Nederland-Duitsland, maar nu echt

Vandaag is premier Rutte op bezoek bij bondskanselier Merkel. Het vertrouwde Duits-Nederlandse Euro-koppel ligt uit elkaar. Duitsland wil meer Europa, Nederland niet.

Sinds het begin van de eurocrisis trekken ze gebroederlijk samen op. Duitsland en Nederland: het strenge noordelijke ‘AAA’-koppel dat ijvert voor begrotingsdiscipline en hervormingen in het ‘lakse’ Zuid-Europa. Het duo dat ook de kosten voor de eigen burgers wil beperken.

Aan het stuur van de Duits-Nederlandse motorfiets zit Merkel, met Rutte in het zijspan. Maar nu dreigt het zijspan los te raken, terwijl de motor doorrijdt.

Tussen Berlijn en Den Haag ontstaat de laatste weken een opmerkelijke scheiding der geesten over de toekomst van Europa. Waar Merkel openlijk spreekt over de grote sprong voorwaarts, pleit Rutte juist voor voorzichtigheid.

Vanavond voert demissionair minister-president Mark Rutte (VVD) in Berlijn overleg met zijn christen-democratische ambtgenoot Angela Merkel. Hij dreigt met de bondskanselier te botsen over haar langetermijnoplossing voor de eurocrisis: méér Europese integratie, ten koste van de zelfstandigheid van nationale regeringen. Meer Europa, meer Brussel dus, is op dit moment wel het laatste wat de premier van het eurosceptische Nederland kan gebruiken.

Door afstand te nemen van Merkel zet Rutte wel de invloed van Nederland op het Europese crisismanagement op het spel. Tot dusver heeft Nederland nauw samengewerkt met Duitsland om op tijd van plannen op de hoogte te zijn en bij te sturen.

Merkel gebruikte de woorden „meer Europa” in een populaire Duitse tv-ontbijtshow, twee weken geleden. Alleen zo valt de eurocrisis te bedwingen, is haar overtuiging. Op de Europese top van regeringsleiders eind deze maand wil zij overeenstemming bereiken over een „werkplan” in deze richting. Een ‘politieke unie’ is in haar optiek een garantie voor een meer daadkrachtig eurobestuur waar de markten zo’n behoefte aan hebben. Dus zegt Merkel: „We moeten in het vervolg toch ook stap voor stap bevoegdheden afgeven aan Europa.”

Maar volgens Rutte zijn dit niet ter zake doende „institutionele vergezichten’’. De premier bagatelliseert het meningsverschil met Merkel het liefst. Duitsland en Nederland „trekken gezamenlijk op”, zei hij afgelopen vrijdag nog maar eens op zijn wekelijkse persconferentie.

Maar dat ‘samen optrekken’ geldt alleen voor de korte termijn: de aanpak van de problemen in Griekenland en Spanje. Op langere termijn is een politieke unie precies het scenario dat veel Nederlandse politici willen afwenden, met het massale ‘nee’ van de bevolking tegen de Europese grondwet in 2005 in het achterhoofd. De Tweede Kamer nam vorig jaar een motie aan die het kabinet oproept „krachtig afstand te nemen van elke beweging naar een meer politieke unie”.

Wat bedoelt Merkel precies met een ‘politieke unie’? In het tv-interview zei ze dat ze voort wil bouwen op de nieuwe bevoegdheden die de Europese Commissie sinds dit jaar heeft om nationale begrotingen en economisch beleid door te lichten. Tot dusver houdt Brussel het bij aanbevelingen – bijvoorbeeld over de hypotheekrente in Nederland. Of zoals het in het Nederlandse debat wordt vertaald: elkaar wel de maat nemen, maar elkaar niet de wet voorschrijven.

Merkels bespiegelingen gaan verder. In tegenstelling tot Rutte wil ze best spreken over het overdragen van bevoegdheden. Haar eigen partij, de CDU, nam eind vorig jaar een toekomstvisie over de ‘politieke unie’ aan. Daarin verliezen vooral de landen aan soevereiniteit die zich niet aan de begrotingsregels houden. Wie het te bont maakt, krijgt in de CDU-visie te maken met een Brusselse ‘bezuinigingscommissaris’ die desnoods ook kan „optreden” als doelen niet worden gehaald.

Het betekent dat álle eurolanden in een ‘politieke unie’ soevereiniteitsverlies riskeren. Rutte zei eind vorig jaar, toen Merkel al sprak van een ‘begrotingsunie’, dat hij wel sancties wil voor landen die „zich niet aan de afspraken houden”, maar geen „onnodige soevereiniteitsoverdracht” voor landen als Nederland. Een paar maanden daarna liep in Nederland zelf het begrotingstekort uit de hand.

