Kunnen Britten het zonder Europa?

In het Verenigd Koninkrijk is een referendum over de EU onvermijdelijk. Maar in or out vindt Lord David Owen te eenzijdig. Hij is vóór een interne markt, maar tegen een unie.

Correspondent Verenigd Koninkrijk & Ierland

Londen. „Ik ben geen euroscepticus.” Lord David Owen, de Britse oud-minister van Buitenlandse Zaken, zegt het tijdens het gesprek een paar keer. Om afstand te creëren tussen zichzelf en de talloze andere Britse politici die ook een referendum willen over de toekomst van het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie.

Want dat zo’n referendum er komt, is onvermijdelijk. Het zijn niet meer alleen anti-Europese Conservatieve Lagerhuisleden die erom vragen, of de rechtse, eurosceptische UK Independence Party (UKIP). Ook binnen de Labour-partij en onder Europa-gezinde politici groeit het besef dat de Britten zich op de een of andere manier moeten losmaken van de Europese ‘superstaat’ die Duitsland wil creëren.

De vraag is dus vooral wanneer er een referendum komt. En Lord Owen wil dat moment vóór zijn door nu een discussie te houden over wat de Britten eigenlijk willen met Europa. Hij stelt een scheiding tussen de Europese Unie – de eurozone – en de Europese Gemeenschap – louter de interne markt – voor en publiceerde daarover begin deze maand een e-book.

Waarom is dit volgens u een cruciaal moment in de Britse relatie met de Europese Unie?

„Europa verandert op een essentiële manier. Veel Britten, onder wie ikzelf, vonden dat we een referendum hadden moeten houden over het Verdrag van Lissabon*. De veranderingen van nu gaan nog verder. Maar de Britse houding is onduidelijk. De coalitie [bestaande uit de eurobehoedzame Conservatieven en de pro-Europese Liberaal-Democraten, red.] is waarschijnlijk verdeeld, waardoor ze niet anticipeert, maar reageert.

„Toegegeven, heel verstandig houdt de regering vol dat nu de euro – waar wij nooit aan mee wilden doen – in crisis is, er stappen moeten worden genomen om een ergere rotzooi te voorkomen. En als dat verdere integratie van de eurolanden is, het zij zo. Maar wat premier Cameron niet doet, is duidelijk maken wat er verlangd wordt van het VK als er één Euroland opdaagt. Verdere integratie zal grote consequenties hebben voor ons land.”

Wat zou de Britse positie moeten zijn?

„Allereerst zouden we niet moeten eisen dat, zoals bij het Begrotingsverdrag, verdragen buiten de EU om worden gesloten omdat wij het er niet mee eens zijn. Er zijn precedenten. Toen ik minister van Buitenlandse Zaken was, traden we toe tot het Europees Monetair Stelsel, maar niet tot het wisselkoersmechanisme. Onder John Major traden we toe tot de Economische en Monetaire Unie, maar niet tot de euro.

„Wat echt belangrijk is, is dat we onderdeel blijven van de interne markt. Maar we zouden er wel naar moeten streven dat álle landen in Europa er lid van worden. Dus ook Moldavië, Kosovo, Turkije of Noorwegen. De interne markt willen we niet opgeven en dat moeten we ook niet willen.”

Wanneer er een referendum komt, wilt u de Britten ook expliciet vragen naar de interne markt.

„De keuze zou moeten zijn: wilt u dat het VK deel uitmaakt van een gemeenschappelijke markt binnen een Europese Gemeenschap? Ja of nee. En vraag twee: wilt u dat het VK bij de Europese Unie blijft horen, de optie openhoudend voor toetreding tot de euro? Ja of nee.”

Is dat niet te genuanceerd voor de gemiddelde kiezer?

„Ja. Daarom moet een referendum ook pas worden gehouden nadat er een herschikking heeft plaatsgevonden: de interne markt zou los moeten komen te staan van de EU. Het is het verschil tussen de Gemeenschap, precies waar we lid van werden, en de Unie, de eurozone, waar we nooit voor kozen.”

Waarom geen referendum over in or out – bij Europa blijven of zelfstandig verder gaan – waar andere politici voor pleiten?

„Dat is een onechte keuze. Waar de Britten een probleem mee hebben, is verregaande integratie, niet met de interne markt. Je zag aan de reactie op mijn pleidooi dat men wanhopig zoekt naar een alternatief voor het polariserende in or out. Want tenzij we zelf iets verzinnen, worden we door de markten of door de beslissingen in Europa misschien gedwongen tot zo’n onmogelijke keus. Misschien dat UKIP dat wil, maar ik niet.”

Verliest het VK aan invloed doordat het geen positie bepaalt?

„Ja. Cameron heeft geaccepteerd dat Europa integreert, dat is al iets. Maar hij vernietigt alle goodwill door de eurolanden maar de les te blijven lezen. Dat is dom. Ik denk: het is onze kwestie niet. Live and let live.”

Zouden de Britten het zonder Europa kunnen?

„Zoals de wereld nu geordend is, met tarieven en handelsblokken en barrières, zijn we gewoon beter af in een gemeenschappelijke markt. Die doet geen afbreuk aan onze soevereiniteit, ons buitenlands beleid of ons gevoel Brits te zijn.

„Ik ben voorstander van Europa, voorstander van een gezamenlijke markt, zelfs voorstander van de term ‘Europese Gemeenschap’. Mijn probleem is de federalistische ambitie van sommigen. Ik wil geen burger zijn van een land dat Europa heet. En al helemaal niet als gevolg een mislukte onderneming als de euro.”

    • Titia Ketelaar