Opinie

    • Hans Beerekamp

Loterij en bank als exploitant van dromers

Rabobankdirecteur Rik op den Brouw in ‘Hollandse zaken’ (MAX)

Een hardnekkig gerucht wil dat op het ministerie van Financiën de Staatsloterij wordt aangeduid als een vorm van belasting op domheid. Er is immers geen enkel rationeel argument dat het nut van gokken aantoont.

Maar als het voor het goede doel is, dan is dromen van plotselinge rijkdom wel zinvol, zo luidt de redenering van veel deelnemers aan de particuliere Postcodeloterij.

Dat wordt luidkeels aangemoedigd in door de goededoelenloterij gesponsorde televisieprogramma’s als Een tegen 100 (NCRV), maar ook in opdringerige uitingen van directe reclame, van het type „Wat is uw cadeau, J. B. Beerekamo?” Zes van de ontvangers van zo’n brief hebben nu bij de rechter uitbetaling weten af te dwingen van de beloofde prijs van 2.500 euro. Bood de Postcodeloterij excuses aan voor misleidende en onethische reclame? Integendeel: volgens het NOS Journaal ging ze juist in hoger beroep.

Nog slechter voor het publieke imago van een instelling die zichzelf als ethisch en verantwoordelijk presenteert, was het optreden van Rik op den Brouw, directeur particulieren Rabobank, in het programma Hollandse zaken (MAX). Die toonde moed door vrijwillig in de vuurlinie plaats te nemen, maar stond zo met zijn mond vol tanden dat het bijna plaatsvervangende schaamte wekte.

Hollandse zaken is min of meer de opvolger van Rondom 10 (NCRV), waarin Cees Grimbergen als een dompteur de volkswoede placht te mennen. In het nieuwe programma wordt iets minder door elkaar heen gepraat en probeert de redactie zich meer tot één enkele, exemplarische zaak te beperken, zoals vorige week een jonge vrouw die zich kleedt en gedraagt alsof ze in de jaren 30 leeft, als signaal dat er nostalgie naar oude normen en waarden in de lucht hangt.

Gisteren was de zaak dramatischer. Op 13 februari van dit jaar nam een 57-jarige klant van de Rabobank een dodelijk drankje in bij de personeelsingang van het filiaal in Leiden. Die dag zou zijn zelf gebouwde droomhuis geveild worden, omdat hij ruim 8.000 euro betalingsachterstand had op zijn hypotheek.

Zijn broer, vrienden en advocaat maakten nu in verschillende gradaties van woede de zaak in de media aanhangig, omdat de „vriendelijke dromer” daar in zijn afscheidsbrief om gevraagd had.

Een van de nabestaanden noemde de Rabobank „een criminele organisatie” en riep de kijkers op alle banken failliet te laten gaan.

Op den Brouw wilde niet op deze individuele zaak ingaan en kon dus ook niet toelichten hoe iemand met een jaarinkomen van ruim 10.000 euro een hypotheek van 600.000 euro had kunnen krijgen. In z’n algemeenheid is het ethisch om discreet te zijn, maar als de overledene en zijn familie erom vragen, dan is zwijgen dom.

    • Hans Beerekamp