Rituele slacht bindt én verdeelt joden

Natuurlijk zijn de rabbijnen voor het convenant over rituele slacht, zeggen ze. Hun reserves bij de afspraken stoelen vooral op het feit dat er niet met hen is overlegd.

Een islamitische slager heeft zojuist een rund de hals doorgesneden. Het dier ligt in een installatie die het voor de slacht op zijn rug draait. Islamitische en joodse organisaties menen dat verdoven van slachtdieren zich niet verdraagt met de regels voor halal respectievelijk kosjer slachten. Foto Luciana Caputo

Alleen hun stropdassen hadden zij niet goed afgestemd. Eliezer Wolff droeg verticale strepen, Raph Evers horizontale. Voor de rest hadden de twee rabbijnen er alles aan gedaan om eendracht uit te stralen.

Wolff en Evers hadden gisteren wat goed te maken. Op de dag dat de Eerste Kamer stemde over het verbod op de rituele slacht, lekte een document uit waarin zij zich met collega Aryeh Ralbag tegen het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten keerden. Opvallend, want de drie rabbijnen hadden staatssecretaris Bleker van Landbouw (CDA) eerder hun goedkeuring gegeven.

Sommige geloofsgenoten waren bang dat de senaat alsnog voor een verbod op de onverdoofde rituele slacht zou stemmen. En dat de Partij voor de Dieren de interne verdeeldheid bij de religieuze minderheidsgroep zou uitbuiten. Hun vrees bleek voor een deel gegrond; in zijn toelichting voorafgaand aan de stemming merkte PvdD-senator Niko Koffeman op dat rabbijnen zich tegen het convenant hadden gekeerd. En wat te denken van de kosjere slager die het akkoord via de rechter wil verbieden?

Het was een ultieme poging om een meerderheid voor het slachtverbod van fractieleider Thieme te vinden. Tevergeefs. 51 senatoren stemden tegen haar wetsvoorstel, 21 voor.

Na afloop verzekerde Evers dat de rabbijnen achter het convenant staan. „Er zijn wat technische kwesties, maar we gaan de overeenkomst tot een succes maken.” Navraag bij collega Wolff leerde dat de voorgeschreven lengte van het slachtmes – minimaal anderhalf tot twee keer de breedte van het snijoppervlak – problemen kan opleveren. „De slachter heeft heel weinig bewegingsruimte.” Wolff zei ook dat hij vaker heeft meegemaakt dat een dier 40 seconden na het toebrengen van de halssnede nog tekenen van leven vertoont – volgens de nieuwe voorschriften reden het alsnog te bedwelmen.

Beide rabbijnen deden hun best de uitgelekte brief te bagatelliseren, al slaagde Wolff daar minder goed in dan Evers. Wolf: „Als wij hadden geweten dat het zo’n opschudding zou veroorzaken, dan hadden wij hem niet opgesteld. We leven in het twittertijdperk. Misschien moeten rabbijnen hun communicatiemiddelen heroverwegen.”

Wolff vroeg zich af waarom hij „als ervaringsdeskundige” niet nadrukkelijker bij de onderhandelingen met de staatssecretaris was betrokken. „Ik sta vaak in het abattoir, dus ken de dagelijkse praktijk.”

Na enig aandringen wilde de in Frankrijk geboren Wolff het toegeven: de felle bewoordingen van het rabbijnentrio waren bedoeld om aan te geven: om ons kunnen jullie onderhandelaars niet heen.

Op de dag dat de Eerste Kamer over het slachtverbod stemde, leken joden de rijen weer te sluiten. Het convenant wordt een succes, zo klonk het.

„Oké, sommige rabbijnen voelden zich gepasseerd”, zei Ronnie Eisenmann, die namens het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) maandenlang met Bleker onderhandelde over het convenant. „Maar inhoudelijk staan zij achter het convenant. We gaan nu een betrekkelijk rustige periode in.”

De vraag is voor hoe lang. Vorige week stuurde Eisenmann nog een brief naar opperrabbijn Binyomin Jacobs, die zich volgens zijn collega’s Evers, Wolff en Ralbag achter het convenant had geschaard zonder hen daarin te kennen. Eisenmann distantieerde zich van hun uitgelekte verklaring en excuseerde zich namens de Joodse Gemeente Amsterdam voor hun „ongepaste en onjuiste uitlatingen”. Het ziet ernaar uit dat de diepgewortelde verdeeldheid in de orthodox-joodse gemeenschap met het emotionele debat over de rituele slacht meer naar de oppervlakte is gekomen.

En dan is er nog de kosjere slager Marcus, die gisteren via deze krant meldde dat hij het convenant via de rechter wil laten verbieden. Is ook hij tot inkeer gekomen? „Nee”, zegt zijn advocaat Herman Loonstein. „Marcus heeft Eisenmann een laatste anker toegeworpen. Als hij de onderhandelingen over het convenant niet heropent – of het akkoord opzegt – volgt een gang naar de rechter. Het convenant is volgens mijn cliënt volstrekt onwerkbaar.”

En trouwens, zegt Loonstein, de overeenkomst zou toch één dag na de ondertekening op 5 juni ingaan? „Welnu, er heeft zich nog altijd geen veterinair met een klokje in het slachthuis gemeld [om te beoordelen of de 40-secondengrens wordt nageleefd]. Er wordt alleen nog maar geklokt bij het koffiedrinken.”

Op de vraag of hij durft te voorspellen hoe het er over een half jaar voor staat met het convenant, zegt de advocaat: „Dan ligt het in een la. En tot die tijd praat iedereen elkaar moed in.”

    • Danielle Pinedo