Van Gogh: verloren in de vertaling

Veel films van Theo van Gogh zijn inmiddels opnieuw gemaakt in de VS. Het resultaat pakt uiterst wisselvallig uit.

Toen het onder de Nederlandse intelligentsia nog bon ton was om anti-Amerikaans te zijn, dweepte Theo van Gogh al openlijk met zijn liefde voor de Verenigde Staten. Daar zou hij het echt gaan maken. En zoals altijd bij Van Gogh: het was een beetje pesten en een beetje ernst. Maar toen zijn telefoonseksfilm 06 (1994) midden jaren negentig in de VS werd uitgebracht en voor het nodige rumoer zorgde speelde hij al met het idee van een Amerikaanse remake.

Het zou echter nog tot na de moord op Van Gogh in 2004 duren voordat zijn producent Gijs van de Westelaken de deal kon sluiten. Niet alleen 06, maar ook twee andere films die Van Gogh over het eeuwigdurende steekspel tussen mannen en vrouwen maakte (Blind Date uit 1996 en Interview uit 2003) zouden in Amerika worden herverfilmd. De regisseurs die zich aan het project verbonden waren niet de minsten: acteurs Steve Buscemi en Stanley Tucci namen de regie op zich van de eerste twee, Interview (2007) en Blind Date (2008).

Nu de remake-trilogie voltooid is moet de conclusie zijn dat er heel goede degelijke films in het werk van Theo van Gogh verscholen zaten. Interview werd positief ontvangen en kwam in tientallen landen in de bioscoop. Wat hielp was dat de rol van het filmsterretje dat door een cynische journalist wordt ondervraagd gespeeld werd door Sienna Miller. Zij was destijds volop in de roddelpers omdat ze al dan niet echte seks voor de camera zou hebben gehad op de set van Factory Girl en door haar knipperlichtrelatie met hartenbreker Jude Law.

Van Goghs guerrillafilmende werkwijze, met drie camera’s, weinig draaidagen en repetitietijd, wreekte zich bij Blind Date. En ook het nihilisme van het Harold Pinter-achtige verhaal over een stel dat door een serie geënsceneerde blind dates over de dood van hun dochter probeert te komen, had niet hetzelfde tragikomische effect als het origineel.

Voor het eerst kon je je afvragen of veel van de charme van Van Goghs films er niet juist in zat dat ze rafelig en onvolkomen waren. Wat voor Van Gogh telde was het maken zelf, de lol van het draaien, met z’n allen op de set staan, iets maken. Dat was de film. Veel meer in ieder geval dan het eindresultaat. En het feit dat ze altijd met te weinig middelen gemaakt moesten worden gaf zijn films misschien een rauwheid en een energie die allerlei andere gebreken maskeerde of vergoelijkte. Sommige films zijn nu eenmaal niet gebaat bij teveel gepoets en gepolijst. Denk aan het werk van andere acteursregisseurs als John Cassavetes of Rainer Werner Fassbinder. Maar er was nog een ander misverstand: wat in Europa voor edgy en arty doorgaat, wordt in Amerika al snel in de bordeauxrode tinten van vergane glorie vertaald. En dat maakt de relatiedrama’s van Van Gogh meteen belegen.

Er zijn vast talloze redenen te verzinnen waarom juist met transformatie van 06 in Somewhere Tonight door de prille regisseur Michael Di Jiacomo de meest controversiële film van de drie nu de meest brave is. Maar je kunt niet alles op het conto van de preutse Amerikanen schuiven die geen zin hadden in masturberende acteurs. Of de geldschieters die dat te risicovol vonden. Als de film gemaakt moest worden, dan was-ie wel gemaakt. Die spirit was immers het belangrijkste exportproduct van Van Gogh.

    • Dana Linssen