Inzake Hübschman

Het is een ingewikkelde variatie op het Stockholm-syndroom. Sinds zondag hoor je bij de naam Cristiano Ronaldo ineens: „Hij is natuurlijk wel goed.” Maanden, nee járen wordt er gevit op het ventje dat alleen in de spiegel kijkt als hij in de rust zijn haar anders doet. Maar na twee doelpuntjes tegen Nederland – knap hoor! – is het ineens hosanna.

Let vanavond liever op de Tsjech Tomás Hübschman. Dat is zo’n speler wiens naam door de commentator vaak wordt verzwegen. („Nummer 17, wie is nummer 17 ook alweer?”) Hübschman leidt intussen de belangrijkste statistiek van het kampioenschap: elke acht minuten pakt hij een tegenstander de bal af – dat is even vaak als dat Portugese gelhoofd naast of over schiet.

Hübschman speelt al acht jaar bij Shakhtar Donetsk. De voorzitter van die club zit straks op de tribune. Vlak voor tijd gaat José Mourinho naast hem zitten. Hij geeft de voorzitter een getekende cheque met het logo van Real Madrid. „Vult u zelf het bedrag maar in.” Bij de mededelingen: ‘inzake Hübschman’.

Arjen Fortuin

    • Arjen Fortuin