Hoeveel staatsinvloed is wenselijk bij centrale bank?

Vóór de crisis was de Britse centrale bank geobsedeerd door het in bedwang houden van de inflatie, terwijl de toezichthouders op de banken zich zorgen maakten over individuele debiteuren. Geen van beide partijen was in staat – of bereid – de grote kredietzeepbel aan te pakken, die uiteindelijk een ernstige recessie heeft veroorzaakt. In reactie daarop hebben de autoriteiten de FPC in het leven geroepen, om zich bezig te houden met het ‘macro-behoedzame’ beleid.

Op dit moment zijn financiële zeepbellen niet bepaald de grootste bedreiging voor de Britse financiële sector. De banken en de economie hebben vooral last van buitensporige behoedzaamheid, en niet van overdrijving.

De toezichthouders weten niet goed wat ze moeten doen. Zoals Donald Kohn, de voormalige gouverneur van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) heeft aangegeven: het is makkelijker om de punchbowl weg te halen op een feestje dat uit de hand aan het lopen is, dan om het alcoholgehalte van de punch op te voeren om het feestje weer aan de gang te krijgen.

De spanning is duidelijk te voelen in de bijna tegenstrijdige opstelling van de FPC in de kwesties rond het bankkapitaal en de liquiditeitsbuffers. De commissie heeft de banken tegelijkertijd opgeroepen hun kapitaal aan te vullen en de buffers omlaag te brengen om de economische inzinking tegen te gaan.

En nu doet de Britse regering haar duit in het zakje. Osborne heeft vorige week laten weten dat de FPC een tweede doelstelling zal krijgen, het steunen van het overheidsbeleid. Dat heeft de alarmbellen doen rinkelen: kan de FPC in de toekomst nog wel optreden tegen een zeepbel op de huizenmarkt, als de regering een beleid voert van het bevorderen van het eigen huizenbezit?

Deze angst kan overdreven zijn: ook het Monetary Policy Committee, de monetaire beleidscommissie van de centrale bank, die de rente vaststelt, wordt geacht het overheidsbeleid te steunen, tenzij dat in strijd is met het doel van het behoud van stabiele prijzen. En Osborne heeft gelijk als hij zegt dat beleid dat de financiële stabiliteit in stand houdt maar de economische groei afknijpt pervers zou zijn.

Toch gaat het debat over meer staatsinvloed voorbij aan het onmiddellijke probleem waar de FPC nu mee kampt: haar gebrek aan effectieve beleidsinstrumenten om iets aan de huidige inzinking te doen. Dat is een probleem dat geen enkele ministeriële bemoeizucht kan verhelpen.

Vertaling Menno Grootveld

    • Peter Thal Larsen