Koude Oorlog rondom Syrië

Sinds Vladimir Poetin voor de derde maal president van Rusland is geworden, is hij slecht gehumeurd en gedraagt hij zich bot. Met name jegens de Verenigde Staten. De stemming wordt vooral bedorven door het onbeheersbare geweld in Syrië, de enige springplank die Rusland in het Midden-Oosten heeft. Een foto van Poetin en Barack Obama tijdens de topconferentie van de G20 in Mexico illustreerde de verziekte betrekkingen deze week fraai: ze hebben geen zin in praten.

Dit beeld roept herinneringen op aan de Koude Oorlog. Ook in woord lijken Russen en Amerikanen zich aan die tijd te spiegelen. Het vredesdividend van ná de Berlijnse muur en 9/11 is in Syrië nergens te vinden.

Toen Obama begin dit jaar Michael McFaul als ambassadeur naar Rusland uitzond, leek dat een stimulans voor de ‘reset’ van de bilaterale betrekkingen. McFaul, geen diplomaat maar Ruslandkundige, was de geestelijke vader van zo’n ‘herstart’. Het pakt tot nu toe averechts uit. Vanaf dag twee in Moskou, toen McFaul een groep oppositionelen op de thee ontving, woedt er een soort guerrilla tussen de onconventionele gezant en de autoriteiten.

Het is een kopie van de strijd die rond Syrië gaande is. Getergd door de te ruime interpretatie die het Westen gaf aan de ‘no-flyzoneresolutie’ over Libië, blokkeert Rusland gezamenlijk optreden in Syrië. Ook het mislukken van de missie van Kofi Annan, die namens VN en Arabische Liga een uitweg zoekt, heeft Moskou zich niet aangetrokken. De missie van Annan kwam uit de koker van de Russische regering. Maar Annan kreeg van Rusland niet de rugdekking die hij nodig had.

Intussen stapelen de beschuldigingen over en weer zich op. Die gaan vooral over wederzijdse wapenleveranties. Zoals de scheepslading met Russische helikopters voor de Syrische regering die op de Noordzee rechtsomkeert heeft gemaakt. Of het materieel dat via het Arabische schiereiland aan de gewapende oppositie in Syrië wordt geleverd. Onder auspiciën van de CIA, zoals The New York Times vandaag beschreef.

Het zijn echo’s uit het verleden. Maar er is wel degelijk een actuele vraag: hebben Rusland en Amerika plus westerse bondgenoten ook een alternatief voor Syrië zelf? De regering in Moskou spreekt niet met één mond. Op lager ambtelijk niveau is wel eens gezinspeeld op een vertrek van Assad. Maar het lukte minister Lavrov van Buitenlandse Zaken niet om Iran (partner van het door alawieten gedomineerde regime) erbij te betrekken. Washington, dat Iran niet aan tafel wil, heeft ook geen plan B. Het meest bruikbare idee is een vrijgeleide voor Assad in ruil voor zijn aftreden. Maar wat er daarna moet gebeuren? Niemand heeft een idee.

Oost en West draaien om elkaar heen. Beide wekken de indruk geen doorbraak te zien. Syrië is een geopolitieke pion. Hoe langer dat duurt, hoe ongewisser de toekomst. De gewone Syriërs zijn intussen de dupe.