Heerlijk, we zijn weer jazzstad

Dit Cultureel Supplement is geheel gewijd aan het North Sea Jazz Festival, dat op 6, 7 en 8 juli plaatsvindt in Rotterdam. Een driedaags evenement met jazz als hoofdmoot, en pop, soul en funk als fijne extra’s.

We voeren de voorpret op door gesprekken met rijzende sterren Gregory Porter en Fatoumata Diawara, en met muzieklegendes Tony Bennett en Nile Rodgers. We keren terug naar New Orleans, de bakermat van de jazz die nog steeds inspireert.

Nederland, Rotterdam, 09-07-2010. Optreden van Joshua Redman op North Sea Jazz in Ahoy. Het 3-daagse jazzfestival ging vandaag van start. Foto: Andreas Terlaak

Terwijl de Rotterdamse muziekpodia strijden tegen een negatief subsidieadvies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, puilt Ahoy over vijftien dagen weer een weekend lang uit met grote sterren uit de jazz en pop. Dan is Rotterdam weer even echt een jazzstad. Niet alleen in Ahoy op het North Sea Jazz Festival, maar een echte muziekstad met ritmes in de wijken en met dertien zalen, groot en klein, vol muzikaal spierballenvertoon of juist delicaat ontroerend.

Elke editie van North Sea Jazz zijn er weer nieuwe namen te ontdekken en kunnen we memorabele concerten noteren. Hoe de 91-jarige pianist Hank Jones een jaar voor zijn dood in 2010 met verbazingwekkende souplesse en precisie nog noten aan elkaar reeg. Van ouderdom was in zijn pianospel geen sprake. Of de 80-jarige saxofonist Sonny Rollins, twee jaar terug, eindelijk weer te horen sinds 1978. Stram en gebogen schuifelde de oude grijsaard met wilde haardos het podium op. En ineens ging hij verbazingwekkend vlammen: een grommend betoog met fantasie in lange halen.

De jazzklassieken. De oldtimers van de jazz. Je wilt ze zien voordat ze ons ontvallen, en eenmaal op het podium wil je horen of ze het nog kunnen. Dat voelt dit jaar zo bij de geplande optredens van Jim Hall, Benny Golson, Archie Shepp. En bij pianoreus McCoy Tyner met de saxofonist Ravi Coltrane, die misschien wel ondanks zijn beroemde achternaam een mooie eigen carrière aan het opbouwen is, nu onder de hoede bij Blue Note. En dan de eigenzinnige saxofonist Wayne Shorter of de oude pianist Ahmad Jamal, altijd spelend met ruimte en dynamiek.

De jazz sterft en is tegelijk zeer levend. Voorbij de bebop, voorbij de reanimatie van de zoveelste verschrikkelijk vaak uitgevoerde jazzstandard, rekt de jonge generatie musici de grenzen van de jazz flink op. Roots worden gemengd: de vurige New Orleans-trompettist die zich nu ‘Christian aTunde Adjuah’ noemt en op zijn nieuwe cd zijn Black Indian-roots laat doorklinken. Fascinerend mooi.

Vorig liet North Sea Jazz het concept van artist in residence los en deelde in plaats daarvan twee carte blanches uit, aan Kyteman en Amerikaanse altsaxofonist Rudresh Mahanthappa. Een mooi idee, dat artistiek gezien, met name door de eerste naam, eigenlijk niet ten volle werd benut. Nu is de huisartiest weer terug: jazzcat Joshua Redman (1969) gaat spelen in uiteenlopende bands. Een uitstekende keuze. Redman is een voortrekker van een generatie (Branford Marsalis, Roy Hargrove) die uitdagend speelt en avontuurlijk varieert in diverse bands. Altijd op zoek naar nieuwe geluiden. Tien was Redman toen hij met saxofoon begon, maar hij maakte van muziek pas zijn beroep nadat hij zijn studie sociologie voltooid had aan Harvard. Sinds hij in 1991 de Thelonious Monk Institute Award won, maakt hij furore met platen onder zijn eigen naam.

Joshua Redman zien en horen spelen is een genot. Zijn noten worden kracht bijgezet door een magnifiek kaarsrechte houding en ritmisch stotende schouders. En natuurlijk, geen nette liedjes met een kop en een staart, maar uitwaaierende verkenningen die jongensachtige bravoure koppelen aan lef.

Van zijn optreden met het Metropole Orkest verwacht ik weinig nieuws, anders dan de solist gedragen in de armen van een prima orkest. Uitkijken is het naar de akoestische James Farm, zijn band met moderne jazzpianist Aaron Parks. En Redmans nieuwe Sax Quartet beleeft zijn Nederlandse première. Zondag geeft hij een concert met de geestig brutale rockende jazzers van The Bad Plus. Gruizig, stekelig en bovenop de groove. Ideaal.

    • Amanda Kuyper