Allereerste schilderij was een rode stip

Uit een herdatering blijkt dat Spaanse rotsschilderingen ouder zijn dan gedacht: 40.800 jaar. Misschien zijn de tekeningen wel door Neanderthalers gemaakt.

Redacteur Wetenschap

In elke historische standaard staan ze vermeld als het geboortekaartje van de menselijke beschaving in Europa: de grottekeningen in het noordwesten van Spanje, die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staan. Zijn deze tekeningen gemaakt door de eerste moderne mensen in dit werelddeel, zoals algemeen wordt aangenomen? Of waren de makers misschien de laatsten der Neanderthalers op het continent?

Dat laatste is iets minder onwaarschijnlijk geworden nu de tekeningen veel ouder blijken te zijn dan gedacht. De archeologen Alistair Pike (Universiteit van Bristol) en João Zilhão (Universiteit van Barcelona) en hun collega’s hebben de tekeningen opnieuw gedateerd, met een vrij nieuwe methode waarbij het uraniumverval in calcietafzettingen wordt gemeten. De tekeningen zijn gemiddeld 5.000 tot 10.000 jaar ouder dan naar voren kwam uit eerdere koolstofdateringen, concludeerden Pike en Zilhão vorige week in Science.

De leeftijd van de oudste tekeningen – die van een rij rode stippen en iets jongere handafdrukken in El Castillo – komt zo uit op minstens 40.800 jaar. Een knotsvormig symbool op de wanden van de ‘zaal’ in de grot van Altamira, vermaard om zijn tekeningen van paarden en bizons, is minstens 35.600 jaar oud. Daarmee zijn de grottekeningen vooralsnog de oudste in Europa – ouder dan de tekeningen in de Franse grotten van Chauvet, waar de beren, paarden en bizons vorig jaar met de koolstofmethode zijn gedateerd op 30.000 jaar.

De nieuwe datering brengt de tekeningen in de tijd ook veel dichter bij de dageraad van de moderne mensen in Europa. Na het vertrek uit Afrika arriveerden de eerste groepjes Homo sapiens ongeveer 40.000 jaar geleden in dit werelddeel. Genetisch onderzoek en menselijke sporen in een Roemeense grot leren volgens Pike en Zilhão, dat de moderne mensen op zijn vroegst 42.000 jaar geleden in Europa aankwamen. „Onze dateringen geven een minimumleeftijd voor de tekeningen”, zei Pike op een telefonische persconferentie: „Met 40.800 jaar kom je dus heel dicht bij de eerste Homo sapiens in Europa.”

Het kan volgens de onderzoekers betekenen dat de vroegste mensen hun grotkunst uit Afrika hebben meegenomen. „De moderne mensen in Afrika verrichtten al symbolische handelingen zoals het doorboren van kralen, het bekrassen van schelpen en het verven met pigmenten”, zei Pike. „Maar er zijn geen bewijzen voor grotkunst in Afrika. Grottekeningen zijn tot op heden alleen in Europa gevonden.”

Ook mogelijk is dat mensen kort na hun aankomst in Europa de grotten zijn gaan beschilderen. Maar waar kwam die creatieve explosie vandaan? „Mogelijk is er een periode van innovatie in gang gezet doordat de moderne mensen met de Neanderthalers moesten concurreren om de schaarse bronnen”, zegt Pike. Neanderthalers leefden grofweg van 250.000 jaar tot 30.000 jaar geleden in Europa.

Dat geeft de ruimte voor een derde verklaring, namelijk dat Neanderthalers de tekeningen hebben gemaakt. „Persoonlijk denk ik dat dit goed mogelijk is”, zei Zilhão, een erkende Neanderthalerexpert, op de persconferentie. „Neanderthalers hebben lang een slechte pers gehad, maar de laatste jaren is duidelijk geworden dat ze tot veel in staat waren.”

De vraag is alleen waarom de Neanderthalers pas kort voor hun uitsterven tekeningen zijn gaan maken en niet eerder. „Neanderthalers leefden lang verspreid over Europa in kleine groepen. Pas later gingen ze dichter bij elkaar leven en dat zette technologische en culturele vernieuwingen in gang”, zei Zilhão.

Voorlopig zijn moderne mensen de meest waarschijnlijke makers, zei Pike: „Maar als we tekeningen vinden die nog wat ouder zijn, dan weten we zeker dat die niet door Homo sapiens zijn gemaakt.”

    • Karel Berkhout