Joodse kolonisten boeken nieuwe zege

Voor 30 illegaal gebouwde appartementen die worden gesloopt krijgen joodse kolonisten er 300 terug. Zij zijn toch niet tevreden en nemen wraak op Palestijnen.

Israeli children play next to tents that have been set up in the Jewish Ulpana neighbourhood, which is built on private Palestinian land within the Beit El settlement, near Ramallah on June 12, 2012. Israel's High Court has ordered the government to demolish the Ulpana outpost by July 1 in a move which has sparked huge opposition from the settlers and their supporters. AFP PHOTO/GALI TIBBON AFP

Het glas van de moskee is geblakerd en gebroken. Binnen kleurt een stuk tapijt roetzwart. Dinsdagochtend is – vermoedelijk door joodse kolonisten – brand gesticht in de moskee van het Palestijns dorp Jaba op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Op de buitenmuur zijn graffiti gespoten. Dorpeling Mahmoud Kayed weet niet precies wat er staat. „Iets over een nederzetting.” Hij kan het Hebreeuws niet lezen.

Er staat „prijskaartje” en „Ulpana oorlog”. Dat wil zeggen: dit is de prijs die de Palestijnen betalen voor hun poging via het Israëlische Hooggerechtshof hun bezit terug te krijgen. Onlangs oordeelde het Hof dat dertig appartementen van de wijk Ulpana in de nederzetting Beit El voor 1 juli moeten worden vernietigd omdat ze zijn gebouwd op land van Palestijnse boeren.

De oorlogsverklaring op de moskeemuur is gericht aan het adres van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die zei het vonnis te zullen uitvoeren.

Voorlopig blijft oorlog echter uit. Want een etmaal na de brandstichting in de moskee tekende Netanyahu een overeenkomst met de orthodoxe kolonisten. Zij krijgen, elders in Beit El, driehonderd nieuwe appartementen als zij volgende week vrijwillig hun huizen in Ulpana verlaten.

„Zo wordt de wet gehandhaafd én de kolonistenbeweging versterkt”, aldus de premier, die eerder deze maand al de bouw van 550 huizen in andere nederzettingen goedkeurde en het politieke besluitvormingsproces aangaande nederzettingen in het voordeel van de kolonisten hervormde.

Het Ulpana-akkoord wordt uitgelegd als de zoveelste knieval van de Israëlische regering voor de invloedrijke kolonistenbeweging. Israëls bondgenoten, de Verenigde Staten en Frankrijk voorop, reageerden gepikeerd. Volgens internationaal recht zijn alle joodse nederzettingen in bezet gebied illegaal en belemmeren ze de stichting van een Palestijnse staat en vrede in het Midden-Oosten.

In Israël is er ook lof voor de balanceeract van de premier. De premier kan immers de uitspraak van het Hof niet negeren, maar ook de kolonisten niet bruuskeren. De kolonisten zijn niet alleen diep in zijn Likud-partij geïnfiltreerd, het zijn ook zijn coalitiepartners, die met opstappen dreigen.

Bovendien moet Netanyahu oppassen voor gewelddadige confrontaties, zoals bij de ontruiming van de illegale buitenpost Amona in 2006, toen honderden kolonisten gewond raakten. Daarbij moet de premier waken voor onwelgevallige beeldvorming. De kolonisten trekken constant parallellen met razzia’s en nazi’s.

Om druk op de regering te houden hebben de kolonisten jongeren naar Ulpana gestuurd met autobanden, die goed branden. Ze hebben een stenen wegblokkade gemaakt en spandoeken opgehangen: „nooit weer Amona”. In een appartement is een geïmproviseerd leerlokaal gevestigd. In de tuin zitten jongens met keppeltjes in bankjes gebogen over bijbelteksten. Naast hen staat een cementmolen. Om de ramen van het huis als een bunker te kunnen dichtmetselen, merkt een leerling achteloos op.

Op de parkeerplaats van Ulpana hangen twee tienermeisjes met slotjesbeugels. Ze wonen in Petach Tikva – midden in Israël – en doen deze week eindexamen. Toch sliepen ze vannacht hier, in een tentje. Reut Rosenbaum (17), blonde krullen, kwam om de bewoners te helpen en om te protesteren tegen de ontruiming. „We laten zien dat we ons land niet zomaar opgeven.”

Het gaat haar niet zozeer om deze dertig appartementen, verdeeld over vijf gebouwen, ze is bang voor precedentwerking. Naar schatting 70.000 van de in totaal ruim 500.000 kolonisten wonen op privaat land van Palestijnen. Binnenkort staat ontruiming van de illegale buitenposten Givat Asaf en Migron op het programma. Rosenbaum vindt: alle land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan behoort de joden toe.

Dat het Hooggerechtshof anders besliste noemt ze „onredelijk en immoreel”. Omdat premier Netanyahu naar het Hof luistert, vindt ze hem „een slappeling”.

Dat vonnis hoeft hij helemaal niet te respecteren, zegt Rosenbaum. „Het Hof is geen democratische institutie, want het doet wat het zelf wil en het maakt ons land kapot.”

Brand stichten in de moskee van Jaba vindt Reut Rosenbaum ook niet goed, zegt ze. „Maar ik begrijp het wel. We moeten tonen dat de kolonisten de macht hebben.”

Sinds de regering aankondigde het vonnis van het Hof uit te zullen voeren, werden ook zeven Palestijnse auto’s in Oost-Jeruzalem beschadigd en zijn gebouwen beklad in een gemengd joods-Palestijns dorp in Israël. Daar stond, behalve „groeten uit Ulpana”, ook „dood aan de Arabieren”.

De waterbronnen van het dorp Dura al-Qara worden al jaren vernield en bevuild. Hier wonen de Palestijnse eigenaren van het land van Ulpana. Ze kunnen vanuit hun dorp hun grond zien liggen.

En daarbij zal het waarschijnlijk blijven, ook als de gewraakte huizen van Ulpana verdwijnen. Het is uitgesloten dat Palestijnen aan de rand van Beit El hun land kunnen bewerken. Te gevaarlijk.

Het kolonistengeweld is puur terrorisme, zegt Mahmoud Kayed, die niet kon lezen waarom zijn moskee in Jaba doelwit werd.

Nadat hij het verhaal van Ulpana heeft gehoord, wil hij nog één ding weten: „Als de kolonisten hun regering willen treffen, waarom verbranden ze geen synagoge?”

    • Leonie van Nierop