Gloeibougies

Het was een simpele taak: bij een paar autoverhuurbedrijven informatie inwinnen over het huren van een auto. Toch voelde het alsof ik me vrijwillig ging aanmelden voor een piramidespel, of mijn ING-wachtwoord ging geven als antwoord op een mail van een onbekende Nigeriaanse ‘zakenman’ die geld nodig heeft omdat zijn ‘miljoenen’ even bevroren zijn, maar

Het was een simpele taak: bij een paar autoverhuurbedrijven informatie inwinnen over het huren van een auto. Toch voelde het alsof ik me vrijwillig ging aanmelden voor een piramidespel, of mijn ING-wachtwoord ging geven als antwoord op een mail van een onbekende Nigeriaanse ‘zakenman’ die geld nodig heeft omdat zijn ‘miljoenen’ even bevroren zijn, maar me daarna rijkelijk wil belonen – het stond in ieder geval vast dat ik opgelicht ging worden.

Je bent compleet overgeleverd aan de genade van mannen in blauwe overall

Ik heb geen goede band met de autowereld. De autowereld en ik staan lijnrecht tegenover elkaar: ik aan de ene kant, auto’s, monteurs, rijlessen, korte invoegstroken, megarotondes, garages, winterbanden, verbrand rubber, Top Gear en de geur van benzine aan de andere kant. Alleen pluizige dobbelstenen zitten op het midden van de streep. En tankstations, omdat ik nu eenmaal een zwak heb voor klamme bolletjes met kaas. En Ryan Gosling uit Drive. Maar verder botert het totaal niet tussen ons, en probeer ik me zo min mogelijk in deze wereld te begeven.

Soms is het echter onvermijdelijk – en dan merk je weer hoe onhandig het is om niets van auto’s te weten. Je bent compleet overgeleverd aan de genade van mannen in pak of blauwe overall, die met een stalen gezicht beweren dat die Corsa uit ’89 nog wel vijfentwintig jaar mee zal gaan, of dat de gloeibougies nodig vervangen moeten worden. Op zulke momenten kan je alleen maar hopen dat gloeibougies ook echt bestaan, en dat jouw gestamelde reactie (’o nee, ik wil uiteraard niet met versleten gloeibougies verder, stel je voor’) niet nog een week lang de hoofdact is van de monteur die graag klanten imiteert.

Ik zou graag willen zeggen dat het allemaal anders ging, dat mijn wantrouwen een onverdiende klap in het onschuldige, verbaasde gezicht van de autoverhuurder was. Maar het gesprek ging zo:

Ik: „Hallo, ik wil graag een auto huren.”

Autoverhuurder: „Dan zou ik een Chevrolet nemen.”

Ik: „Ja? Een Chevrolet klinkt nogal groot.”

Autoverhuurder: „Ja, dat is best een grote auto.”

Ik: „Maar ik wil liever een kleine.”

Autoverhuurder (zonder van toon te veranderen): „Hij is best klein.”

Ik: „O. Oké. Ik wil er eigenlijk mee naar Frankrijk gaan rijden.”

Autoverhuurder: „Daar is-ie perfect voor. Hij heeft vooral een hele stabiele wegligging. Wel zo fijn op lange afstanden…” Dan voegt hij er aan toe: „Maar je kan ook de Ford Mondeo nemen. Die heeft pas écht een goede wegligging. Hij is wel wat duurder.”

Ik: „Ik wil eigenlijk niet duur. En ik wil klein.”

Autoverhuurder: „Dan moet je de Chevrolet nemen. Hij heeft alleen geen airconditioning. Maar hij heeft wel vier deuren.” Ik blijf hem hierop uitdrukkingsloos aankijken, dus hij vervolgt verduidelijkend: „Dan kan je de achterraampjes naar beneden draaien.” Als de man ziet dat ik nog steeds niet bepaald overtuigd ben, besluit hij zijn laatste troef in te zetten. Op zijn meest zakelijke toon zegt hij: „Maar dit model beschikt wel over…” – hij buigt zich ietsje naar me toe – „een gloednieuwe cd-speler.”