A'dam kandidaatstad Spelen

Amsterdam wordt de stad waarmee Nederland zijn eventuele kandidatuur voor de Olympische Spelen in 2028 stelt. Rotterdam is aangewezen als partnerstad.

Amsterdam wordt de Nederlandse kandidaatstad voor de Olympische Spelen in 2028. Belangrijke faciliteiten zoals het Olympisch Dorp en het perscentrum worden daarmee in de hoofdstad gevestigd. De functie van ‘naamstad’ houdt ook in dat Amsterdam de opening en de sluiting van de Olympische Spelen krijgt én daar het volledige atletiekprogramma wordt gehouden.

Dat is gisteravond unaniem besloten tijdens een vergadering in Den Haag van het Olympisch Vuur, de alliantie waarin alle belangrijke sport- en maatschappelijke instellingen in Nederland zijn vertegenwoordigd. Demissionair minister Edith Schippers (Sport, VVD) heeft vandaag de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de genomen beslissingen van de alliantie van het Olympisch Vuur.

Rotterdam, dat ook in de running was als Nederlandse kandidaatstad, wordt partnerstad en gaat nauw samenwerken met Amsterdam. De Rotterdamse sportwethouder Antoinette Laan in een schriftelijke reactie: „Natuurlijk was Rotterdam ook graag als naamgevende stad worden voorgedragen. Maar geen enkele stad in Nederland kan de Olympische Spelen alleen organiseren. We moeten onze krachten bundelen als Nederland kans wil maken op de organisatie van de Olympische Spelen. De samenwerking met Amsterdam levert voor beide steden uiteindelijk het meeste op.” Amsterdam en Rotterdam zullen, onder leiding van het Olympisch Vuur, een samenwerkingsmodel uitwerken dat uitgaat van „een evenwichtige spreiding van sportvoorzieningen”.

André Bolhuis, voorzitter van de Nederlandse sportkoepel NOC*NSF, vindt het erg goed dat Amsterdam en Rotterdam willen samenwerken. „Zo kunnen we in 2016 een goed besluit nemen over het mogelijk uitbrengen van een bid op de Olympische en Paralympische Spelen. Met de afspraak tussen Amsterdam en Rotterdam om samen op te trekken in de richting van een mogelijke kandidatuur erkennen beide steden dat de organisatie van de Olympische Spelen een enorme onderneming is die de organisatiekracht van iedere stad afzonderlijk te boven kan gaan”, aldus Bolhuis vanmorgen in een telefonische reactie.

De Amsterdamse sportwethouder Eric van der Burg (VVD) zegt desgevraagd: „Het is heel goed dat er nu een besluit is genomen en dat we de keuze voor een stad niet hebben doorgeschoven naar 2016. Het is één van de belangrijkste mijlpalen op weg naar een eventueel bid voor de Olympische en Paralympische Spelen van 2028. Nu kunnen we volle kracht vooruit met de Nederlandse olympische ambitie. Ik ben trots dat de eventuele kandidatuur onder de vlag van Amsterdam wordt uitgebracht.”

Eric Eijkelberg, directeur Olympisch Vuur, vanmiddag in een telefonische reactie: „De conclusie van ons onderzoek is dat Nederland de Olympische Spelen aankan. Maar dan moeten Rotterdam en Amsterdam wel samenwerken. Internationaal is Amsterdam een bekendere naam, dus mede daardoor is de keuze op de hoofdstad gevallen. We zijn op dit moment bezig met het verbeteren van het sportklimaat in Nederland, nog lang niet met de keuze of we daadwerkelijk gaan organiseren.”

Waarom is de keuze op kandidaatstad Amsterdam gevallen? De Amsterdamse sportwethouder Van der Burg: „We zijn met het Olympisch Vuur tot de conclusie gekomen dat Amsterdam meer kans maakt, omdat wij internationaal bekender zijn en er in Amsterdam al meer faciliteiten aanwezig zijn. Wij hebben bijvoorbeeld meer hotelcapaciteit dan Rotterdam. Maar Van der Burg onderschrijft de noodzaak van Rotterdam als partner: „Het is ook goed dat Rotterdam meedoet. Het kan niet in één stad. Daarvoor zijn de Spelen te groot en Amsterdam te klein. De kracht ligt in de samenwerking. Amsterdam kan het onmogelijk alleen doen. Olympische Spelen staat gelijk aan het organiseren van 28 wereldkampioenschappen”, zegt de Amsterdamse wethouder.

Een eerdere poging van Amsterdam om zich kandidaat de stellen voor de Olympische Spelen van 1992 mislukte. Maar de olympische ambitie werd in stilte levend gehouden. De laatste jaren heerste veel scepsis over de olympische plannen. De ideeën zouden, mede vanwege de economische crisis, onvoldoende leven onder de Nederlandse bevolking, en de voortgang was gebrekkig. Ook was er onduidelijkheid over de taakverdeling en over de financiën.

Schattingen over de kosten van het organiseren van de Olympische Spelen lopen sterk uiteen. In april overleefde sportminister Schippers een motie van wantrouwen over de kosten van de Olympische Spelen, die door de fracties van de SP en de Partij voor de Dieren was ingediend. Schippers was in een brief aan de Kamer niet ingegaan op de organisatiekosten van de Zomerspelen. Die kosten bedragen mogelijk acht miljard euro, maar zouden ook een stuk lager kunnen uitvallen.

    • Yasmina Aboutaleb
    • Jens Pauw