Britten willen ons verbazen

De Culturele Olympiade moet een reusachtige viering worden van het beste wat Britse kunst de wereld te bieden heeft. De Britten kiezen voor records en voor toegankelijkheid.

De ArcelorMittal Orbit van Anish Kapoor en Cecil Balmond van 114 meter, deels van gerecycled staal Foto AP

Wat hebben Shakespeare, Tracey Emin, een springkussen in de vorm van Stonehenge en The Royal Ballet met elkaar gemeen? En wat hebben ze gemeen met de Olympische Spelen?

Alles, vindt het organiserend comité van de Londense Spelen, Locog. Kunstenaars nemen net als sporters risico’s, ze tonen doorzettingsvermogen, en proberen de beste te zijn. En zowel „sporters als kunstenaars inspireren en verbazen ons”.

Daarom wilden de Britten naast de Olympische Spelen, die op 27 juli beginnen, ook de Culturele Olympiade groots vieren. De afgelopen vier jaar vonden er al enkele evenementen plaats, maar morgen begint het hoogtepunt: het twaalf weken durende London 2012 Festival. Het moet, in de woorden van festivaldirecteur Ruth Mackenzie, de „grootste culturele viering ooit” worden. „Ik weet zeker dat we dingen gaan zien die we nooit zullen vergeten”, zei ze tijdens de presentatie van het 140 bladzijden tellende programma.

De cijfers zijn indrukwekkend: er worden 12.000 – deels gratis – evenementen gehouden op 900 locaties door 25.000 kunstenaars. In iedere hoek van het Verenigd Koninkrijk vindt er tussen nu en begin september wel iets plaats: van dansvoorstelling tot openluchttheater of tentoonstelling. De bijna 100 miljoen pond die de olympiade kost, komt voor een belangrijk deel uit sponsor- en loterijgeld.

De crème de la crème van Britse kunstwereld werkt aan de olympiade mee: naast beeldend kunstenaar Emin en andere Turner Prize-winnaars, bijvoorbeeld acteur Stephen Fry, die gastheer is van een comedyfestival, zanger Damon Albarn, wiens opera Dr Dee in première gaat, en alle grote musea, toneel- en dansgezelschappen. Indachtig de olympische gedachte doen er kunstenaars uit alle 216 aan de Spelen deelnemende landen mee, maar de olympiade moet vooral laten zien hoe divers Britse kunst is.

Die blijkt vooral te bestaan uit de categorie ‘groot, groter, grootst’. Voor Martin Creeds No 1197 moeten bijvoorbeeld op 27 juli om acht uur ’s ochtends alle kerkklokken in het land tegelijk drie minuten luiden. Op 14 juli proberen de Britten het wereldrecord dansen te verbreken, door onder meer in Cardiff een grote Bollywood-choreografie uit te voeren en in Cambridge een traditionele Morrisdans. Gehoopt wordt dat vijf miljoen dansers meedoen.

En Britse kunst, zo lijkt de organisatie te willen zeggen met de programmering, is niet elitair maar toegankelijk voor iedereen. Voor iedere doelgroep is er wel iets verzonnen. Geschikt voor families? De kindertheaterworkshops in het Londense West End. Voor jongeren? Popconcerten langs de Theems. Multicultureel? De Africa Express-trein met Marokkaanse en Algerijnse musici rijdt door het land. Internationaal? Het Aldeburgh wereldstudentenorkest, dat via YouTube auditeerde, brengt onder meer Benjamin Britten ten gehore. Moderne kunst, oude meesters, mode? Check, check, check. Het meeste vindt bovendien op ongewone locaties plaats, zoals een celloconcert aan de kust bij Portland.

Verwarrend genoeg vallen evenementen die ieder jaar plaatsvinden opeens ook onder de Culturele Olympiade, waaronder de BP Portrait Award van de National Portrait Gallery of de klassieke muziekreeks The Proms. De echte parels, zoals het retrospectief van Damien Hirst in de Tate Modern of het World Shakespeare Festival, hadden bovendien zonder de Olympische Spelen ook plaatsgevonden. Maar de Britten willen er kennelijk met het stempel van de olympiade extra aandacht op vestigen.

Wat vooral opvalt, is dat weinig een expliciete link heeft met sport of de Spelen. In het British Museum is een tentoonstelling van medailles, in de Tate Britain van olympische posters, en in het Royal Opera House van olympische ‘schatten’.

Het is ook niet de bedoeling, vindt festivaldirecteur Mackenzie. Ze wijst erop dat de Spelen altijd een culturele en een sportieve kant hadden: „In het oude Griekenland vierden sporters en kunstenaars het olympische jaar samen. De deelnemende landen beloofden de onderlinge strijd te staken om naar sporters te kijken én naar kunstenaars.”

Die gedachte nam de Franse baron Pierre de Coubertin over voor zijn moderne Spelen, en tot 1948 kregen kunstenaars medailles voor de zogenoemde ‘Vijfkamp van de Muses’: architectuur, muziek, literatuur, beeldende kunst en schilderkunst.

London 2012 Festival moet een viering worden van het beste wat (Britse) kunst de wereld te bieden heeft. Symbool is volgens Mackenzie de Orbit van de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor, een gigantische rode stalen uitkijktoren van 114 meter hoog. Die staat niet voor niets naast het olympisch stadion.