De sfeer in Berlijn is minder eurosceptisch dan in politiek Den Haag. Duitse politici van verschillende partijen willen een stap naar een federaal Europa zetten. Om de politieke unie democratisch te maken, moet de voorzitter van de Europese Commissie worden gekozen, klinkt het alom in Berlijn. Parlementaire controle kan plaatsvinden in een ‘tweekamersysteem’: het Europees Parlement plus een soort senaat bestaande uit nationale politici.

Het pleidooi van Merkel voor ‘meer Europa’ past ook in een lange Duitse traditie. In de grondwet van 1949 toonde de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland zich al bereid tot „beperkingen van zijn soevereine rechten” om na het nationalistische verleden te kunnen opgaan in een verenigd Europa. Merkels voorganger Helmut Kohl wilde de Europese muntunie in 1989-1990 samen invoeren met een „politieke unie”, maar Frankrijk wilde daar niet aan. De trotse Grande Nation is er altijd beducht voor geweest macht uit handen te geven.

Tien jaar geleden, ten tijde van de discussie over de Europese grondwet, trokken Duitsland en Nederland merendeels gezamenlijk op, herinnert Tweede Kamerlid Frans Timmermans (PvdA) zich. Hij was toen één van de Nederlandse parlementaire vertegenwoordigers in de zogeheten Europese Conventie die de voorbereidingen voor de grondwet trof. „Van discussies over wel of geen politieke unie bleef Nederland een beetje weg”, zegt Timmermans.

Hij heeft wel een verklaring voor de modelmatige aanpak van Merkel: het Duitse systeem vereist vergezichten. Nederland, zo zegt Timmermans, heeft daarentegen juist baat bij het op de rem trappen. „Wij moeten eerst polderen om het eens te worden.”

De Nederlandse afwijzing – per referendum – van de Europese grondwet in 2005 was al een teken van groeiende afstand tot Berlijn. In Nederland, dat ooit ook een krachtige federalistische stroming kende, is het denken over Europa de laatste jaren snel minder Duits geworden. En meer Frans (nationale soevereiniteit mag niet verloren gaan) of zelfs Brits (Europa een markt en dat is alles). Net als Rutte voelt ook de Franse president Hollande vooralsnog weinig voor Merkels politieke unie.

In Duitsland zijn ook tekenen van euroscepsis merkbaar. Oud-bankier Thilo Sarrazin, bekend van het anti-immigratieboek Deutschland schafft sich ab, voert nu campagne tegen de euro. Onlangs zei Horst Seehofer, de leider van de CSU, de Beierse zusterpartij van de CDU, in NRC Handelsblad dat de bevolking nog niet klaar is voor een Europese politieke unie. Maar anders dan Rutte wordt Merkel (nog) niet bedreigd door eurosceptische partijen.

Ondanks de botsende visies kan Rutte Merkel in de aanloop naar de Europese top niet te veel van zich vervreemden. Op de agenda staan andere voorstellen waar Nederland én Duitsland moeite mee hebben, vooral op het financiële vlak. Rutte is tegen een Europees depositogarantiesysteem, onderdeel van een ‘masterplan’ waar EU-president Herman Van Rompuy aan werkt. De Franse president Hollande wil leningen door het noodfonds ESM zonder dat regeringen daarover meebeslissen. Rutte en Merkel hebben elkaar nodig om Van Rompuy en Hollande af te remmen.

De vraag is of Rutte en Merkel een openlijke botsing aandurven terwijl ze elkaar nu nodig hebben voor het oplossen van de financiële crisis. Heeft de machtspoliticus Merkel weinig genade voor een demissionaire bezoekende premier Rutte of juist begrip voor een politiek leider Rutte die over twee maanden verkiezingen heeft in een uitermate eurosceptisch land?

In elk geval heeft Merkel al laten weten dat ze desnoods een akkoord wil sluiten met een beperkt aantal landen. „We moeten niet blijven steken, omdat de een of de ander nog niet mee wil gaan.” Soortgelijke woorden gebruikte Merkel vorig jaar december kort voor de desastreus verlopen top van Europese regeringsleiders. Zij omzeilde toen een veto van de Britse premier David Cameron door gewoon een verdrag zonder de Britten met de overige EU-landen te sluiten.

Mark Rutte is gewaarschuwd.

    • Mark Beunderman
    • Mark Kranenburg