Dé ontmoetingsplaats voor kopiërende beeldbloggers

In het kielzog van Twitter en Facebook ontwikkelde Tumblr zich tot een wat alternatief netwerk waar creatieve geesten elkaar vinden. Oprichter David Karp wil nu geld gaan verdienen.

„Ik was nooit een schrijver, maar ik wilde wel bloggen.” Zo vat David Karp, de 25-jarige oprichter van Tumblr, de start van zijn microblogsite samen.

Karp ontwikkelde een methode om snel foto’s, links,video’s of tekst online te zetten in een blogvorm. Uitgebreider dan de 140 tekens in Twitter, maar minder ingewikkeld dan veelgebruikt bloggereedschap, zoals Wordpress.

Inmiddels heeft Tumblr meer dan honderd mensen in dienst en telt het ruim 60 miljoen blogs en 25 miljard berichten. Het succes zit ’m in het gemak: met twee muisklikken heb je je Tumblr-blog gestart, kun je andere mensen volgen en interessante blogposts doorgeven (rebloggen, de Tumlbr-variant op retweeten).

Zo ontstond een cultuur van creatief knippen en plakken: veel van het beeldmateriaal op Tumblr is afkomstig van andere media en de copyrights komen er vaak bekaaid vanaf. De community of creators bevat veel literatuur, humor, fotografie en video’s. En veel verzamelblogs als ‘Huilende meisjes voor de webcam’ of ‘Closeups van bekende mensen’ – zie hiernaast. Tegelijkertijd zijn ook traditionele media als de New York Times, Life of Rolling Stone op Tumblr te vinden: ze zoeken aansluiting bij de jongere online generatie – de meeste Tumblr-gebruikers zijn onder de 25 – die zich graag met kunst, mode en media bezighoudt. Tumblr heeft populaire ‘curatoren’ die Tumblr afstruinen op zoek naar originaliteit. Ze verzamelen hun blogposts en worden op hun beurt weer gevolgd door anderen. „Elke post wordt gemiddeld negen keer doorgeplaatst”, zegt David Karp. „En omdat mensen hun Tumblr-blog koppelen aan andere netwerken als Twitter, trekt dat nog meer publiek.”

„Nederlandse gebruikers zijn extreem actief op Tumblr”, zegt Karp in een café aan het Leidseplein. Hij was afgelopen maand in Amsterdam om kennis te maken met de plaatselijke Tumblr-scene. Tegelijkertijd polst hij de interesse van mogelijke adverteerders. Want voor het eerst sinds de start in 2007 moet Tumblr geld gaan verdienen. Karp: „We willen ook adverteerders het gereedschap geven om te doen waar ze voor opgeleid zijn: creatief zijn.”

Hoe onderscheidt Tumblr zich van andere sociale netwerken?

„Een netwerk als Facebook introduceert zoveel mogelijk functies en kijkt daarna of het aanslaat. Wij doen het andersom: we kijken wat onze gebruikers willen. Toen ik met Tumblr begon wilde ik graag een professionele blogger worden, een online identiteit hebben. Ik beschouw mezelf niet als bijzonder getalenteerd, maar ik vind mezelf wel creatief. Het probleem was dat alle gereedschappen ontworpen waren voor tekstgebruik, voor kranten en columnisten. Dus maakte ik iets waarmee je makkelijk foto’s, links en video’s kon uploaden. Andere mensen gingen dit gereedschap ook gebruiken, en zo ontstond een platform van blogs. Toen we die met elkaar gingen verbinden kwam daar een netwerk uit voort. Het is min of meer per ongeluk tot stand gekomen, maar inmiddels komt zeventig procent van het webverkeer op Tumblr van mensen die elkaar volgen.”

Het duurt wel even om je weg te vinden op Tumblr.

„In tegenstelling tot andere netwerken hebben we niet echt een vaste openingspagina. Negentig procent van ons bezoek komt rechtstreeks binnen op een Tumblrblog dat hen interesseert, via een Twitterlink of een zoekopdracht.

„Dat is heel anders dan bij bijvoorbeeld Pinterest (een ander sociaal netwerk waar mensen hun favoriete foto’s en links verzamelen). Als je hun homepage bekijkt en je houdt niet van meisjesdingen als trouwjurken of cupcakes, dan haak je ook snel weer af.

„En we zijn anders dan Twitter, waar iedereen de beroemdheden volgt. Goed, er zijn wel beroemdheden die Tumblr gebruiken, zoals John Mayer, Beyoncé of Britney Spears, maar verder zijn we een heel plat netwerk. De 250 best bekeken blogs trekken maar vier procent van al het netwerk verkeer.

„We zijn eerder een medianetwerk dan een sociaal netwerk. Het gaat om creatieve mensen die zichzelf willen uitdrukken en gelijkgezinden willen vinden. Facebook is heel erg gesegmenteerd en je komt weinig buiten je eigen sociale kringetje. Dat is ook de reden dat het zo groot kon worden. Tumblr is geen plek waar je mensen volgt die je al kent. Het voelt eerder als een stad, zoals New York of Amsterdam. Onze curators (mensen die interessante Tumblr-posts verzamelen) ontdekken trends en creëren kleine groepen van gelijkgestemden – microcommunities.”

Dus de structuur van het netwerk bepaalt de identiteit van de deelnemers?

„Precies. We hadden nooit een homepage met de meeste favoriete posts. We zijn pas kort geleden begonnen met het tonen van blogposts als je niet was ingelogd op Tumblr. Daardoor zijn we een beetje moeilijk te doorgronden netwerk. Maar dat houdt de boel ook intrigerend. Mensen vragen zich af: wat wil ik doen op Tumblr, ze moeten even zoeken voordat ze opeens door iets gegrepen worden. Het is net als de ‘rabbit hole’ van Alice in Wonderland, alsof je een nieuwe wereld ontdekt. Dat is niet zoals we het bedacht hebben hoor. Niets briljants. We volgen gewoon onze gebruikers.”

De waarde van Tumblr werd in 2011 geschat op 800 miljoen dollar. Hoe gaan jullie geld verdienen?

„We zijn afgelopen maand begonnen met advertenties. Daarvoor hebben we al jarenlang testcampagnes gehouden. We zijn nu bezig om onze gebruikers af en toe naar andere blogs te laten bewegen, door suggesties te doen voor onderwerpen die ze interessant vinden. Zo leiden we ze naar plekken waar ook advertenties kunnen komen. Goede inhoud kan op Tumblr nu eenmaal een enorm bereik krijgen. Merken kunnen ook zelf een Tumblr-blog openen. Facebook filtert stiekem posts van bedrijven, om ze te dwingen betaald te adverteren. Maar als je iets op Tumblr volgt, krijg je alles te zien.

Adverteerders gebruiken Tumblr om te doen waar ze oorspronkelijk voor zijn opgeleid: creatieve dingen maken. Want een goede advertentie kan als blogpost weer talloze malen worden doorgestuurd. Dat is het mooie van ons systeem.”

    • Marc Hijink