Lessen uit het Lenteakkoord: wat is kiezersvriendelijk belastingheffen?

Nieuwsanalyse Auto en zorg zijn voor kiezers heilig en dus gevaarlijk voor politici. Maar waar de forenzentaks tot tumult leidt, is er geen sprake van groot verzet tegen 350 euro eigen risico in de zorg.

Een zeldzaam experiment met zaken waar burgers écht boos van worden. Dat zou je het Lenteakkoord met een recordbedrag aan lastenverzwaringen in 2013 kunnen noemen. En dat levert verrassende inzichten op. Want waar de forenzentaks tot grote ophef leidt, lijken ingrepen in de zorgverzekering – traditioneel een zeer gevoelig onderwerp bij kiezers – tot nu toe veel minder verzet te veroorzaken.

Neem de verhoging van het eigen risico in de gezondheidszorg naar 350 euro (nu is die 220 euro). Gisteren debatteerde de Tweede Kamer over de maatregel die de overheid volgend jaar 800 miljoen euro moet opleveren. De SP en PVV probeerden het vuur van maatschappelijk verzet op te stoken door uren spreektijd aan te vragen. De SP las voor uit de 2.800 e-mails die de partij van verontruste burgers ontving. Minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid) beantwoordde schriftelijk alle voorgelezen mails. Uiteraard morde patiëntenorganisatie NPCF over „gebrek aan visie” en „hapsnap-maatregelen”. Maar van breed verzet was de afgelopen weken geen sprake. Vanavond stemt de Kamer over de verhoging. Die is dan voor 2013 vrijwel zeker een feit; zorgverzekeraars passen er offertes en zorgpremies op aan.

Dat gebrek aan grote ophef is opmerkelijk want elke politicus in Den Haag weet: kom niet aan de zorg of de zorgverzekering. Die is voor kiezers heilig. Vorig jaar nog waren er demonstraties tegen de bescheiden verhoging van het eigen risico en de bezuiniging op persoonsgebonden budgetten, die het kabinet-Rutte doorvoerde. In 2010 stonden nog alle partijen op hun achterste benen toen de economen van het Centraal Planbureau opperden het eigen risico te verhogen naar 775 euro.

Hoe anders is dat bij de forenzentaks waartoe vijf partijen besloten. Er kwam zoveel protest dat GroenLinks, ChristenUnie en CDA in hun verkiezingsprogramma opschreven dat de maatregel deels moet worden teruggedraaid. Ook Rutte kondigde al aan dat de taks niet in het VVD-programma komt. De maatregel is voor die partijen een noodzakelijk compromis waar ze nog steeds achter staan, maar ze zouden hem het liefst afzwakken. Vanwaar dit verschil?

De forenzentaks schendt de basisregels van kiezersvriendelijk belasting heffen. Het is een zeer zichtbare en grote greep in de portemonnee van een specifieke groep die het gevoel heeft vooral bij te dragen en weinig te profiteren. Neem de grootte: het eigen risico wordt 130 euro hoger, maar de forenzentaks kan mensen tot zelfs duizenden euro’s per jaar kosten. Neem de zichtbaarheid: de forenzentaks voelen werkende en ondernemende Nederlanders direct in hun maandelijkse lasten, maar een hoger eigen risico is voor de meesten veel minder direct voelbaar. Alleen wie ziek is of wordt, heeft er last van. Het treft in eerste instantie vooral de chronisch zieken die sowieso veel zorg nodig hebben.

Daarbij kwam de forenzentaks uit de lucht vallen. De belasting stond op geen enkel lijstje van mogelijke ingrepen. Over een hoger eigen risico wordt al jaren gesproken, door politieke partijen en de adviesorganen van de regering. De vijf partijen van de Kunduz-coalitie (VVD, CDA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie) haalden de angel uit de ingreep door de huisarts uit te zonderen: die blijft gratis. Bovendien bezweert minister Schippers dat lage inkomens worden gecompenseerd.

Het hogere eigen risico is wellicht ook acceptabeler omdat het een reële ingreep is voor een reëel probleem: de snel stijgende kosten van de gezondheidszorg. Die slaan de komende decennia een gat in de overheidsfinanciën, zo concludeerden hoge ambtenaren, het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank vorige week opnieuw. Een eigen risico van 350 euro lost dat probleem niet op. Er moet nog veel meer gebeuren. De trend in al die adviezen is al jaren dat patiënten meer moeten gaan betalen voor de zorg die ze krijgen.

De echte test voor de ingreep in de zorgverzekering komt echter pas bij de verkiezingen op 12 september. SP en PVV zullen er hard campagne tegen voeren.