Anky is trots op haar twijfels – buiten de ring

De bondscoach, echtgenoot Sjef, bepaalt deze maand of zij naar ‘Londen’ gaat. Zo niet, dan heeft amazone Anky van Grunsven er vrede mee. „Ik sta tegenwoordig meer in dienst van anderen.”

Van Grunsven: „Als niemand zegt ‘we hebben je nodig’, sta je daar van te kijken. Ik heb 20 jaar de kar getrokken!” Foto Robin van Utrecht

Anky van Grunsven laat zich gewillig door de fotograaf naar het weiland achter haar stallencomplex in Erp leiden. „Wil je dat ik op een hek ga staan? Geen probleem. Als je mij maar opvangt als ik er af val.”

De dressuuramazone (44) ziet er jeugdig uit in haar leren jas en strakke spijkerbroek. Ontspannener dan ooit, zo lijkt het. „En dat terwijl ik een moeilijke periode achter de rug heb”, zegt zij. „Ik heb een opgeruimd karakter, maar zo nu en dan werd het zelfs míj te gortig.”

Van Grunsven doelt op de ziekte van haar man en coach Sjef Janssen. Hij werd eind vorig jaar geopereerd aan een goedaardige tumor in zijn hoofd en kwakkelt sindsdien met zijn gezondheid. „Ik ben vijf maanden niet op concours geweest. Waarom rijden als hij ziek thuis zit? Dat is het mij niet waard.”

Ondanks haar persoonlijke malaise is de kans groot dat Van Grunsven en Salinero zich plaatsen voor de Olympische Spelen in Londen. Haar ruin mag achttien jaar zijn – voor een wedstrijdpaard behoorlijk oud – ze sleepten samen wel twee olympische titels in de wacht: in 2004 in Athene en in 2008 in Hongkong. Bij de NK in Hoofddorp, eerder deze maand, werd de combinatie tweede, achter Edward Gal.

Sjef is al 21 jaar uw steun en toeverlaat. Zijn ziekte moet hard zijn aankomen.

„Natuurlijk schrok ik. In de periode dat Sjef geopereerd werd, verloor ik een goede vriendin aan kanker en kreeg een vriend te horen dat hij de ziekte had. Dan ga je je toch afvragen: loopt het wel goed af? Sjef en ik hebben twee opgroeiende kinderen en een bedrijf: alles moet doorlopen. Dat ik niet door hem gecoacht kon worden was wel het minste probleem.”

Hij is ook bondscoach van het Nederlandse dressuurteam. Heeft hij overwogen zijn taken neer te leggen?

„Nee. Maar we hebben wel een aantal radicale veranderingen doorgevoerd, zodat hij het rustiger aan kan doen. Dat ‘rustig aan doen’ is voor Sjef overigens een relatief begrip. Hij heeft moeite met loslaten. Als onze dochter overdag een uitvoering heeft op school, begrijpt hij niet dat ik daar zonder problemen heen ga. ‘Stóp jij gewoon midden op de dag’, vraagt hij dan.”

Is Sjef een strenge coach?

„Sjef kan hard zijn, maar dat werkt goed voor mij. Ik heb er problemen mee als mensen mij de hemel in prijzen. Ik wil mijn grenzen kunnen verleggen.”

U heeft een harde hand nodig.

„Ik heb uitdagingen nodig. Het prikkelt mij als Sjef nu en dan tijdens een training roept dat ik ‘het nooit zal leren’. Dan doe ik er alles aan zijn ongelijk te bewijzen.” Hoewel – ze denkt nog eens goed na. Dan zegt zij dat hun rolverdeling de afgelopen jaren veranderd is. De venijnige opmerkingen van haar man raken haar minder. „En ook hij gaat tegenwoordig voor het overleg.”

Als u zich kwalificeert voor de Spelen, dan wordt het uw zevende editie. Heeft u na al die jaren nog last van zenuwen of twijfels?

„Voor iedere wedstrijd twijfel ik of ik het nog kan. ‘Dat lukt mij nooit’, denk ik als ik naar mijn concurrenten kijk. Maar die twijfel verdwijnt op het moment dat ik in de ring sta.”

Mensen zien die kant van u niet vaak. U geldt als een zelfbewuste vrouw die recht op haar doel af gaat.

„Ja, maar dat is buitenkant hè. Toch ben ik blij met mijn twijfels. Juist daardoor sta ik al zo lang aan de top. Wie denkt dat-ie het goed doet, ziet geen ruimte voor verbetering. Dat is het begin van het einde.”

De meeste topsporters durven niet openlijk te twijfelen.

„Ik wel. En dat vind ik eerlijk gezegd wel stoer van mezelf.”

Twijfelt u ook wel eens of u moet doorgaan met wedstrijd rijden?

„Na de Spelen van 2008 liep het een tijdje minder. Toen heb ik erg getwijfeld: zal ik doorgaan? Met Peter Murphy [prestatiecoach] heb ik in die tijd een aantal gesprekken gevoerd. ‘Wat je ook doet, neem een beslissing’, zei hij. ‘Er is niets erger dan op de wip zitten.’ Omdat het niet in mijn aard ligt op te geven, ben ik doorgegaan.”

