keer NSJ 37

Paul Acket bedacht in 1976 het North Sea Jazz. De sandwichformule van het festival werd beroemd en berucht.

Trompettist Dizzy Gillespie met zijn United Nations Orchestra, North Sea Jazz, 1990 Foto Paul Bergen

De oprichter van het North Sea Jazz Festival, Paul Acket, was een man met een visie. Naast zijn werk als muziekredacteur en bedenker van diverse muziekbladen als Muziek Expres organiseerde hij al in de jaren vijftig diverse jazzconcerten in heel Nederland met zijn organisatiebureau, Impresariaat Paul Acket. Ook was zijn bureau hét boekingskantoor van veel Nederlandse popgroepen. In 1966 organiseerde Acket voor het eerst een jazzfestival in Nederland. Dat was het Newport Jazz Festival in Rotterdam, waar artiesten als Dave Brubeck, Sonny Rollins en Max Roach de sterren van de hemel speelden.

Tien jaar later, in 1976, vond de allereerste editie van het North Sea Jazz Festival plaats in Den Haag. Een driedaags festival waar 9.000 mensen in zes zalen naar jazznamen als Sarah Vaughan, het Count Basie Orchestra, het Ray Charles Orchestra, Sun Ra en Cecil Taylor luisterden. Dat was precies wat Acket voor ogen had toen hij op een zomervakantie in Frankrijk een jazzfestival in de openlucht van impresario George Wein bezocht. Daar werd op drie podia simultaan mainstreamjazz ten gehore gebracht. Acket vond het een prachtidee en regelde zes zalen in het Nederlands Congresgebouw in Den Haag voor zijn eigen festival.

In de periode 1976-1992 breidde North Sea Jazz zich in sneltreinvaart uit. Steeds meer artiesten kwamen ’s zomers in Den Haag langs voor een optreden op het gestaag groeiende muziekspektakel. North Sea Jazz werd een ontmoetingsplek voor jong en oud, voor modern en traditioneel. Musici bezochten concerten van bevriende collega’s, ontmoetten elkaar in de wandelgangen of in het hotel, terwijl bezoekers zich en masse op de breed uitgesponnen programmering stortten.

Exodus

Acket was terughoudend wat betreft het boeken van grote, trans-Atlantische namen. Populaire artiesten als Sting, midden jaren tachtig ook in de weer met een jazzbezetting, of zangeres Sade kwamen er bij hem niet in. Er zou een te grote rush komen op de kaarten, waarbij de echte jazzliefhebber het onderspit zou delven, zo redeneerde Acket. Pas ná het overlijden van Acket, toen eerst Paul Dankmeijer en vervolgens oud-festivaldirecteur Theo van den Hoek het roer overnamen, is daar verandering in gekomen.

De sandwichformule van het festival werd beroemd en berucht: jazz en aanverwante stijlen, gelijktijdig onder één dak, voor een breed publiek. Ook de wereldmuziek integreerde in het festival en juist grote sterren uit aan jazz verwante stromingen als soul, hiphop en r&b trekken nu de laatste twijfelaars over de streep.

Dertig jaar klonk er jazz in Den Haag, in alle tinten. Vervolgens was er in 2006 de exodus naar Rotterdam die een droomontknoping kreeg: musici en bezoekers waren razend enthousiast over het nieuwe onderkomen van het festival in Ahoy. De vrees voor afschuwelijke galm in ‘het beton van het Sportpaleis’, voor sfeer- en zielloze concerten bleek ongegrond. Voor Haagse nostalgie was geen reden. North Sea Jazz was gewoon beter af.

Dit jaar houdt het festival zijn 37ste editie.