Ook in chaos is orde te vinden

Met belgegevens bracht Petter Holme in kaart hoe mensen zich verplaatsten na de aardbeving in Haïti. Nuttige kennis voor hulpverleners.

January 12, 2010, Port au Prince, Haiti: UNDER EMBARGO IN GERMANY UNTIL FURTHER NOTICE-- A 7.0 earthquake struck the Haitian capital, Port au Prince, in the late afternoon on January 12, 2010. Thousands of structures crumbled, crushing people and leaving untold numbers trapped. The Red Cross has estimated that a third of the population of 9 million may need emergency assistance and that the full scope of damage will take days to surface. People have been pulling bodies from collapsed buildings and covering them with sheets before placing them at the side of the road as others pack their belongings and leave for aid areas. Medical personnel have put in long hours trying to save thousands of people injured in the quake. Aftershocks continued early the morning of January 14, as relief efforts started to pour in from outside the country.///People rush down the street minuets after the quake. Credit: Tequila Minsky / Polaris Tequila Minsky / Polaris/Holla>

Redacteur Technologie

Was de aardbeving op Haïti chaotisch? Natuurlijk. Er vielen op en na die twaalfde januari in 2010 tienduizenden doden – of 316.000 zoals de regering volhoudt, niemand die het zeker weet. Honderdduizenden mensen raakten hun huis kwijt.

Maar gisteren was in Proceedings of the National Academy of Sciences te lezen dat het gedrag van de inwoners van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince in zekere zin helemaal niet chaotisch was. Port-au-Prince lag vlak bij het epicentrum van de aardbeving en na een paar dagen waren veel mensen op drift. Maar al na een kleine drie weken waren velen weer in hun vaste (reis)patronen vervallen. Vanaf dat moment was goed te voorspellen waar de bewoners waren – achteraf gezien dan.

Wat de rampenbestrijders in de wereld voortaan nodig hebben bij catastrofes, zijn gegevens van miljoenen mobiele telefoons, zegt de Zweedse onderzoeker Petter Holme in zijn publicatie: „Planning en hulp na een ramp kunnen daarmee significant verbeteren.” En, vervolgt hij: „De resultaten dwingen ons om rampen niet langer te zien als fundamenteel chaotische gebeurtenissen.” Holme, die het onderzoek leidde, is gespecialiseerd in grootschalige patroonanalyse.

Digicel, de grootste provider van Haïti, leverde aan Holme gebruiksgegevens van 2,9 miljoen anonieme abonnees. De onderzoekers gebruikten één gegeven: waar de beller was toen hij zijn eerste telefoontje van die dag pleegde. En dat ruim een jaar lang, vanaf 42 dagen vóór de aardbeving. Er waren 1,9 miljoen mensen (onder wie 800.000 inwoners van Port-au-Prince) bij met bruikbare gegevens: die hadden de hele onderzoeksperiode af en toe met hun mobiel gebeld. Zij waren dus niet overleden en hun telefoon werkte.

De verrassende uitkomst van de analyse was dat het reispatroon van de Haïtianen in de maanden na de ramp niet wezenlijk verschilde dan daarvoor. Kijk naar de grafiek hiernaast: daarin staat hoe ver mensen zich van Port-au-Prince bevonden op 31 januari 2010, dat is de zondag negentien dagen na de aardbeving (de rode lijn). Er was niet veel verschil met zondag 20 december (de zwarte lijn), toen er nog niets aan de hand was.

„Dit is absoluut een nuttige manier om onderzoek te doen”, reageert Cars Hommes, hoogleraar economische dynamica aan de Universiteit van Amsterdam. „Het gebruik van internet, mobiele telefonie en sociale media levert steeds meer grote databestanden voor onderzoek. We kunnen daar heel veel informatie uithalen over het gedrag van complexe sociaal-economische systemen.”

In 2010 presenteerde een Amerikaans team in Science voor het eerst zo’n grootschalige analyse van gebruik van mobiele telefoons. Onderzoeker Albert-László Barabási zei toen in het tijdschrift Wired: „Vandaag zien we het begin van de data burst.” Zijn analyse was toen nog gebaseerd op 50.000 bellers – veel minder dan Holme.

Het Zweeds-Koreaanse team bepaalde niet alleen de afstand tot Port-au-Prince van de telefoongebruikers. Dat Haïtianen zich in de eerste drie maanden na de ramp haast hetzelfde gedroegen als daarna, gold voor allerlei variabelen, zoals de regelmatigheid van het dagelijkse reispatroon en de vorm ervan (heen en terug, overal en nergens, kort of lang).

Maar het belangrijkste: waar waren ze heen gegaan? Dat zocht Holme uit voor inwoners van Port-au-Prince op zondag 31 januari 2010, negentien dagen na de aardbeving. Dat ze niet ver weg waren, is te zien in de grafiek – de meesten bevonden zich niet verder weg dan 75 kilometer. En ook wáár ze waren, bleek te voorspellen.

De mensen die uit de hoofdstad weggetrokken waren, bevonden zich vaak daar waar ze een maand eerder ook heen waren gereisd: tijdens de kerstvakantie. Dat gold voor 69 procent van de tijdelijk verhuisden: ze waren in dezelfde gemeente als met Nieuwjaar. Blijkbaar waren ze na de ramp dus naar familie of vrienden buiten de stad gegaan.

Dat verband zou algemeen bruikbaar kunnen zijn om migratie na rampen te voorspellen, denkt Holme: „Eigenlijk moeten we dit soort data systematisch verzamelen voor onderzoek om meer inzicht te krijgen in de patronen van mobiliteit.”

    • Hester van Santen