Japan koerst af op een crisis van de staatsschuld

De Japanse premier Yoshihiko Noda heeft een deal met de oppositie gesloten over het verdubbelen van de btw en het omlaag brengen van de staatsschuld, die al twee maal het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt. Op papier is dit een goed begin. Maar in het politieke klimaat in Japan is het ook een groot risico. Omdat de belastingverhoging het steeds groter wordende deel van de bevolking zal treffen dat bestaat uit oudere kiezers, kan het wetsvoorstel – of het nu wordt aangenomen of niet – Noda uiteindelijk zijn baan kosten. Daardoor zouden ook andere hervormingen in het gedrang komen, die nodig zijn om een crisis van de staatsschuld af te wenden.

Japan heeft twee grote, samenhangende problemen: de staatsschuld stijgt, terwijl de bevolkingsomvang daalt. De staatsschuld van 959,9 biljoen yen (9,5 biljoen euro) is de afgelopen vijftien jaar verdubbeld en bedraagt nu, afgezien van de Japanse leningen in het buitenland, ongeveer 125 procent van het bbp. Dankzij de langere levensduur en het dalende geboortecijfer vergrijst de bevolking – bijna 1 op de 4 Japanners is 65 jaar of ouder – en neemt zij in omvang af. Het aantal Japanners is afgelopen jaar met 0,2 procent gedaald en zal tegen 2060 met een derde zijn afgenomen. Japan kan al veel eerder met een begrotingscrisis à la Griekenland worden geconfronteerd als meer gepensioneerden gaan leven van hun spaargeld, waarmee nu nog de leningen van het land worden gefinancierd.

Het verhogen van de inkomstenbelasting zal waarschijnlijk niet veel zoden aan de dijk zetten in een land waarvan een groot en in omvang toenemend deel van de bevolking gestopt is met werken.

Een verdubbeling van de omzetbelasting zou leiden tot een daling van de nettoschuld in 2020 met 2,5 procent van het bbp, aldus schattingen van het IMF. Maar dat is niet genoeg om te voorkomen dat de schuld blijft stijgen. Om daarvoor te zorgen zou Japan het btw-tarief moeten optrekken naar 15 procent, de ondernemingsbelasting moeten verlagen, de pensioenleeftijd moeten verhogen en de belastingvoordelen voor huisvrouwen voor een deel moeten schrappen.

Geen van deze opties zal ouder wordende of al gepensioneerde kiezers aanspreken. De oppositiepolitici lijken van de partij van Noda de belofte in de wacht te hebben gesleept dat er in ruil voor hun steun snel verkiezingen zullen worden gehouden. Maar rebellerende parlementsleden in beide kampen kunnen de deal schipbreuk laten lijden, waardoor Noda zich gedwongen zou zien verkiezingen uit te schrijven. Hoe dan ook krijgen de markten een somber beeld voorgeschoteld: geen enkele Japanse regering lijkt in staat binnen afzienbare tijd iets te ondernemen tegen de aanstaande begrotingsnachtmerrie van het land.

Menno Grootveld

    • Wayne Arnold