De cultuurwoestijn rukt op in Nederland

De Tweede Kamer praat vandaag over bezuinigingen op cultuursubsidies. Vooral buiten de Randstad dreigen grote gaten te vallen.

Redacteuren Kunst & Cultuur

Rotterdam. ‘In dit gedicht is geen woord te veel. Neem je er iets af dan is het niet meer heel.’ Opvallend veel bestuurders van kunstinstellingen in het noorden citeren dit gedicht van K. Schippers als antwoord op de vraag wat de bezuinigingen betekenen voor hun regio. Ze bedoelen ermee: hier is van alles maar een. Als je die ene instelling opheft, maak je het culturele leven in het noorden kapot.

Als staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) de adviezen van de Raad voor Cultuur overneemt, blijven in de drie noordelijke provincies maar vier van de elf culturele instellingen (dans- en theatergezelschappen, musea, orkesten, productiehuizen, festivals) met rijkssubsidie over: twee in Friesland, twee in Groningen. In het zuiden is de teruggang nog groter: van de zestien instellingen die rijkssubsidie krijgen blijven er zeven over. Het zuiden moet het met 44,2 procent minder subsidie doen en levert daarmee het meeste in.

In het midden van het land (Utrecht en Flevoland) valt 35,8 procent subsidie weg. Maar dit is een relatief kleine regio, dicht bij de Randstad – waar de financiële teruggang relatief beperkt is. In het oosten wordt het minst gekort: hier zijn veel rijksmusea, die minder hoeven in te leveren dan andere culturele instellingen (Kröller-Müller, Paleis Het Loo).

De Raad voor Cultuur had van Zijlstra de opdracht de cultuursubsidies vanaf 2013 gelijkmatig over het land te verspreiden. Maar daarin is de Raad niet geslaagd, vinden provincies en gemeenten in het noorden en zuiden. Neem dans: van de vier gezelschappen die nog rijkssubsidie krijgen, komen er drie uit de Randstad (Nationale Ballet, Nederlands Danstheater en Scapino) en één uit het oosten (Introdans).

„Bizar”, noemt directeur Marc Vlemmix van Danshuis Station Zuid in Tilburg het advies van de Raad voor Cultuur. Pas zes jaar geleden werd zijn gezelschap opgericht – op verzoek van dezelfde Raad voor Cultuur, nadat de subsidieaanvragen van andere dansgezelschappen in het zuiden waren afgewezen. Vlemmix moest zich richten op talentontwikkeling en educatie. „De Raad kiest nu voor traditionele gezelschappen met vaste dansers en choreografen. We hebben gedaan wat van ons is gevraagd. We hebben niet één kleur, maar geven talenten een kans. Dat leidt nu tot de kritiek dat we te weinig focus hebben.” Vlemmix verwacht dat zijn instelling nog voor het eind van het jaar moet sluiten, daarbij een vorig jaar geopend gebouw van twee miljoen euro achterlatend.

En neem beeldende kunst. Van de negentien presentatie-instellingen die subsidie kregen in de vorige periode, mochten er zes overblijven. De Raad koos voor vier instellingen in de Randstad en twee in het Zuiden. Ton Broekhuis, directeur van fotografie-instelling Noorderlicht in Groningen, is woedend over de argumenten waarmee zijn subsidieaanvraag is afgewezen. De Raad voor Cultuur zegt onder meer dat Noorderlicht een bescheiden rol speelt in het debat over fotografie dat in Nederland wordt gevoerd, en weinig samenwerkt met landelijke instellingen. „Wij zijn weliswaar gevestigd in de regio, maar worden internationaal erkend als topinstelling”, zegt Broekhuis. „Bovendien vinden onze exposities al jarenlang hun weg naar de Randstad. Wordt van een presentatie-instelling in de Randstad ooit gevraagd of ze wel exposeert in het noorden?”

De Raad voor Cultuur zegt dat hij te weinig speelruimte had om de subsidies gelijkelijk over het land te verdelen. „Daar hadden we graag zelf wat meer variatie in aangebracht”, zei voorzitter Joop Daalmeijer bij de presentatie van de subsidieadviezen in mei. Het ministerie heeft daarnaast hele categorieën uitgesloten van structurele subsidie, zoals festivals, productiehuizen en ontwikkelorganisaties. Juist die vullen de programma’s van lokale instellingen en theaters, kweken talent en stimuleren amateurs.

In Groningen krijgen nu alleen nog twee traditionele gezelschappen subsidie: het Noord-Nederlands Toneel en het Noord-Nederlands Orkest. De drie noordelijke provincies hebben vandaag een gesprek met staatssecretaris Zijlstra. Ze zullen ervoor pleiten in elk geval Noorderlicht rijkssubsidie te geven. Gedeputeerde Piet de Vey Mestdagh (D66): „In de noordelijke provincies is straks niet één presentatie-instelling voor beeldende kunst over.”

Hij richt zijn pijlen ook op de Tweede Kamer, die vandaag debatteert over de adviezen van de Raad voor Cultuur. „Het CDA, maar ook andere partijen hebben vorig jaar uitgesproken dat ze hechten aan de regionale spreiding van cultuur. Nu moeten ze laten zien wat die woorden waard waren.”

Drie provincies krijgen straks helemaal geen structurele rijkssubsidie: Zeeland, Flevoland en Drenthe. De Zeeuwse gedeputeerde Ben de Reu (PvdA) reageert gelaten op het feit dat ook de twee laatste Zeeuwse instellingen, productiehuis Zeelandia en beeldende kunst-instelling De Vleeshal, hun subsidie kwijtraken. „Van Zeelandia wisten we dat ze als productiehuis geen subsidie mochten aanvragen. Van De Vleeshal was bekend dat ze onder de eigen inkomstennorm zaten. ”

Ook in Noord-Brabant vallen gaten. „Het is frustrerend dat we in de Randstad vaak worden gezien als onbelangrijk buitengebied”, zegt gedeputeerde Brigitte van Haaften (CDA). „Brabant is de tweede economische regio van Nederland,maar wij krijgen slechts 2 procent van het rijksbudget voor cultuur.”

De zuidelijke bestuurders hebben eveneens een gesprek met de staatssecretaris. Maar ze maken zich weinig illusies. Frenk: „Vorig jaar zijn we met het Brabants Orkest naar Den Haag gereisd om een krachtig protest te laten horen tegen de voorgenomen bezuinigingen. Wij hebben aangeboden om mee te denken over de bezuinigingen en zelf tot een herverdeling van het geld te komen. We kregen nul op het rekest. Ik vrees dat een nieuwe lobby geen zin heeft.”