'Zoals Zelig wilde ik zelf ook graag zijn'

Schrijver en columnist Arnon Grunberg zag als kind met zijn vader Zelig en vroeg wanneer de film zou beginnen.

Arnon GRUNBERG (1971). Arnon Yasha Yves Grünberg) auteur,schrijver. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 23 juni 2009

„Ik had kunnen kiezen voor Modern Times, Sunset Boulevard, Platoon, Apocalypse Now, Les vacances de Monsieur Hulot, een film van Fassbinder of Scarface. Maar mijn meest beslissende film is toch wel Zelig van Woody Allen. Normaal gesproken ben ik helemaal geen grote fan van Woody Allen, maar deze film zegt essentiële dingen over assimilatie en identiteit.

„De hoofdpersoon Zelig is een menselijke kameleon. Als hij bijvoorbeeld met tandartsen praat wordt hij zelf een tandarts of veinst zo overtuigend een tandarts te zijn dat zelfs andere tandartsen hem geloven.

„Ik zag de film als kind samen met mijn vader in een bioscoop in Amsterdam ergens begin jaren tachtig toen hij net uit was. Zelig is opgezet als (fake) documentaire en ik vroeg aan mijn vader: wanneer begint de film nou? Intussen was ik onder de indruk, ik wilde ook zo’n menselijke kameleon zijn. Ik vond Zelig een held.

„Nog steeds ben ik een groot voorstander van assimilatie. Het is een nuttige strategie voor iedereen met ambitie en een onmisbaar onderdeel van de samenleving. Beschaving is voor een belangrijk onderdeel je aanpassen. Dat is met name cruciaal voor de buitenstaander, voor hen die niet automatisch erop kunnen rekenen bij de ‘meerderheid’ te horen. In die zin speelt de Joodse identiteit van Allen een rol.

„Hoewel assimilatie dus noodzakelijk is, dreigt het ook altijd een ziekte te worden, zoals elke identiteit eigenlijk de constructie van een ziektebeeld is. Bij Zelig wordt het aanpassen een ziekte omdat hij het niet kan doseren. In zekere zin is hij een levend gedachtenexperiment. Tot hoever kan assimilatie gaan?

„De scène die me vooral is bijgebleven is die waarin Zelig als nazi tussen allerlei nazikopstukken rondloopt. En er zit ook een geweldige scène in waarin Zelig uitlegt dat hij geslagen werd door zijn ouders, maar dat dat niet erg was omdat de buren zijn ouders sloegen. Ik teer overigens ongetwijfeld op grotendeels fictieve herinnering want ik heb de film na die eerste keer nooit meer teruggezien.

„Toch denk ik vaak aan Zelig. Op al, of in ieder geval veel, van die momenten dat ik mensen probeer te behagen. Nee, zelf ben ik geen menselijke kameleon geworden, maar in veel situaties zijn de anderen de maatstaf en niet ik.”

    • Adinda Akkermans