarbij gaat het om zo’n 140 miljard euro. „Die regeling dekt nu 70 procent van de nieuwe hypotheken. Dat roept vragen op over de noodzaak van zo’n brede regeling.”

De reactie van het ministerie van Financiën, opgenomen in het rapport, op de bevindingen van de Rekenkamer is zuinig. Zo wil minister De Jager (CDA) niet toezeggen de Kamer voortaan een integraal beeld te schetsen van alle risico’s. „Ik wijt dat vooralsnog aan de demissionaire status van de minister.”

Maar wil de politiek wel alle openheid over de gevaren die Nederland mogelijk te wachten staan? Premier Rutte corrigeerde vorige week CPB-directeur Coen Teulings nog toen die speculeerde over het mogelijk uiteenvallen van de euro. Daar praat een verantwoordelijk bestuurder niet hardop over, was de boodschap van Rutte. Vreest de politiek dat het probleem door al te veel openheid te groot wordt gemaakt? „Dat zou kunnen”, zegt Vendrik. „Maar ik snap de zorgen van Teulings heel goed.”

De risico’s hoeven niet per se tot een voorzichtiger beleid te leiden. Neem bijvoorbeeld de eurogaranties voor Griekenland en mogelijk andere zwakke eurolanden. Die komen nu uit op 150 miljard. Veel geld, maar de eigenlijke risico’s zijn nog groter. „De Nederlandse export is voor 80 procent Europees, met ook nog het accent op de zwakkere Zuid-Europese landen. Er zijn dus grote belangen om de eurocrisis te lijf te gaan. We zijn kwetsbaar.”

Die overwegingen moeten volgens Vendrik meespelen bij het besluit om al of niet het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) te steunen. Daardoor stijgen de garanties verder. „Alles heeft zijn prijs. Niet steunen van het ESM kan grote consequenties hebben.”

Dus eigenlijk is het rapport een pleidooi tegen het populisme? „Nee, het is een pleidooi voor realisme.”

Erik van der Walle

    • Erik van der Walle