Fatsoenlijke mensen hebben het moeilijk in Griekenland

Petros Markaris: ‘Het oude politieke systeem van Griekenland is geïmplodeerd, nu moet iets nieuws vorm krijgen’/ Foto Giovanni Giovannetti

In het nieuwe boek van de populaire Griekse thrillerschrijver Petros Markaris onthoofdt een seriemoordenaar rijke bankiers. Een gesprek met de sociaal chroniqueur van een desintegrerend land. ‘Met hun armoede gooiden de Grieken ook hun waardigheid en deugden overboord.’

Inspecteur Kostas Charitos heeft in zijn loopbaan bij de Griekse politie het nodige meegemaakt, maar een seriemoordenaar die bankiers onthoofdt is ook voor hem nieuw. Charitos, een gezagsgetrouwe maar eigenwijze politieman die al jaren zwetend in een rammelende Fiat Mirafiori door Athene ploegt, kost het daarom moeite om de wereld van offshore-bedrijven en speculanten te bevatten. Hij is de hoofdpersoon in de boeken van de populaire Griekse thrillerschrijver Petros Markaris. Vroeger had je naast de corrupte politiek de bouwmaffia en de media (‘herkauwers’) – een redelijk overzichtelijke kongsi. In Achterstallige leningen (2010, nog niet vertaald in het Nederlands), het eerste deel van Markaris’ crisistrilogie, is daar een virtuele realiteit van speculanten en kredieten bijgekomen. Als achter een homobar ook het lijk van een Nederlandse medewerker van een internationale kredietbeoordelaar wordt gevonden, volstaan de woordenboeken niet meer die Charitos graag leest voor het slapengaan.

Petros Markaris (Istanbul, 1937) geldt als een chroniqueur van modern Griekenland; thrillerschrijver en sociaal commentator in één. Wie het leven van inspecteur Charitos in de tot nu toe zeven boeken volgt, ziet hoe het land de afgelopen decennia veranderde. Van de val van de Kolonelsdictatuur in 1974 en het eerherstel van communisten tot de bouwkoorts rond de Olympische Spelen in 2004.

Charitos is tevreden met een souvlaki en de gevulde tomaten van zijn vrouw, maar op aandringen van zijn schoonzoon heeft hij tegenwoordig airconditioning in zijn flat, gekocht op afbetaling. Zijn vrouw haalt hem over om voor de bruiloft van hun dochter een nieuwe auto te kopen. Niemand ontkomt aan de koopzucht.

Markaris schrijft met humor en mededogen, zelfs over daders. De moordenaar in het tweede boek uit de trilogie, het in 2011 in het Grieks verschenen Afrekening, is een soort Robin Hood die vermogende belastingontduikers omlegt. Een regelrechte aanklacht tegen de staat, die er maar niet in lijkt te willen slagen de rijken flink te laten meebetalen. De Griekse staat is wereldwijd de enige maffiaorganisatie die het voor elkaar heeft gekregen failliet te gaan, laat hij iemand aan het eind van het boek opmerken.

Maar in interviews is Markaris hard voor zijn landgenoten. Hij is in Istanbul geboren en ging naar een Duitstalige middelbare school. Daardoor zijn hem veel ‘Griekse complexen’ bespaard gebleven, zegt hij op de bank in zijn werkkamer in Athene. „Zoals de neiging om altijd in de slachtofferrol te kruipen.”

Inspecteur Kostas Charitos en zijn vrouw Adriani komen uit het Griekenland dat Markaris leerde kennen toen hij zich er in de jaren zestig vestigde. „Het leven was toen zwaar. Mensen waren arm. Niet vergelijkbaar met wat hier twee jaar geleden instortte, die virtual reality, maar écht arm. Tegelijk wisten ze daar waardig mee te leven en hun kinderen een opleiding te geven. Dat bewonder ik.” Ook Adriani weet tijdens de crisis twee keer zoveel uit het huishoudgeld te halen, zonder dat Kostas het verschil merkt.

Waardigheid

Tegelijk met de armoede gooiden Grieken ook hun waardigheid en deugden overboord, zegt Markaris fel. „En nu gaan ze terug naar de armoede, maar zónder de waarden van destijds. Ze dachten dat het leven gemakkelijk was, dat geld gemakkelijk kwam. Nu dat niet zo blijkt te zijn raken jongeren in paniek en zoeken ze een gemakkelijke uitweg. Dan stemmen ze bijvoorbeeld voor de radicaal-linkse coalitie Syriza, alsof die een toverdrankje hebben.”

In Achterstallige Leningen trekt Markaris de parallel tussen kredieten en doping in de sport. ‘Waren de creditcards die iedereen ongevraagd van banken thuisgestuurd kreeg iets anders dan ‘financiële doping’? „Grieken gebruikten ‘doping’, de gemakkelijkste weg naar financieel succes”, oordeelt Markaris.

