En dat prachtige klimaatfonds wil Nederland ook al niet

In tegenstelling tot Duitsland lijkt Nederland zich doof te houden voor het klimaatbeleid. Waarom spant Rutte zich niet in voor het Green Climate Fund, vraagt Pieter Pauw.

Welk land zal het Green Climate Fund huisvesten, het felbegeerde en prestigieuze fonds dat 100 miljard dollar per jaar verdeelt onder ontwikkelingslanden om hen te steunen bij de aanpassing aan klimaatverandering? Het beheerde bedrag is meer dan de Wereldbank jaarlijks uitschrijft aan giften en leningen, en komt in de buurt van het mondiale budget voor ontwikkelingssamenwerking – 133,5 miljard dollar in 2011. Het klimaatfonds wordt de nieuwe reus op het wereldtoneel. Een gastland van zo’n groot fonds kan rekenen op veel internationale politieke en economische invloed.

Een definitieve vestigingslocatie voor het fonds is nog niet gekozen. In december stemmen de 194 landen erover tijdens de klimaattop van de Verenigde Naties, in Qatar.

Voor het met zichzelf worstelende Nederland zou het een mooie opsteker zijn het fonds te huisvesten. Het is een groot financieel centrum van internationale allure waar hooggekwalificeerde mensen nodig zijn en waar de hele wereld geïnteresseerd naar zal kijken – maar maakt Nederland kans?

Ooit liep Nederland voorop. In 1989 was het een van ’s werelds eerste landen die klimaatverandering opnamen in een beleidsplan. Ook organiseerde het de eerste internationale ministeriële klimaatconferentie. Daar pleitte Nederland al voor een klimaatfonds voor ontwikkelingslanden. Een afgeleide hiervan is nu opgericht.

Ook het bedrag van 100 miljard dollar is verbonden met Nederland. De Nederlandse staat was een van de financiers van de Wereldbankstudie die concludeerde dat klimaatadaptatie in ontwikkelingslanden 70 tot 100 miljard dollar per jaar zal kosten als klimaatverandering onverminderd doorzet. Dit soort activiteiten droegen bij aan de goede naam van Nederland. Hierdoor mocht dit kleine land meedoen met de grote jongens.

Van de goede naam die Nederland op het gebied van klimaat en duurzaamheid had, is weinig meer over – zeker niet na anderhalf jaar conservatief en populistisch navelstaren. Het kabinet-Rutte I heeft er überhaupt niet over nagedacht het Green Climate Fund te huisvesten. Nederland stuurde een delegatie van tien man naar de klimaatconferentie van afgelopen mei in Bonn. Zelfs Singapore had meer mensen afgevaardigd. Zo’n klein clubje kan nauwelijks een stempel drukken op de steeds uitdijende klimaatagenda, hoe goed het ook mag zijn.

Verder heeft Nederland voor de periode tussen 2010 en 2012 in totaal 300 miljoen euro toegezegd aan klimaatfinanciering. Dit is erg weinig. Ondanks aandringen van de internationale gemeenschap is er bovendien geen plan voor na deze periode.

Kijk dan eens naar Duitsland. De grootste economie van Europa heeft een veel progressiever milieu-, klimaat- en energiebeleid. Duitsland stuurde een delegatie van 46 man naar de klimaatconferentie in Bonn. Met 1,26 miljard euro is het een van de grootste gevers van klimaatfinanciering. Dit gaat na 2012 gewoon door.

Wie zaait, wil ook oogsten. Duitsland heeft een plaats veroverd in het inmiddels samengestelde 24-koppige bestuur van het Green Climate Fund. Het wil het fonds in Bonn hebben en het is menens. Op de website greenclimatefund.de prijken bondskanselier Merkel, drie ministers en de burgemeester van Bonn. Duitsland biedt onder meer een spiksplinternieuw, klimaatneutraal kantoor voor driehonderd medewerkers, beurzen voor gerelateerd onderzoek en onderwijs, en VN privileges en -immuniteit.

Bonn huisvest al 18 VN-organisaties, diverse onderzoeksinstituten en Duitse ministeries. Als het Green Climate Fund in Bonn komt, zal dit de voorlopersrol van de stad op het gebied van duurzaamheid verder versterken.

Het contrast met Nederland zou lachwekkend zijn, als het niet zo pijnlijk was. Het doet geen poging het fonds te huisvesten. Het enige wat Nederland mag, is een plaatsvervangend bestuurslid sturen als het Deense lid is verhinderd.

De eerste bestuursvergadering van het klimaatfonds is eind juni of juli. Later dan oorspronkelijk bedoeld. De strijd om de zetels was heftig. Grote kanshebbers om het fonds te vestigen, zijn Zuid-Korea, Mexico, Duitsland en Zwitserland. Als de keuze op Bonn valt, verzilvert Duitsland jaren van duurzaam beleid.

Nederland heeft het nakijken. Dit heeft het aan zichzelf te danken. De idealisten en intellectuelen die Nederland destijds hun voorlopersrol gaven, zoals Ruud Lubbers (CDA), Pieter Winsemius en Ed Nijpels (beiden VVD), hebben bij hun partijen plaatsgemaakt voor ponyhouders, beroepspolitici en provincialen. Die roepen soms stoere dingen, maar verschuilen zich achter de nationale dijken – en dan ziet niemand je vanaf de andere kant.

Mijn appèl op de nieuwe regering? Wees realistisch. Weglopen voor verantwoordelijkheden en navelstaren gaan Nederland echt niet verder helpen in deze geglobaliseerde wereld.

Pieter Pauw is onderzoeker bij het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik in Bonn.

    • Pieter Pauw