Breien

Verhaal over acht dames op leeftijd die achter een cijferslot doen aan kleinschalig wonen. In de hoofdrol mevrouw Niterink (86), moeder van Tosca Niterink.

Het is vanmiddag een drukte van belang tussen de harmonicadeuren in de multifunctieruimte. In het midden van de zaal staat een lange tafel met breiende dames. „Nee, hier is ze niet”, zeg ik tegen Annie. Misschien in de kapsalon achterin de zaal. Ik speur de kappersstoelen van het mobiele was- en watergolfsteunpunt af maar er steken geen bekende benen onder de droogkappen uit.

Maar dan! Ik weet niet wat ik zie, daar zit mijn moeder toch te breien. „Mam”, roep ik verbaasd, „je breit!”

Mijn moeder breit! In haar ochtendjas weliswaar, maar ze breit! Mijn moeder en breien! Ze begon toen ik zes was aan een sjaal voor mij en op mijn 15de was-ie eindelijk af.

„Mam, je breit.”

Er beginnen een paar vrouwen met een speldje ‘vrijwilliger’ op de borst te giechelen.

„Da’s niet zo gek, het is naaimiddag”, zeggen ze, „dan mag dat!”

„Wat brei je mam?”

„Geen idee.”

„Ze is een poes aan het breien!”

„Een poes? Mam laat je poes eens zien!”

De vrijwilligsters gillen het uit.

„Sorry, we zijn een beetje melig.”

„Er ging net ook al een doos over de tafel”, grapt mijn moeder tot algehele hilariteit. Ze heeft een goeie dag zie ik en heeft, al breiend in ochtendjas, de show weer eens gestolen!Een verlegen vrouw wordt aan de arm van een zuster rondgeleid. „Dit wordt uw kapper”, zegt de zuster „en hier kunt u op maandagmiddag breien.”

„Ik hou niet van breien”, zegt de vrouw.

Ik moet denken aan de keer dat ik hier met mijn moeder kwam kijken, met een steen in mijn maag, het voelde als verraad.

„Ik ben klaar met breien”, zucht mijn moeder.

„Ja, het schiet niet erg op”, zegt de vrijwilligster.

„Ach,” zeg ik, „dat ken ik van haar.”

We gaan naar de huiskamer.

De zuster staat op haar dooie gemak aardappels te schillen.

„Wat maakt u?”

„Preischotel met gehakt.” Zo lief hoe ze daar staat, met haar leesbril op en een schort voor. Laatst zei de dochter van mevrouw Kistenmaker: „De zuster is de moeder en onze moeders zijn haar kinderen.”

„Ik heb honger”, zegt mijn moeder, „maar ik heb niks te eten in huis.”

„Mam, je eet preischotel.”

„Wat?” vraagt mevrouw Glims.

„Prei,” snibt mijn moeder en spelt: „P R E I!”

„En breien en spellen, ze heeft een goeie dag”, zeg ik tegen Annie.

Mevrouw Van Haren bladert in een KLM-fotoboek en is terug in haar stewardessentijd. „Ladeliedelodelu!” zingt ze.

„Wat interessant”, roept mevrouw Glims, „gaat ze ergens optreden.”

„Ik hoop het niet”, sneert mijn moeder.

„Er staat nog heel wat op stapel!” verklapt Van Haren, „ladelidelodeloe!”