Vergeet de factor toeval niet voor falen op EK

Professoren in de voetbalkunde hebben het er niet graag over. Liever delibereren zij over strategische keuzes die in cijfercombinaties zijn weer te geven. 4-3-3 bijvoorbeeld, om het simpel te zeggen. Te simpel eigenlijk want 4-2-3-1 drukt de speelwijze van het Nederlands elftal beter uit. Misschien is 4-2-1-2-1 een nog juistere formule.

Voorwaarde is uiteraard wel dat de centrale verdedigers en de controlerende middenvelders doordekken, de buitenspelers meeverdedigen, de backs zo nodig knijpen maar ook buitenom komen en de doelman, die altijd wordt overgeslagen in de cijfercombinaties, meevoetbalt. Nederland zweert bij echte buitenspelers, ook al behaalde het zijn enige echte succes in de historie, het Europees kampioenschap van 1988, door 4-4-2 te spelen.

Tot zover de academische benadering. Nu de kater zo langzamerhand is verwerkt, het falen van Oranje aan alle kanten is en wordt geanalyseerd, de vraag op tafel ligt van welke spelers of begeleiders het afscheid aanstaande is en wie er met wie ruzie had, is er ook gelegenheid om die factor te belichten die de voetbalwetenschappers graag onbesproken laten. De factor die een beetje ordinair is. Die je niet op een tekenbord kunt voorzien van pijlen. Waar coaches het vooraf niet over hebben. Externe analisten zeker niet. Noem het pech of geluk: de factor toeval. De meest onderschatte factor in het voetbal.

Twee jaar geleden kleurde het Museumplein in Amsterdam oranje, omdat de tweede plaats die het Nederlands elftal op het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika had behaald, kennelijk een grootse huldiging waard was. Een prestatie die het had geleverd op een toernooi waar voetballen op hoogte en in de hitte voor problemen had gezorgd en de bal, die Jabulani was gedoopt, vreemde capriolen maakte en vaker dan normaal niet uitvoerde wat de spelers met hun voeten beoogden.

De factor toeval kon naar hartenlust toeslaan. Of was het hogere strategie dat in de eerste wedstrijd van Nederland de Deen Poulsen de bal tegen de rug van zijn ploeggenoot Agger kopte, waarna de Jabulani in het eigen Deense doel verdween en Oranje op 1-0 kwam? Was het een uitgekiende tactiek dat de Japanse doelman Kawashima een houdbaar schot van Sneijder liet gaan, waardoor Nederland ook zijn tweede groepswedstrijd won (met 1-0) en al voor de achtste finales was geplaatst?

Was het de factor toeval of een geniale ingeving van bondscoach Van Marwijk die er in de kwartfinales voor zorgde dat ook de Braziliaan Melo in eigen doel schoot en zo voor de gelijkmaker van Nederland zorgde? Nadat doelman Stekelenburg in de eerste helft met een formidabele redding had voorkomen dat Brazilië met een vermoedelijk beslissende2-0 voorsprong de rust was ingegaan. Tja, wat zou een trainer een keeper voor tactische aanwijzingen geven? Hou je doel schoon, zoiets?

Had Stekelenburg dat dit jaar ook maar tegen Denemarken gedaan, toen hij zich in de korte hoek liet verrassen. En dan die bal op de paal van Robben. Te danken aan het inzicht van de Deense coach Olsen? Of was het misschien platte pech?

Nederland heeft het EK slecht gespeeld, vooral tegen Duitsland. Het verloor ook verdiend van Portugal. Die lange reizen van Krakau naar Charkov waren vast niet gezond. De onprofessioneel matige conditie waarin sommige spelers leken te verkeren, geeft te denken. Blijkbaar was de sfeer niet goed, maar twee jaar geleden was de verstandhouding tussen Sneijder en Van Persie ook gespannen. Er zijn allerlei verklaringen denkbaar voor het Nederlandse echec in Oekraïne. Maar vergeet de factor toeval niet.