Een silly job, want iets beters is er niet

De werkloosheid blijft stijgen, vooral onder jongeren en 45-plussers. 6,2 procent zit thuis. „Ik heb in een maand al veertig brieven geschreven.”

Redacteur Werk & Geld

Kapitaalvernietiging. Zo noemt hij het herhaaldelijk. Want ook al mag dit geen negatief verhaal worden, benadrukt Suki de Boer (31) eveneens herhaaldelijk, het is wel kapitaalvernietiging als het er echt op moet uitdraaien dat een promovendus in de kunstgeschiedenis in een callcenter gaat werken.

Zo ver is het nog niet. Nog niet. Deze maand loopt zijn WW af. En als hij dan nog geen baan heeft gevonden, komt hij in de bijstand.

We spreken af bij Suki de Boer thuis. Want daar, mailt hij, is hij nu het vaakst. Al is het wel een grote bende, waarschuwt hij. De vloer is bezaaid met kleurige schoenen. Op planken aan de muur tientallen kunstboeken. Een pot pindakaas naast het toetsenbord van zijn computer. Het is een bovenwoning in Amsterdam Oud-West. De Boer woont er graag. Maar onduidelijk is of hij er blijft wonen. Misschien lukt hem in het buitenland wel wat in Nederland niet lukt: een baan vinden. En zo niet, dan is het de vraag of hij met de bijstand zijn huur kan betalen. Maar daar, zegt De Boer, wil hij nog niet over nadenken. Nu, in de WW, krijgt hij 70 procent van zijn salaris als promovendus. Lachend: „En dat was al niet veel.” In de bijstand zal hij maandelijks 800 euro te besteden hebben. „Dan ga ik er dus nog eens 400 euro op achteruit.”

Ook René van Es (45) leeft van de WW. Begin mei werd zijn contract niet verlengd. Zijn werk, als interne accountmanager, was ‘opgedroogd’: er was niets meer voor hem te doen. Van Es en zijn gezin moeten de „eindjes aan elkaar knopen” nu ze moeten rondkomen van de WW. Hij was een goed salaris gewend. Heeft een koopwoning in Almere, een auto, drie kinderen, van wie er twee op de middelbare school zitten. Neem de sportvereniging van één van hen: daar is de contributie net flink verhoogd. Van Es: „Alles wordt duurder, terwijl mijn inkomen omlaag gaat.” Het gezin bezuinigt op de extra’s. Niet op vakantie deze zomer. Minder lekkere dingen in huis. Zuinig met het gas- en stroomverbruik. Minder vaak de auto nemen.

Het promovenduscontract van Suki de Boer liep af in oktober. Zijn proefschrift is nog niet klaar. Sindsdien vullen zijn dagen zich met verder werken aan zijn proefschrift en verplicht solliciteren. Dat moet hij vier keer per maand. Straks in de bijstand zelfs acht keer per week. Tot nu toe heeft geen van zijn brieven iets opgeleverd. Niet eens een gesprek. De Boer: „Het kunstveld zit vast. Door die bezuinigingen is nergens plek.”

René van Es is fulltime aan het solliciteren. In een maand tijd heeft hij veertig brieven geschreven. Hij heeft ook al gesprekken gevoerd. „Maar ik merk dat ik duur ben. Ik kon wel een aantal banen krijgen, maar mijn salaris zou daar nog lager zijn dan wat ik nu aan WW krijg. Soms scheelde het zelfs meer dan duizend euro. Dan zou ik mijn huis moeten verkopen. Ze schalen je in alsof je net van het hbo komt.” Bedrijven, zegt hij, willen nu graag voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Wel veel ervaring, maar voor weinig geld. „Waar je vroeger een hoger salaris kon vragen als je een nieuwe baan zocht, krijg je nu juist minder. En waar vroeger in vacatures om ervaring gevraagd werd, vragen ze nu alleen om ‘hbo-afgerond’.”

Deze week heeft de Dienst Werk en Inkomen (DWI) Suki de Boer nog een maand gegeven om een baan te vinden voor hij de bijstand in moet. Dat was geen gezellig gesprek. De Boer moest een pak papier meenemen – huurcontract, bankafschriften, sollicitatiegedrag. De vrouw die het intakegesprek met hem voerde, greep meteen naar de bankafschriften. „Kijken of er geen gekke bedragen op staan”, zei ze tegen hem. De Boer: „Alsof ik een drugshandel run. Ze zei dat ik straks ook op lagere functies moet solliciteren, bijvoorbeeld op callcenterwerk. Ik heb in mijn studententijd wel gewerkt in een kledingzaak, maar om dat nu weer te gaan doen? Ik mag toch wel verwachten dat ik íets kan als promovendus? Die vrouw zei: als je niet solliciteert, zetten we je gewoon ergens op.” Dat zou voor hem een enorme stap terug zijn, zegt hij. Als je na je afstuderen niet meteen een baan kunt vinden, kun je nog wel een tijdje je studentenbaantje uitbreiden. „Maar ik ben intussen zo gespecialiseerd, heb op internationale conferenties gestaan. Als je dan ineens terug moet naar iets wat iedereen zou kunnen, dan is dat toch zonde?”

