We zien nu onze overeenkomsten

Vandaag stemt de Eerste Kamer over het verbod op ritueel slachten. Een jood en een moslim strijden er samen tegen.

Europa, Nederland,Neerijnen, 08-12-2008 Islamitische Slachtplaats. Eeerste dag van de offerfeest die 3 dagen duurt en waarbij een schaap of een rund wordt geoffered. Deze slachtplaats heeft voornamelijk klanten uit de turkse gemeenschap in Nederland maar ook klanten uit Duitsland en Belgies. Deze familie uit Osserhout heeft een schaap opgehaald. Foto: Evelyne Jacq Evelyne Jacq

Verslaggever

Hoofddorp. De joodse advocaat Ronnie Eisenmann (46) en de islamitische jurist Amin Abed Ali (28) strijden samen tegen een verbod op de onverdoofde rituele slacht. De een vertegenwoordigt het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), de ander het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Met staatssecretaris Bleker (Landbouw, CDA) presenteerden zij deze maand het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. Vandaag stemt de Eerste Kamer over het verbod op onverdoofd ritueel slachten. De verwachting is dat de initiatiefwet van Marianne Thieme (PvdD) wordt weggestemd.

In de senaat tekende zich een meerderheid af tegen het verbod. Hoe kijkt u terug op dat debat?

Abed Ali: „Thieme bleef erbij dat een dier pas onverdoofd geslacht mag worden als wetenschappelijk is aangetoond dat het niet meer lijdt dan bij bedwelmde slacht.”

Eisenmann: „Ik vond haar optreden niet overtuigend. Waarschijnlijk zat zij met haar hoofd al bij een nieuwe initiatiefwet.”

Volgens Thieme heeft de Eerste Kamer zich onder druk laten zetten door de joodse en islamitische lobby. Voelt u zich aangesproken?

Eisenmann: „Ik vind ‘joodse lobby’ een tendentieuze term. Wij werken met tien mensen, van wie negen vrijwilligers. De dierenlobby is beter georganiseerd en gefinancierd dan welke religieuze stroming ook.”

Abed Ali: „Moslims hebben geen professionele lobby. Het hangt van enthousiaste vrijwilligers aan elkaar.”

Er klonk ook kritiek uit uw achterban. Actie tegen het slachtverbod zou te lang zijn uitgebleven.

Abed Ali: „Dat klopt. Ik betreur het. We zijn te laat wakker geworden.”

Wat deed u besluiten de krachten te bundelen?

Eisenmann: „In maart vorig jaar spraken de Tweede Kamerfracties van PvdA en VVD zich uit voor het wetsvoorstel van Thieme. Dat was een flinke tegenvaller. Omdat moslims en joden in hetzelfde schuitje zaten, stelden wij voor om samen op te trekken. Bij de onderhandelingen met Bleker hadden we nauw contact.”

En het ouderwetse lobbywerk: Kamerleden bewerken?

Eisenmann: „Dat ging via onze eigen geloofsgemeenschappen.”

Abed Ali: „In de Tweede Kamer hebben wij tegen het eind een beetje gelobbyd. In de Eerste Kamer spraken we met senatoren. En we stuurden een uitgebreid position paper rond.”

Eisenmann: „Alle partijen stonden ons te woord, behalve de PVV.”

De PVV toont zich een warm pleitbezorger van de Joodse staat.

Eisenmann: „Op de avond van het Eerste Kamerdebat in december sprak ik PVV-senator Faber. ‘We blijven wel vrienden, hè’, zei zij. Wij hebben de PVV wel tien keer tevergeefs gebeld over de rituele slacht, antwoordde ik. Zo gaan vrienden niet met elkaar om.”

De PVV dwingt joden en moslims nauwer samen te werken?

Abed Ali: „Ik denk niet dat je dat zo kunt stellen...”

Eisenmann: „De eerste generatie moslims verschilt niet wezenlijk van de joden die 400 jaar geleden naar Nederland kwamen.”

Abed Ali: „Het is een cliché dat moslims en joden niet met elkaar kunnen opschieten. Het jodendom staat dichter bij de islam dan welke religie ook. Zowel qua godsbeeld als religieuze voorschriften.”

Eisenmann somt op: sterke familiebanden, reinheids- en spijswetten, besnijdenis, bijzonder onderwijs. „Pas nu wij samenwerken, valt op hoe groot de overeenkomsten zijn.”

Wat kunt u van elkaar leren?

Eisenmann: „De joodse gemeenschap is met 40.000 mensen klein én verdeeld. De islamitische gemeenschap is zestien keer zo groot en toch lijken alle neuzen dezelfde kant op te staan. Dat vind ik knap.”

Abed Ali: „Ik waardeer de passie waarmee joden hun belangen verdedigen. De achterban wordt goed geïnformeerd en gemobiliseerd.”

Vlak voordat de Tweede Kamer over het wetsvoorstel van Thieme stemde, vloog de Joodse Gemeente Amsterdam bezorgde buitenlandse rabbijnen in. Waarom geen imams?

Abed Ali: „Buitenlandse imams hebben er niets mee te maken. En het zou ons veel kritiek hebben opgeleverd.”

Als Eisenmann voorstelt om samen een professioneel lobbyist in te schakelen, kijkt Abed Ali hem geschrokken aan. „Elke bedrijfstak in Den Haag heeft een lobby: verzekeraars, banken”, zegt Eisenmann. „Waarom wij niet? Zaken als bijzonder onderwijs en besnijdenis komen steeds meer onder druk te staan.”

Abed Ali: „Een goede lobby is een stille lobby. Wij krijgen veel over ons heen, dus we stellen ons terughoudend op. Moslims liggen onder een vergrootglas.”

Eisenmann: „Ik begrijp je angst, maar als minderheid moet je je profileren. Laten zien waar je voor staat.”

Artsenfederatie KNMG heeft zich tegen jongensbesnijdenis uitgesproken.

Eisenmann: „Het verontrust mij dat een beroepsorganisatie zich tegen jongensbesnijdenis uitspreekt. Ik verwacht een emotioneel debat.”

Abed Ali: „Moslims waren bang dat hun grondrechten verder zouden worden ingeperkt door het wetsvoorstel van Thieme. Denk aan het boerkaverbod.”

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod wordt voor de verkiezingen behandeld. Kunnen moslims op joodse steun rekenen?

Eisenmann: „Waarom niet? Joodse juristen genoeg.”

Abed Ali: „Dank voor het aanbod.”

    • Danielle Pinedo