En dit is de manier waarop dat in Oxford al jarenlang gebeurt

Iedereen moet kunnen voetballen, maar ze hoeven niet allemaal naar het nationale team. De universiteit van Oxford selecteert aan de poort.

„We hebben geen behoefte aan tweederangs-historici die fluit kunnen spelen.” Mike Nicholson, verantwoordelijk voor het toelatingsbeleid van Oxford University, wilde het maar eens duidelijk gezegd hebben. In 2010 verklaarde hij in een interview met de Times Educational Supplement dat wie tot Oxford wil worden toegelaten, vooral heel goed moet kunnen leren. Wat een potentiële student buiten schooltijd allemaal heeft gedaan – liefdadigheidswerk, sport of het bespelen van een muziekinstrument – doet bij de selectie niet ter zake.

De opmerking van Nicholson viel niet in goede aarde, zegt hij nu. „Ik werd gekruisigd. Ouders dachten dat Oxford wil dat hun kind alles kan. Maar wij zijn alleen geïnteresseerd in de intellectuele capaciteiten van onze studenten. Je cv volstoppen met andere zaken, is overbodig.”

Nicholson was onlangs te gast op een symposium op het university college van de Universiteit van Amsterdam. Nederlandse universiteiten wisselden daar hun ervaringen uit met ‘selectie aan de poort’.

Oxford selecteert al jaren, met behulp van toetsen en een reeks gesprekken met kandidaten. Van de 17.500 scholieren die zich jaarlijks aanmelden, worden er 3.500 aangenomen. De studie-uitval bedraagt minder dan 1,5 procent, meestal om familie- of gezondheidsredenen.

Moeten alle universiteiten dezelfde selectiecriteria hanteren als Oxford?

„Zeker niet. Voor universiteiten die brede bachelors aanbieden in de geesteswetenschappen, kan het best interessant zijn om te weten wat een potentiële student zoal naast zijn school heeft gedaan. Maar als een instelling zich concentreert op zware monodisciplinaire opleidingen, zoals Oxford, dan is dat niet van belang.”

Hoe voorkomt u dat mensen die geschikt zijn voor Oxford door de zenuwen hun kansen verpesten?

„We trainen de docenten die de gesprekken houden erop dit soort zenuwen te signaleren. Deze scholieren laten we dan terugkomen voor een tweede of derde gesprek. Daarna moet het mogelijk zijn om een goed oordeel te vormen over de geschiktheid van een kandidaat. De mensen die de interviews doen, zijn vaak ook de mensen die zo’n scholier gaan lesgeven. Als ze besluiten de gok te wagen, weten ze waar ze aan toe zijn.”

Gaan scholieren niet massaal op een gesprekscursus, zodat iedereen alle vragen hetzelfde beantwoordt?

„Zo’n cursus is zinloos, omdat wij volledig open zijn over onze selectiemethoden. Er is geen geheim dat ontrafeld moet worden: op onze website staan video’s van selectiegesprekken. En wie met een standaardantwoord komt, wordt vrij snel een andere richting opgestuurd. We willen niet dat studenten de kennis opdreunen die ze in het voortgezet onderwijs hebben opgedaan. We willen dat ze reflecteren op wat ze weten; ze moeten doordenken.”

Is het goed dat er elite-universiteiten bestaan?

„Ja, zolang ze voor iedereen toegankelijk zijn die voldoende intellectuele capaciteiten heeft. Het is in onze maatschappij beladen om te zeggen dat sommige mensen slimmer zijn dan anderen. Het idee bestaat dat iedereen het hoogste kan bereiken als hij daarbij maar voldoende geholpen wordt, maar dat is niet zo. Het is net als met sport: niet iedereen die dat wil, kan voetballen in het nationaal elftal.”

Dus de mensen die niet welkom zijn op de beste universiteiten zijn geen ‘losers’?

„Nee hoor. Ik ben naar de universiteit van Essex gegaan, omdat die universiteit beter aansloot bij mijn capaciteiten. En nu ben ik verantwoordelijk voor het toelatingsbeleid van Oxford. Dat was voor mij het juiste pad. Het gaat erom dat er naast het directe weg naar de top ook een ladder is om het in kleine stapjes te doen. Als er in Nederland straks selectie aan de poort komt, moet dat niet uit het oog worden verloren.”