In december verstuurde De Boer zijn eerste sollicitatiebrief. „Naar een museum. Ik ben gewoon alle Nederlandse musea en instellingen af gegaan. Allemaal open sollicitaties, ze hebben bijna nergens een vacature.” Inmiddels is hij meer gericht gaan zoeken. Ook in het buitenland. Een vriendin in Singapore wees hem op een vacature daar, voor een manager youth arts. De Boer: „Alles is voor mij nu een serieuze optie, dus ook werk in het buitenland.” Hij heeft ook gesolliciteerd bij BMW, in verschillende landen, voor een baan als management trainee. Past bij zijn onderzoek over grote multinationals die met hedendaagse kunst bezig zijn. De wereld is groot genoeg, begon hij zich tijdens zijn zoektocht naar leuke vacatures te realiseren. „Ik ben nergens aan gebonden. Heb geen kinderen. Mijn proefschrift moet af, maar dat kan ook in het buitenland. Ik wil gewoon per se iets doen in het verlengde van mijn vak. Ik ben niet door die mallemolen van het vinden van een promotieplek en vervolgens het hele promotietraject gegaan voor een silly job.” Gaat hij iets doen zonder raakvlakken met zijn promotieonderzoek, dan gaat hij achterlopen. „Ik ga niet mijn eigen braindrain creëren waardoor ik totaal de feeling met mijn vak kwijtraak.”

Ook René van Es solliciteert alleen op banen die hij leuk vindt. „Anders loop ik straks weer vast”, verwijst hij naar de afgelopen jaren, waarin hij voor verschillende werkgevers werkte. Eerst in de IT en later als accountmanager. „Ik ben overal steeds net iets te kort geweest om iets op te bouwen, om een gevoel van toegevoegde waarde te hebben.” Juist dat besef maakt dat hij deze fase van solliciteren ook ervaart als een creatieve fase. „Ik stel mezelf de vraag: waar sta ik nu in het leven, waar wil ik komen en welke stappen ga ik zetten om daar te komen?” Dat komt misschien wel door zijn leeftijd, denkt hij. „Ik vraag me af of het werk dat ik deed echt is wat ik wil. Hoe ik van toegevoegde waarde kan zijn voor de maatschappij.” Het antwoord ligt misschien in de persoonlijke ontwikkeling: Van Es overweegt om als zzp’er evenementen te gaan organiseren waar sprekers als de Amerikaanse motivational speaker Anthony Robbins komen. Want mensen zijn zoekende, zegt Van Es, „ze weten van gekkigheid niet meer wat ze willen doen. Daarom floreren coachingbedrijven nu zo. Het past wel bij mijn leeftijd om de kant van de wijsheden op te gaan.”

Daarom solliciteert Van Es nu niet alleen op banen bij een werkgever – dat heeft toch nog altijd zijn voorkeur – maar zoekt hij ook uit wat het betekent om zzp’er te zijn. Wat voor uurtarief je kunt vragen. Hoe dat in de opstartfase te combineren valt met een uitkering.

Alleen solliciteren op leuke banen betekent voor Suki de Boer vooralsnog dat hij afwijzingen moet verwerken. En natuurlijk is dat vervelend, zegt hij, maar na elke afwijzing concentreert hij zich op „verder gaan”. „Ik ga niet een potje zitten balen. Het is raak of niet. Dus ik ga dan gewoon weer verder met zoeken, sollicitatiebrieven schrijven, met mijn proefschrift en mijn eigen kunstprojecten.” Het zoeken naar vacatures is saai werk, vindt De Boer. En frustrerend. „Vooral omdat je je een soort nietskunner gaat voelen. Terwijl ik genoeg competenties heb.” Twee dagen voor dit gesprek heeft hij een sollicitatie verstuurd die perfect bij zijn profiel past, als docent museologie aan de UvA. Maar hij weet al van één collega-promovendus, zijn kamergenoot op de VU, dat die ook gesolliciteerd heeft op dezelfde functie. Zij zit net als De Boer in de WW. „Mijn collega’s solliciteren op dezelfde banen als ik. We zitten in elkaars vaarwater. We zien allemaal dezelfde banen langskomen.”

Maar dan relativeert hij weer. Verwijst naar zijn vrienden die wél een vast contract hebben, of een goed salaris, maar die evengoed soms ook vastlopen. Ze komen niet verder in hun werk of willen ander werk, maar kunnen dat niet vinden. De Boer: „Dus alleen hun financiële zekerheid is te benijden. Maar wat is financiële zekerheid waard als je je baan niet leuk vindt? Wat dat betreft is mijn situatie beter: alles ligt nog open. Het kan alleen maar beter worden.”