Relatie tussen Rutte en Merkel bekoeld

Nieuwsanalyse Premier Rutte praat vanavond met kanselier Merkel over de eurocrisis. Nederland en Duitsland trokken samen op, maar Rutte heeft weinig op met Merkels rotsvaste geloof in ‘Meer Europa’.

Sinds het begin van de eurocrisis trekken ze samen op. Duitsland en Nederland: het noordelijke ‘AAA’-koppel dat ijvert voor bezuinigingen en hervormingen in Zuid-Europa. Het duo dat de uitgaven in de hand houdt.

Maar tussen de landen is een opmerkelijke scheiding der geesten ontstaan, over Europa. Demissionair premier Mark Rutte (VVD) dreigt vanavond tijdens een diner in Berlijn te botsen met de Duitse bondskanselier Angela Merkel over haar langetermijnoplossing voor de eurocrisis: „Meer Europa”, ten koste van de soevereiniteit van nationale regeringen. Het is het laatste wat de premier van het eurosceptische Nederland annex VVD-lijsttrekker kan gebruiken.

Merkel pleitte twee weken geleden in een populaire Duitse tv-ontbijtshow voor verdere Europese integratie. Een ‘politieke unie’ in Europa is volgens haar een garantie voor een daadkrachtiger eurobestuur, waar de markten zo’n behoefte aan hebben. Ze is de Duitsers nu op ‘meer Europa’ aan het voorbereiden. Op de Europese top eind deze maand wil ze de eerste stappen zetten.

Volgens Rutte zijn dit niet ter zake doende „institutionele vergezichten”. Hij bagatelliseert het meningsverschil met Merkel het liefst. Duitsland en Nederland „trekken gezamenlijk op”, zei hij afgelopen vrijdag nog maar eens op zijn wekelijkse persconferentie.

Maar dat ‘samen optrekken’ geldt alleen voor de korte termijn: de aanpak van de Griekse en Spaanse problemen. Op langere termijn is een ‘politieke unie’ precies wat veel Nederlandse politici afwijzen, met het massale ‘nee’ van de bevolking tegen de Europese grondwet in 2005 in het achterhoofd.

Wat wil Angela Merkel precies? Ze zegt dat ze wil voortbouwen op de nieuwe bevoegdheden die de Europese Commissie sinds dit jaar heeft om nationale begrotingen en economisch beleid door te lichten. Tot dusver houdt Brussel het bij aanbevelingen – bijvoorbeeld over de hypotheekrente in Nederland. Of zoals het in Den Haag wordt vertaald: elkaar wel de maat nemen, maar elkaar niet de wet voorschrijven.

Merkel wil verder gaan. In tegenstelling tot Rutte spreekt ze over het „stap voor stap bevoegdheden afgeven aan Europa”. Haar eigen partij, de CDU, nam eind vorig jaar een toekomstvisie over de ‘politieke unie’ aan. In die visie verliezen vooral de landen die zich niet aan de begrotingsregels houden, aan soevereiniteit. En wie het te bont maakt krijgt te maken met een Brusselse ‘bezuinigingscommissaris’ die kan „optreden” als doelen niet worden gehaald.

Alle eurolanden riskeren in zo’n politieke unie dat ze soevereiniteit kwijtraken. Ook Nederland heeft grote moeite het begrotingstekort onder het Europese plafond van 3 procent van het bbp te houden.

De sfeer in Berlijn is minder eurosceptisch dan in Den Haag. Duitse politici van verschillende partijen willen een stap naar een meer federaal Europa zetten. Om de politieke unie democratisch te maken, moet de voorzitter van de Europese Commissie worden gekozen, klinkt het alom in Berlijn.

Dit soort ideeën past in een naoorlogse Duitse denktraditie waarin de Bondsrepubliek bewust afstand doet van soevereiniteit, om te bouwen aan een verenigd Europa. Merkels voorganger Helmut Kohl wilde de euro in 1989-1990 samen met een ‘politieke unie’ invoeren, maar Frankrijk wilde daar niet aan, beducht als het altijd is om macht uit handen te geven.

In Nederland, dat ooit ook een krachtige federalistische stroming kende, is het denken over Europa de laatste jaren snel minder ‘Duits’ geworden. En meer Frans (nationale soevereiniteit voorop) of zelfs Brits (Europa één markt, en dat is alles).

Maar ook in Duitsland zijn tekenen van euroscepsis. Oud-bankier Thilo Sarrazin, bekend van het anti-immigratieboek Deutschland schafft sich ab, voert nu campagne tegen de euro. Maar anders dan Rutte wordt Merkel (nog) niet bedreigd door eurosceptische partijen als de PVV.

Rutte kan Merkel niet te veel van zich vervreemden. Tot dusver heeft hij in de eurocrisis nauw samengewerkt met de Duitsers om op tijd plannen te kunnen bijsturen. Op de Europese crisisagenda staan nu ingrijpende voorstellen waarmee Nederland én Duitsland moeite hebben, zoals een Europees depositogarantiesysteem. Nederland heeft Duitsland hard nodig. En Merkel heeft weinig geduld met dwarsliggers. „We moeten niet blijven steken omdat de een of de ander nog niet mee wil gaan”, zei ze deze maand. Soortgelijke woorden gebruikte ze in december, kort voor de dramatische top waarop de Britse premier Cameron een veto gebruikte.

Merkel omzeilde dat veto en sloot een verdrag met de 25 overige EU-lidstaten. Cameron kon misschien als leider van een niet-euroland zijn eigen gang gaan. Maar Rutte kan zich, als premier van een euroland, zo’n isolement niet veroorloven.

    • Mark Beunderman
    • Mark Kranenburg