Reuzenvlo houdt Parijs in de ban

Het monster van Parijs Regie Bibo Bergeron. Met de stemmen van Birgit Schuurman, Coen & Sander. In: 73 bioscopen. Ook in 3D. ***

De vormgeving van de Franse animatiefilm Het monster van Parijs (Un monstre à Paris) is ronduit prachtig. Het Parijs van rond 1910 is liefdevol herschapen, met veel verwijzingen naar art nouveau en de affiches van Toulouse Lautrec.

De film ademt nostalgie naar de tijd van voor het massatoerisme, toen de lichtstad nog ongerept was. De romantiek die rond dit Parijs hangt, buit de film schaamteloos uit. In de climax wordt bijvoorbeeld fraai gebruikgemaakt van de funiculaire van Montmartre en van de Eiffeltoren.

Het verhaal is helaas veel minder oorspronkelijk, er werd flink leentjebuur gespeeld bij Victor Hugo’s De klokkenluider van de Notre Dame en het Franse sprookje Belle en het Beest.

Als een vlo door een ongeluk in een laboratorium reusachtige proporties krijgt, is Parijs in rep en roer. Het dier vindt onderdak bij het zangeresje Lucille. Zij ontdekt zijn muzikale talenten en houdt hem met hulp van derden uit handen van de gladde, machtsbeluste prefect die de angst van de bevolking voor ‘het monster van Parijs’ wil gebruiken in zijn campagne om burgemeester van Parijs te worden.

Gezien de nostalgische toon van de film is het jammer dat de makers de muziek te veel moderniseerden. De liedjes zijn teleurstellend popachtig. Bij de bewerking voor de Nederlandse markt is niet heel consistent omgegaan met de oorspronkelijke liedjes. Deze werden in de Engelse versie gezongen door Vanessa Paradis en Sean Lennon. De door Paradis vertolkte songs mochten blijven, de liedjes van de vlo zijn vertaald en Nederlands ingezongen. Heel vreemd.

André Waardenburg

    • André Waardenburg