Wie kan Oost en West nu nog ontdekken in Berlijn?

De Trabant van Andrea stopt voor de Muur, op een plek net buiten de stad. „Waar is hier een gat?”, vraagt ze aan een voorbijganger. Het is februari 1990. De Muur is net gevallen, maar staat op veel plekken nog ongeschonden overeind. Andrea vindt een weggebroken muursegment en klautert met haar Nederlandse gasten het niemandsland van het grensgebied in. Het zand is rul, zodat grenswachten elke voetstap kunnen zien. Op de grond liggen nog de scherpgepunte spijkerbedden die een vlucht naar het Westen moesten vertragen. „Scheißmauer”, mompelt Andrea.

De Oost-Berlijnse is lid van een van de zeshonderd Oost-Duitse kerken die in de jaren tachtig contact hadden aangeknoopt met Nederlandse geloofsgenoten. Haar kerk in het Oost-Berlijnse Treptow had de Amsterdamse Muiderkerk als partner. Tientallen malen waren Nederlanders op bezoek gekomen, maar nooit was het zo opwindend geweest als nu, twee maanden nadat de slagbomen definitief open waren gegaan.

In honderden verslagen die de Nederlanders van hun bezoeken aan Oost-Berlijn bijhielden, is nog te lezen waarover ze al die jaren met hun Oost-Duitse geloofsgenoten spraken. De Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld. Het was een moeilijk onderwerp, omdat de oorlog in de DDR politiek beladen was. Volgens de officiële doctrine woonden de nationaal-socialisten allemaal in het Westen en de goede Duitsers in het Oosten. Niemand geloofde dat natuurlijk echt. Maar voor oorlogsverwerking was geen tijd. De nieuwe maatschappij moest worden opgebouwd.

Het was helemaal taboe om te praten over hoe Berlijn zelf heeft geleden in de oorlog. In Oost-Berlijn zaten in bijna elke gevel nog de gaten van granaatscherven. De geallieerde luchtaanvallen maakten in Berlijn vijftigduizend burgerslachtoffers en verwoestten een vijfde van alle gebouwen. Maar over dat alles werd niet gesproken in de ontmoetingen. Het was ook in West-Duitsland niet mogelijk om te zeggen dat het land niet alleen daders kende, maar ook veel slachtoffers.

West-Berlijn had tijdens de deling zo zijn eigen problemen. Het was een enclave omringd door DDR-gebied, waarover de regering in Bonn weinig te zeggen had. Het werd bestuurd door de geallieerden en had daardoor bijvoorbeeld geen dienstplicht en geen sluitingstijden. Het was een uithoek van Duitsland met groepen die na de studentenrevolutie van 1968 snel radicaliseerden. Kunstenaars en alternatieven konden in de geïsoleerde wijk Kreuzberg ongehinderd hun gang gaan. Toen de Muur viel, waren dan ook niet alle West-Berlijners blij. Hun aparte wereld zou verdwijnen.

Maar de val van de Muur had de meeste gevolgen voor het Oosten. „Het heeft ons ook veel ellende gebracht”, zei Andrea in een van de laatste ontmoetingen. Ze vertelde hoe iedereen die iets kon, naar het Westen vertrok. De klassen op scholen waren leger geworden, omdat veel leerlingen hun laatste schooljaren in het andere systeem wilden doorbrengen. Er was onder de Oost-Berlijners veel frustratie over de nieuwe tijd.

Wie nu door de stad loopt, heeft moeite om nog te ontdekken wat Oost en West was. Het verveloze van Oost is verdwenen, evenals de scherpe geur van bruinkool in de winter en de duisternis in de avond. Het leven in West is ook gewoner geworden, nu wijken niet meer omsingeld zijn door een muur en mensen zonder controles naar andere plekken in en buiten de stad kunnen reizen. Wat gebleven is, zijn de littekens van de geschiedenis. De resten anarchisme, de werkloosheid, de armoede in de buitenwijken, het wantrouwen tegen de overheid, de herinnering aan het verleden.

Reisboek

Berlijn voor gevorderden: Acht Nederlanders over de ziel van hun stad Uitgeverij Oostenwind, €19,50, berlijnvoor-gevorderden.nl