Nietige bijl, zo zonder Nicholson

Stanley Kubrick: The Exhibition. Eye, Amsterdam t/m 9 sept. Dag. 11-18u, do en vr 11-21u.Inl. eyefilm.nl ****

Er hangt een ontroerend briefje op de tentoonstelling over Stanley Kubrick in Filmmuseum Eye. Sue Lyon, het meisje dat in 1962 de titelrol speelde in Lolita, zoekt in 1994 contact met de regisseur. „My life is a very simple one now”, schrijft ze aan ‘My dearest Stanley’. Acteren doet ze niet meer. Ze kookt en speelt met de hond.

Over het leven van Sue weten we dan eigenlijk al meer dan over dat van Kubrick, want de expositie gaat strikt over zijn werk. Na een inleiding over zijn foto’s en korte films heeft elk van zijn speelfilms in de grote zaal van Eye een eigen ruimte gekregen. Daar hangen briefjes en telegrammen, scenario’s met aantekeningen van de meester, affiches en storyboards, daar staan rekwisieten en maquettes. Kostuums uit Spartacus, maskers uit Eyes Wide Shut, de schrijfmachine uit The Shining, het sterrekind uit 2001, een vrouw in de vorm van een tafel uit de bar in A Clockwork Orange, de beroemde lenzen waardoor Barry Lyndon bij kaarslicht kon worden opgenomen. Ook de ongemaakte films zijn niet vergeten: foto’s van actrice Johanna ter Steege voor Aryan Papers, een archiefkast voor de Napoleonfilm.

Alle spullen komen uit de nalatenschap van Kubrick, uit Childwickbury Manor ten noorden van Londen, een groot landhuis dat toch te klein werd voor al zijn spullen en papieren. Hans-Peter Reichmann, onderdirecteur van het Deutsches Filmmuseum in Frankfurt, maakte een keuze uit de overvloed voor deze tentoonstelling, die in 2004 in zijn museum in première ging en sindsdien over de wereld reist; de expositie deed al Rome, Gent, Parijs en Melbourne aan en gaat na Amsterdam naar Los Angeles.

In Eye is aan elke zaaltje een groot scherm toegevoegd waar uit de betreffende film een aantal scènes te zien is, in totaal zo’n vijftien minuten beeld. Op een kleine monitor zijn toepasselijke fragmenten te zien uit een documentaire van Jan Harlan over Kubrick. Die grote beelden hebben effect op de rekwisieten, zeker als die ook gefilmd te zien zijn. Ze lijken te bewijzen dat de film ‘echt’ is, dat hij echt is bedacht en opgenomen – mensenwerk. Tegelijkertijd laten ze zien dat ook Kubricks films illusies zijn. De bijl uit The Shining stelt niets voor als Jack Nicholson er niet mee zwaait. Het universum van Kubrick is en blijft een universum van celluloid. De rekwisieten worden geen relikwieën. De jurkjes van de tweeling uit The Shining zijn niet de jurk van Marilyn Monroe die opwaaide in The Seven Year Itch. Zonder het licht van de film leven ze niet.

In Eye is over elke film een treffende uitspraak groot op een muur geschilderd, zoals bij tentoonstellingen tegenwoordig gebruikelijk is. By Barry Lyndon (1975) staat dat volgens Kubrick film van alle kunsten het best in staat is het verleden uit te beelden. Een interessante uitspraak, die door deze film, althans op de tentoonstelling en in de bijbehorende catalogus, niet echt bewezen wordt, ook al filmde Kubrick bij kaarslicht. Zijn voornaamste inspiratie waren achttiende-eeuwse schilderijen, en zou de wereld er in die eeuw echt hebben uitgezien als op een schilderij uit die tijd? In deze valkuil van de kunst viel Kubrick dus ook wel eens.

De tentoonstelling biedt over het algemeen veel hoe en weinig waarom. Kubrick hield niet van het interpreteren van zijn werk en de tentoonstelling volgt de meester. De regisseur komt er in ieder geval niet uit naar voren als een god, een goeroe, een dominee. Eerder als een sportman. Waarom filmt Kubrick? Waarom tennist Nadal? Omdat hij het beter kan dan alle anderen. Meer waarom is er misschien wel niet. De wereld heeft geen waarom nodig en de wereld van Kubrick ook niet.

Bianca Stigter