Duitse toeristen zijn verzot op zijn boeken. Hopelijk krijgen ze mee dat Griekenland, net als andere landen, niet eendimensionaal is, legt Markaris uit. De politieke partijen hebben een systeem gecreëerd waarbinnen corrupte mensen boven komen drijven en fatsoenlijke mensen als Charitos het moeilijk hebben. Natuurlijk, zegt Markaris, „Je kunt alles financieel bekijken. Maar er is ook een cultureel niveau en dat is tot nu toe genegeerd bij de inrichting van de Europese Unie. Dat we allemaal onderdeel zijn van Schengen, maakt ons nog niet één.

„Een Duitser of Nederlander komt hier aan het strand en zegt misschien ‘Oh, wat een prachtig strand’, maar wat weet hij van het land? Het is niet alleen strand, er is een Middellandse Zee-cultuur.

„Aan de landen waarin ik opgroeide, Turkije en Griekenland, legden de Amerikanen hun wil op. We deden wat ze zeiden, omdat ze sterker waren. Dat is pijnlijk, maar je kunt het tenminste begrijpen. Maar hoe kun je aan anderen opleggen dat jij niet sterker maar béter bent? Doe als ik, want ik ben beter. Het is een grote vergissing van de Duitsers dat steeds te proberen. Als je je zo gedraagt negeer je de cultuur van de ander.”

Naar inspiratie hoeft Markaris tegenwoordig niet te zoeken. Griekse kranten lezen, en vanaf zijn balkon de straat vol migranten inkijken, dat volstaat. Meestal doet hij dat zonder vooropgezette structuur, hij probeert te bedenken wat Charitos zou doen en vertelt dat na. De boeken bevatten daardoor ook lange beschrijvingen van autoritten door Athene; tegenwoordig staat de inspecteur voortdurend vast door stakingen en demonstraties.

Verkiezingen zondag

Het derde boek in de serie over de crisis rijpt al in zijn hoofd, maar Markaris is nog niet begonnen met schrijven. Zoals heel Griekenland, dat al een paar weken in een soort sluimerstand lijkt te staan, wacht Markaris gespannen op de uitslag van de verkiezingen van zondag. „Op dit moment weet ik niet of maandag de mogelijkheid van een regering bestaat”, zegt hij. „Als dat niet zo is koersen we af op een klassieke tragedie.”

Hij gebruikt een zinsnede die veel Grieken tegenwoordig in de mond bestorven lijkt: ‘het oude politieke systeem is geïmplodeerd, nu moet iets nieuws vorm krijgen’. Wat dat is, durft ook Markaris niet te voorspellen. „Maar we hebben er tijd voor nodig. En om die tijd te kopen hebben we een stabiele regering nodig, al was het maar voor een jaar”.

Hij is bang dat als Syriza wint, de partij „zulke hoge eisen zal stellen in de coalitievorming dat ze het anderen onmogelijk maakt te regeren. Een derde keer verkiezingen kunnen we niet aan. Dan stort het land echt in.”

Ook voor de vertegenwoordigers van het oude Griekenland, de partijen Nieuwe Democratie en Pasok, heeft hij „geen enkel respect” na de bende die ze er de afgelopen decennia van hebben gemaakt. Maar dat moet dan maar.

Wat hem echt angst aanjaagt, zegt hij, is dat misschien stap voor stap de basis wordt gelegd voor een burgeroorlog in Griekenland. Hij haalt het incident aan waarbij de woordvoerder van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad vorige week tijdens een tv-debat een communiste sloeg, om te illustreren hoe gepolariseerd Griekenland is. In zijn boek De zelfmoord van Che (Nederlandse vertaling Noortje Pelgrim, 2004) is een extreem-nationalistische groep die aanslagen opeist nog een lachertje. Bij de laatste verkiezingen kregen neonazi’s ruim 7 procent van de stemmen.

Markaris veroordeelt het stemgedrag – stemmen „op de slagers in plaats van de slachtoffers”. Maar hij windt zich tegelijk op over de selectieve verontwaardiging in Griekenland, waar morele oordelen voorbehouden zijn aan links. „Als politici met yoghurt bekogeld worden, of drie mensen omkomen in een bank na links geweld, zegt niemand iets. Prominenten van Syriza hebben zelfs de neiging zulke ‘woede-uitbarstingen van het volk’ te vergoelijken. Van die houding heb ik schoon genoeg.”

Het gaat er niet om tegen rechts te zijn, benadrukt hij. „Het gaat erom te begrijpen dat je op zo’n manier – waarbij rechts tegen links is en links tegen rechts – de voorwaarden voor burgeroorlog creëert.”

In het volgende boek ligt inspecteur Charitos ervan wakker dat Katherina, zijn enige dochter, van plan is te emigreren. Of ze het daadwerkelijk doet wil Markaris niet vertellen. Wel dat hij er tegen is. „We kunnen nu geen generaties verliezen. Het is belangrijk dat ze hier blijft en vecht.”

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 15 juni 2012, pagina 4 - 5.