De pose voorbij

Lenny Kravitz geeft op North Sea Jazz het nachtconcert. Hij is bezig aan een wereldtournee na twee jaar op de Bahama’s. „Echte luxe is het hebben van tijd.”

Niets riep vorig jaar zoveel opwinding op als de drie nachtconcerten van Prince op North Sea Jazz. Hoe zou hij ze invullen? Wie nodigt hij uit? Welk aspect van zijn muzikale universum zal hij onderstrepen? Zijn nachtelijke jams na zijn concerten zijn berucht om hun eindeloze muzikaliteit. En ook deze nachtconcerten voelde Prince nauwelijks behoefte rondjes te draaien in een hitcarrousel. Het werden uiterst muzikale, vurige jams met open eindes.

De volgende die een nachtconcert geeft is Lenny Kravitz, debutant op North Sea Jazz. Daar staat de zanger echter zelf nog weinig bij stil, vertelt hij aan de telefoon op een zeldzaam vrije avond in zijn Black and White America-tournee, die na Amerika, Australië en Zuid-Amerika inmiddels toe is aan een tweede ronde door Europa. Kravitz (48) heeft net twee shows achter elkaar gedaan in Duitsland. Maar ach, hij houdt van spelen en is toch meer een nachtmens, dus waarom niet op North Sea Jazz?

Eind vorig jaar stond in Ahoy een behoorlijk warmbloedige Kravitz – immer nonchalant-cool met zonnebril, die veel wilde delen. Hij had een goed gesmeerde band bij zich, met naast zijn vaste gitarist Craig Ross – voor snerpende of stekelige rock – een ritmesectie waarin vooral de stoere Bowie-bassiste Gail Ann Dorsey uitblonk als snel bassende aanjager. Ook de drie blazers waren een aanwinst, met naast funky accenten ook een aardige trompetsolo.

Dat levert natuurlijk speculatie op met wie hij zal gaan spelen. „Ik ben een spontaan ingesteld mens”, zegt Kravitz. „Ik doe niet aan planning, ik sta open voor alles. We zullen zien. Maar als Trombone Shorty op hetzelfde festival staat zal het moeilijk zijn ons uit elkaar te houden. En wauw, Nile Rodgers, is hij er ook?” Trombone Shorty, dit jaar voor de tweede keer met zijn band op North Sea Jazz, maakte vele tournees deel uit van Kravitz’ blazers. Zij leerden elkaar kennen in New Orleans, waar Kravitz een tijdje heeft gewoond. „Hij is mij vervolgens komen opzoeken in Miami, we zijn gaan jammen en hij ging nooit meer naar huis.”

De aanleiding van Kravitz’ tournee, zijn negende studioalbum Black and White America, schreef hij op de Bahama’s, het eiland van zijn moeder. Daar leidde hij de afgelopen twee jaar een teruggetrokken leven in een trailer op het strand. „Het was nodig om even helemaal tot mijzelf te komen”, legt de zanger uit. „Weg van alles kon ik dealen met de onrust die ik in mij voelde. Het leven kan ingewikkeld zijn, en we hebben het in onze levens altijd te druk om echt ergens bij stil te staan en aan te pakken. Families moeten eten hebben, rekeningen moeten betaald. Iedereen rent tot hij oud is. Men denkt dat luxe het hebben van dure auto’s, grote huizen en dure spullen is. Maar de echte luxe in het leven is het hebben van tijd.”

Naast rust hing er muziek in de lucht, zegt Kravitz. „Muziek die ik kon horen, omdat de drukte om me heen verdwenen was en ik een heel basic leven leidde.” Op het strand bouwde hij een semi-ouderwetse studio, met binnen veel hout en kurk, en glazen wanden. Daar keerde hij niet alleen terug naar de zwarte muziek van zijn jeugd – soul en funk in de sfeer van Sam Cooke, The O’Jays en Sly & The Family Stone die veelvuldig terugklinkt op het album – maar hij overdacht er ook zijn bijzondere familiegeschiedenis. Zo ontstond het titelnummer Black and White America waarin hij zijn leven als kind in een gemengd huwelijk – zijn zwarte moeder trouwde met zijn joodse vader – in het huidige Amerika plaatst.

Bij de eerdere show in Rotterdam projecteerde hij beelden van zijn familie. „Ze komen uit oude fotoboeken. Tijdens de show kijk ik vooral mijn publiek aan. Maar soms als ik me even omdraai, tijdens de saxsolo, kunnen ze me ineens aangrijpen. Dan kijk ik naar boven en zie mijn grootouders, mijn ouders. Ze leven niet meer. Dat roept herinneringen op.”

Wat maakt dat de zanger dit nu zo wil delen? „Het kwam er gewoon uit. En op het podium werd duidelijk dat ik niet alleen over hen wilde zingen, maar ook wilde laten zien wie ze waren. Mensen kunnen zich dan enigszins inleven in het verschil in culturen.” Hij onderstreept dat hij zich bevrijd voelt van de poseur-rockster die hij was. Daarom toont de cover van de nieuwe cd hem als kind. „Het gaat nu echt over mij. Ik deel mijn geschiedenis zonder het te dramatiseren. Hoe ouder ik word, des te minder problemen ik daarmee heb.”