Megazwendel verlamt Nigeria

Hoge politici, importeurs en het staatsoliebedrijf hebben 5,2 miljard euro aan subsidie verduisterd. Durft president Jonathan zijn politieke bondgenoten aan te pakken?

In brand gestoken benzinepomp in Dullahi, in het noorden van Nigeria. In verschillende steden hebben zich de afgelopen onlusten gedaan na aanslagen van Boko Haram op kerken. Foto AFP

De Nigeriaanse president Goodluck Jonathan staat voor een duivels dilemma. Of een groot aantal politieke bondgenoten ontslaan, die beschuldigd worden van omvangrijke fraude met brandstofsubsidie. Of niets doen en riskeren dat Nigerianen massaal de straat opgaan, net als in januari toen het land volkomen tot stilstand kwam door stakingen en protesten tegen het afschaffen van de brandstofsubsidie.

De druk op president Jonathan om grote schoonmaak te houden in zijn regering neemt met de dag toe toe. Vakbonden, ngo’s, kranten en oppositiepartijen roepen hem op om een van de grootste corruptieschandalen uit de Nigeriaanse geschiedenis aan te grijpen om zijn beloftes over hervormingen gestand te doen.

„De leiders van Nigeria worden uitgedaagd om het huidige parasitaire systeem de nek om te draaien. Omdat president Goodluck Jonathan niet is verkozen om zijn vrienden te beschermen, moet hij handelen in het belang van de Nigerianen”, schrijft de krant National Daily.

Aanleiding is de publicatie van een onthutsend parlementair rapport een maand geleden, waaruit blijkt dat hoge regeringsfunctionarissen, olie-importeurs en het staatsoliebedrijf de afgelopen jaren 5,2 miljard euro aan brandstofsubsidie hebben verduisterd. Zelfs naar Nigeriaanse maatstaven is de omvang van deze zwendel schokkend. Het gaat om de helft van het totale bedrag dat de Nigeriaanse overheid aan brandstofsubsidie heeft uitgegeven.

In theorie houdt de subsidie de prijs aan de pomp laag door bedrijven te betalen om geïmporteerde brandstof te verkopen onder de prijs op de wereldmarkt. Al met al produceert Nigeria naar schatting 2,4 miljoen vaten ruwe olie per dag, maar door corruptie en wanbestuur opereren ’s lands vier raffinaderijen al jaren niet meer. Geraffineerde brandstof moet uit het buitenland komen.

Uit het rapport blijkt dat importlicenties op grote schaal werden gebruikt om subsidiegeld te stelen. „Om een importlicentie te krijgen, hebben bedrijven massaal ambtenaren omgekocht”, zegt Idris Akinbajo, die vorig jaar werd uitgeroepen tot Afrikaanse onderzoeksjournalist van het jaar om een serie verhalen over fraude in de oliesector. „Sommige bedrijven leverden helemaal geen benzine, anderen leverden niet zo veel als ze zeiden. Maar ze kregen wel subsidie. En ze werden niet gepakt, want ze kochten de functionarissen om die hen moesten controleren.”

Het resultaat was een ware wildgroei aan importbedrijven. Waren er in 2006 nog zes bedrijven met een licentie, in 2011 was dit aantal gestegen naar 140. Met als gevolg dat de kosten van de subsidieregeling toenamen van 1,8 miljard naar 10,4 miljard euro. In één geval maakte de staat binnen 24 uur 128 keer een bedrag van 6,4 miljoen dollar over aan „onbekende entiteiten”.

De hoofdschuldige aan de omvangrijke zwendel is het schimmige staatsoliebedrijf NNPC, dat bijna de helft van de verduisterde 5,2 miljard euro heeft weggesluisd. De NNPC is verantwoordelijk voor de import en export van olie, maar hoeft aan geen enkele autoriteit verantwoording af te leggen. „De NNPC is de meest corrupte overheidsorganisatie in Nigeria”, zegt Akinbajo. „De NNPC is zo gehuld in geheimzinnigheid dat niemand precies weet wat daar gebeurt, zelfs de minister van Olie niet.”

De parlementariërs dringen er in hun rapport op aan schoon schip te maken binnen de NNPC. Directeur Austin Oniwon, een bondgenoot van de president, wil daar niets van weten. „Corruptie binnen de NNPC bestaat alleen in de verbeelding van sommige mensen”, verklaarde hij.

Er zijn meer politieke vrienden van Jonathan betrokken bij de zwendel. Zo bleek minister van Luchtvaart Stella Oduah een belang te hebben in een frauduleus importbedrijf. Net als een aantal gouverneurs en hoge functionarissen in de olie-industrie, die de campagnes van president Jonathan hebben gefinancierd. „Dat hoge regeringsfunctionarissen volhielden dat de subsidie was bedoeld voor goedkope producten, was een duidelijke poging de Nigerianen te misleiden”, aldus het rapport.

Toch gelooft Akinbajo niet dat er hoge politici achter de tralies zullen verdwijnen. „In het verleden zijn er ook onderzoeken geweest. Soms leidden die tot jarenlang voortslepende rechtszaken, maar tot een veroordeling kwam het nooit. Als Jonathan de aanbevelingen van het rapport uitvoert, zal er weinig van zijn regering overblijven. Dan zet hij de bijl aan zijn eigen machtsbasis.”

De macht van dit kartel van corrupte politici, hoge ambtenaren en olie-industriëlen is niet zomaar gebroken. Ze vechten terug. Farouk Lawan, de parlementariër die het onderzoek naar de fraude leidde, heeft al doodsbedreigingen ontvangen. En vorige week werd hij ondervraagd door de politie, die hem ervan verdenkt steekpenningen te hebben aangenomen om de naam van een oliebedrijf uit het rapport te houden. He lijkt een poging het hele onderzoek in diskrediet te brengen.

President Jonathan probeert vooralsnog tijd te winnen. Hij zegt dat de fraudeurs zullen worden vervolgd en vraagt het volk geduld te hebben. Veel Nigerianen nemen hiermee geen genoegen. Oppositiepartijen, activisten en vakbonden hebben voor eind deze maand acties aangekondigd om de regering te dwingen op te treden.

Toch is de vraag of de acties zo massaal worden als in januari. Abdulkadir Alkasim, een activist die de protesten destijds hielp organiseren, denkt van niet. „Het momentum is verdwenen. Het land is in rouw na de maandenlange terreur van Boko Haram en het vliegtuigongeluk in Lagos (waarbij begin deze maand 153 mensen omkwamen, red.) Nigerianen komen pas in actie als hun leven direct wordt geraakt. Dat zal pas gebeuren als Jonathan opnieuw probeert de brandstofsubsidie af te schaffen.”