Rentenieren was ook een optie geweest.

„Gisteren had iemand op stal een dag vrij. Toen dacht ik: wat zou ik doen als ík vrij had? Mijn paarden longeren [een trainingsmethode waarbij het paard in een cirkel om zijn berijder loopt] en toiletteren... Want ja, paarden zijn mijn passie, mijn hobby en mijn werk. Los daarvan vind ik het onzinnig om op mijn hoogtepunt te stoppen. Als ik na de Spelen van Sydney of Athene was gestopt, was ik twee gouden medailles misgelopen. Je weet nooit hoe iets uitpakt.”

U sluit een gouden medaille in Londen niet uit?

„Ik zeg nooit: ik ga voor goud. Zo makkelijk is het niet. Misschien is het bijgeloof, maar ik waag mij niet aan voorspellingen.” Dan vertelt zij hoe verbaasd ze was dat niemand haar miste toen zij zich afmeldde voor de wereldkampioenschappen in Kentucky, twee jaar geleden. Haar toppaard Salinero was geblesseerd, maar zij had zich met Painted in de strijd kunnen mengen. „Omdat Painted verkocht was, hoefde het niet meer van mij. Maar als niemand zegt ‘wat jammer, we hebben je nodig’, sta je daar toch van te kijken. Ik heb twintig jaar de kar getrokken!”

Pijnlijk?

„Ja. Het bewijst dat roem heel vergankelijk is. Daarom ben ik blij dat ik voor mezelf rijd en niet voor anderen. Was dat niet zo geweest, dan was de klap veel harder aangekomen.”

In Amerika eren ze hun helden tot de dood. Krijgen Nederlandse topsporters onvoldoende respect?

„In Nederland mag je niet hardop zeggen dat je trots bent op je eigen prestaties. Dat vind ik zo’n onzin. Waarom mag je niet trots zijn? Ik ben al twaalf jaar olympisch kampioen. Daar staan mensen niet bij stil.”

Bereidt u zich nu anders voor op de Spelen dan bij uw debuut?

„Oh, ja. Voor de Spelen van Seoul in 1988 was ik alleen maar aan het trainen. Ik maakte toen werkdagen van twaalf uur. Nu ik moeder ben train ik ’s ochtends een paar uur en begeleid ik daarna andere ruiters. Ik sta tegenwoordig veel meer in dienst van anderen.”

Gaat dat niet ten koste van uw prestaties?

„Misschien wel.”

Het deert u niet?

„Nee. Na mijn topsportcarrière wil ik fulltime gaan coachen. Ik zit nu in een overgangsperiode. Als Salinero en ik ons plaatsen voor de Spelen is dat prachtig. Lukt het niet, dan heb ik daar vrede mee. Ik ben realistisch genoeg om te erkennen dat ik er minder goed voorsta dan vier jaar geleden in Hongkong.”

Van nederlagen ligt u niet wakker?

„Ik kan heel goed tegen mijn verlies. Ik analyseer en relativeer snel – dan valt alles weer op de juiste plaats.”

Tot slot: klopt het gerucht dat u coach bent van de nieuwe berijder van toppaard Totilas, Matthias Rath?

„Matthias is een keer in Erp geweest met zijn jonge paarden. Toen is er gedonder van gekomen: de KNHS [paardensportbond] vond het maar niets. Ik snap dat het coachen van Totilas gevoelig ligt [omdat het paard van drievoudig wereldkampioen Edward Gal werd verkocht aan Duitsland] maar waarom zouden Sjef en ik Rath niet mogen helpen met zijn jonge paarden?”

Rath doet waarschijnlijk mee aan de Spelen. Jullie kunnen hem aan een medaille helpen.

„Sjef en ik coachen wel meer ruiters die meedoen aan de Spelen. Uit Spanje, Canada, Australië, Zweden, Marokko. Ook zíj maken kans op een medaille. In de paardensport is dat een normaal verschijnsel.”

Opvallend is dat Totilas en Rath veel beter presteren sinds zij rijden volgens de Nederlandse school.

„Ik wil daar verder niets over kwijt.” Voor het eerst in het gesprek valt er een ongemakkelijke stilte. Van Grunsven kijkt weg.

Begrijpt u dat het gerucht over jullie samenwerking voor rumoer zorgt?

„In het contract van Sjef staat niet dat hij zich als bondscoach tot Nederland moet beperken. Maar nogmaals: ik begrijp de gevoeligheid rond deze kwestie. Het doet pijn als een toppaard aan het buitenland wordt verkocht. Daarom praat Sjef pas na december [als zijn contract afloopt] over Totilas.”

Hoe groot acht u de kans dat hij volgend jaar in Duitsland gaat werken?

Van Grunsven haalt haar schouders op. „Het kan alle kanten op, ik sluit niets uit.”

    • Danielle Pinedo