Xandra Schutte: ‘Hollinghurst weet een aantal zaken prachtig te verbinden’

Wekelijks verklaart een sporter, wetenschapper of journalist in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad de liefde aan een boek. In de literaire liefdesverklaring van deze week: journalist Xandra Schutte over De schoonheidslijn van Alan Hollinghurst.

De personages in De schoonheidslijn van Alan Hollinghurst dansen op een vulkaan. De geur van doem die onder de roman ligt begraven wacht op elk personage. Hollinghursts debuut De zwembadbibliotheekuit 1988 beschreef het feest; dit is het boek over de kater. Een zedenschets, niet enkel een seksuele, maar ook over het upperclass milieu van de ‘Tories’.

,,Hoofdpersonage Nick Guest is, zoals zijn naam al aangeeft, binnenstaander en buitenstaander tegelijk. Hij is eenentwintig en woont in Londen in het chique ouderlijk huis van een studievriend van wie de vader parlementslid is voor de conservatieven. De lezer is getuige van Guests seksueel ontwaken: hij is nog maagd en droomt van overweldigende seks met mannen. Het is de zomer van 1983 – de laatste zomer voordat aids binnentreedt.

,,Bij Guest vervaagt de grens tussen zijn rol als gast en parasiet. Hij maakt het leven voor de rijke mensen bij wie hij intrekt aangenamer door continu hun glans te bevestigen. Guest is niet de aangever maar de afmaker; door zijn prijzende opmerkingen over de kunst die in het huis hangt wordt er een punt achter de zin gezet. Succes verwordt tot een waarde op zich. Niemand in dat milieu weet zelf schoonheid te produceren. Voor een huiskamerconcert wordt een Oost-Europese pianist ingevlogen die Beethoven speelt op de prachtige vleugel in het huis. Gaandeweg het boek zie je dat Guest zich hieraan onttrekt, maar dat hij niet vertrekt – hij blijft als ornament aanwezig.

,,Guest is geobsedeerd door het ogief, een term uit de architectuur waarmee een speciale curve wordt bedoeld – een S-vorm, de schoonheidslijn. Het staat voor het schone oppervlak, je verliezen in pure esthetica. Je ziet de curve in koepels waarbij vlakke S’en spitsig tegen elkaar leunen, of zoals Guest in het achterwerk van aanbeden mannen.

,,De ontmaagding van Guest is een enorm aandoenlijke passage. Via een contactadvertentie ontmoet hij een wat oudere, donkere jongen. Ze kunnen natuurlijk geen seks hebben in dat chique huis, dus doen ze het in het aangrenzende privéparkje waarvan Guest de sleutel heeft en waar zijn minnaar veilig zijn fiets kan stallen. De seks is een triomf. De scène draagt veel symboliek: Guest de insluiper, gebruikmakend van de sleutel van een ander. Een voorbijganger betrapt hen nog: ‘Wat doen jullie hier?’ Guest kan dan zeggen: ik woon in dat huis, ik hoor hier. Hij meet zichzelf dezelfde mentaliteit aan als van de elite die in het huis woont, die zichzelf ook allemaal zaken toestaat onder het mom: wij horen hier.

,,Zijn ontmaagding contrasteert pijnlijk met wat er ligt te wachten voor Guest: de strijd om een eindeloze lust en een eindeloze verveling te verdrijven – triootjes, coke, mannen die van straat geplukt worden. De schoonheidslijn is eerst enkel buitenkant, maar je ziet dat het hele leven buitenkant wordt; geen liefde maar thrill seeking, geen werk maar vage baantjes. De binnenkant verdwijnt, wat vreemd is, want als lezer kruip je in hem en leer je hem steeds slechter kennen. Dit ontaardt uiteindelijk in een trio met een zenuwachtige ober. Deur op slot, veel coke snuiven, de een pakt hem van voren, de ander pakt hem van achter. Beschreven wordt hoe Guests minnaar, terwijl die met zijn hoofd in het kruis van de ober zit, een bloedneus van de coke krijgt. Daar is al het ontroerende weg. Zo vormt het plot zich ook naar de curve van het ogief: het begint met het klimmen naar de top, Guest die steeds zelfverzekerder wordt en zijn Oxfordse schroom van zich afwerpt, en dan de onvermijdelijke neergang en het open, licht optimistische einde; de afloop van de S omhoog, het punt waar mannenbillen ophouden – prachtig hoe Hollinghurst zulke zaken weet te verbinden.’’

Toine Donk

    • Een onzer medewerkers